GELOOFSVERZEKERDHEID
Ergens in een gastvrije pastorie hangt aan de wand een kunstzinnige en treffende weergave van een betekenisvol moment uit 's Heilands leven. Men ziet n.l. hoe de Heere Jezus met Zijn elf discipelen na het eten van het Paasmaal, is opgestaan. Aan de tafel zit niemand meer. De discipelen zijn met elkander in gesprek, verdeeld over twee groepen. Het bekende drietal (Petrus, Johannes en Jacobus) staat apart. Verder aanschouwt ge een openstaande deur en zo staart ge vanuit de verlichte Paaszaal in de donkere nacht.
Het is de nacht, waarin vreselijke dingen zullen gebeuren. Gethsémané zal getuige zijn van de bange zieleworsteling van de Borg. Eén van de drie discipelen, die daar met elkander staan te praten, zal zijn Meester met vervloeking verloochenen. Een ander discipel, hij is reeds vertrokken, zal het grootste verraad plegen dat de historie ooit gekend heeft of zal kennen. En alle jongeren zullen, vluchtend Hem verlaten, Die Zijn ziel zal uitstorten tot in de dood.
De Heiland staat op deze afbeelding alleen.
Alleen, in dit teken zullen de uren staan die gaan volgen.
Alleen, tot straks in de grootste eenzaamheid toe, wanneer ook Zijn God Hem alleen zal laten.
Maar ziet nu op de bedoelde afbeelding, hoe Christus, Die alles wist wat over Hem komen zou, in volkomen bereidwilligheid reeds Zijn voet op de drempel zet, de donkere nacht in. Vrijwillig gaat Hij daar, straks gevolgd door Zijn jongeren. Vrijwillig, zoals Hij eens in de Raad des Vredes Zich vrijwillig heeft aangeboden om het zoenoffer te brengen.
Het is die volkomen overgave, dat vrijwillig de voet zetten op de Via Dolorosa, hetgeen op bedoelde afbeelding tot ontroering toe treft.
Wie denkt hierbij niet aan dat bekende tekstwoord : Alzo Hij de Zijnen heeft lief gehad, zo heeft Hij ze lief gehad ten einde toe ?
En de vrucht daarvan ?
Hoort hoe een apostel Paulus aan het einde van Rom. 8 het uitzingt: „Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus ? " Niets en niemand. De trouw van zijn Heiland, die eeuwig vasthoudt wat eens Zijn liefdehand greep, staat er borg voor Gods gemeente is door recht verlost, daarom zal de aangevangen verlossing in de harten van Gods gunstgenoten ook worden voltooid. Daarom kan Paulus zijn zegezang zingen, nu reeds, temidden van het strijdperk van dit leven. Hij weet hoe 't vast gebouw van 's Heeren gunstbewijzen, naar Gods gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen. Het is in deze geloofsverzekerdheid, dat hij het schone 8ste hoofdstuk van Romeinen 8 besluit.
Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn ? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken ?
Alle dingen schenken. Zó volkomen, dat er geen beschuldiging meer overblijft.
Christus is gestorven, — daarmede heeft Hij de Zijnen van de vloek en straf der zonde verlost.
Christus is opgewekt, — om de rechtvaardigheid van die in Hem geloven te verwerven.
Christus gezeten ter rechterhand Gods, — om hen van alle vijanden te verlossen en de Heilige Geest tot verzekering daarvan te geven.
Die daar ook voor ons bidt — opdat door Zijn voorbede de Zijnen Zijn gerechtigheid deelachtig zouden worden.
De ganse verzoening met God is door deze hemelse Hogepriester verworven.
Daarop ziende kan de apostel Paulus en met hem Gods gemeente roemen.
Roemen tegen de zonde en de straf der zonde. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? God is het Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt ?
Roemen, ook tegen het geweld der vervolgingen, verdrukkingen der wereld en alles wat ons nog zou mogen overkomen. Wie zal ons scheiden ? Geen dood en geen leven, geen hoogte en geen diepte.
Paulus ziet opwaarts naar Gods troon, en hoewel hij niet in staat is te verklaren hoe het mogelijk is dat alle dingen zullen moeten medewerken ten goede, toch is hij daarvan verzekerd. God regeert met een wijsheid, die alle menselijk verstand te boven gaat. God heeft de teugels van het wereldbestuur in Zijn almachtige Hand.
Paulus opwaarts ziende naar Gods troon, aanschouwt de gouden keten des heils. Een keten, van schakel tot schakel, Gods werk. En Gods Geest getuigt met zijn geest van de liefde Gods in Christus Jezus, waarvan niets hem en allen die met hem een even dierbaar geloof hebben, vermag te scheiden.
Zo zingt hij het lied der geloofsverzekerdheid en hij zingt dat lied Gods gemeente voor.
(Wordt vervolgd.)
(Wordtvervolgd.) F. TROOST.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's