MEDITATIE
DE WET DES HEEREN
Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Exodus 20 : 2, 3.
Twee uitdrukkingen zijn er, op de klank af geheel verschillend van elkaar, maar wezenlijk aan elkaar gelijk.
De ene uitdrukking is: „uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid".
En de andere : ,,in Christus geheiligd".
Die twee wijzen op dezelfde zaak.
Want wie uitgeleid is uit Egypteland, uit het diensthuis van de afgoden en de slavernij en staat aan de voet van de Horeb, heeft de Rode Zee achter zich. Dat is het belangrijke.
De Rode Zee ! De verstokte Farao was met al zijn volk daarin verdronken. Maar Gods volk Israël, werd droogvoets daardoor geleid. Vanaf toen was zij de scheidslijn tussen het volk des Verbonds en het heidendom.
Israël is apart gezet.
Straks staan in eep wijde kring de witte tenten geschaard rondom het heiligdom, waarin de twee stenen tafelen liggen met de Tien Geboden. Want binnen die kring ligt het heilige erf. Daar geldt de Wet des Heeren. Daar is geen afgodendienst geoorloofd. Wie zich bevindt op dat erf des Verbonds is zeer bevoorrecht. Want daar klinkt het: „Ik ben de Heere; uw God".
De Heere ! Dat is de Onveranderlijke, de Getrouwe, de God des Verbonds, Die in de verlossing uit Egypte een zeker pand schenkt, dat Hij niet zal laten varen wat Zijn hand begon, maar trouwe houdt tot in eeuwigheid.
Nu ken ik ook nog een andere Rode Zee. Dat is het Sacrament van de Heihge Doop. Daardoor zijn we apart gezet sedert onze prille jeugd. Bewoners zijn we van het erf des Verbonds. Daar klinkt het: „Ik ben de Heere, uw God".
Daar betuigt en verzegelt ons de Vader, dat Hij ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt. Daar verzegelt de Zoon, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden. Daar verzekert ons de Heilige Geest, dat Hij in ons wonen wil.
Kortom, daar verklaart de Heere plechtig u tot een erfgenaam van het eeuwige leven, dat door Christus werd verworven.
En dat is : geheiligd in Christus.
En de Heilige Doop, onze Rode Zee, is een zeker pand, dat de Heere niet zal laten varen, wat Zijn hand begon.
En daarom ! Ja, daarom ! Om dat oneindig grote onbegrijpelijke voorrecht, zult gij geen andere goden voor Zijn aangezicht hebben.
Daarom wordt dat nieuwe afgezonderde volk vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, opdat het die enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, aahhange, betrouwe en liefhebbe van ganser harte, van ganser ziele, van gansen gemoede en met alle krachten, opdat het de wereld verlate, zijn oude natuur dode en in een godzalig leven wandele.
Immers, in alle verbonden zijn toch twee delen begrepen !
Zulk een barmhartige God heeft toch recht op liefde, gehoorzaamheid en vertrouwen !
Ongetwijfeld. Dat gebod Gods, die Wet is goed ! God is rechtvaardig !
Maar nu komt het.
Al heel spoedig na de Wetgeving vindt die ontzettende gebeurtenis plaats. Israël danst rondom een gouden kalf !
Dat had de Heere God verboden, 't Stond in Zijn heilige Wet. En die Wet is goed.
Maar zie, die goede Wet heeft op de verkeerde, onbekeerde mens, altijd een verkeerde uitwerking.
Tweërlei uitwerking is mogelijk.
In het eerste geval wil het vlees zich niet schikken onder het juk van de Wet en dan stijgt de revolutiekreet op uit zijn opstandig hart tegen de Heere en Zijn Gezalfde: „Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen". En dit deed Israël, toen het ging dansen om het gouden kalf. De vijandige natuur wil altijd anders dan God wil.
In het tweede geval gaat de mens proberen de Wet te onderhouden. En de Farizeer meent dat hij het aardig ver brengt. Maar o wee, dan is hij reeds gestruikeld bij het eerste gebod. Want zijn eigen ik is tot een verschrikkelijke afgod geworden.
De Wet drijft onze goddeloze natuur uit of tot ongerechtigheid en tot slordigheid in leer en leven, óf tot eigengerechtigheid en hoog moed. En velen onzer hebben zelfs een dubbele moraal : 's Zondags vol van eigengerechtigheid en op de werkdag op de markt des levens geen haar beter dan de wereld. Zo staat het met de verhouding van de Wet tot de mens vóór zijn bekering. Innerlijk zijn we niet verlost, maar ellendig !
Maar in zijn bekering wordt alles anders. Paulus kon er van getuigen. Hij schrijft :
,,Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou".
Door de Wet! De Wet was als een spiegel van Gods blinkende deugden hem voor ogen gesteld. De ogen van de Farizeer Saulus werden geopend. En wat zag hij ? Een groot beest!
Ja, door de Wet kennis der zonde!
Door de Wet kennis van de vijandschap onzer natuur.
Nu, dan kunnen we ook niet meer door de Wet zalig worden. Onze natuur kan en wil dat niet. De Wet is niet verkeerd, maar wij!
Verstaat u dat, mijn lezer ? Heeft u daarover smart in de ziel ?
Dan moet u sterven aan de Wet. Dat wil zeggen : er van losgemaakt worden. Leren verstaan, dat u langs die weg nooit Gode kunt behagen. Welk een smartelijke weg van ontdekking en overtuiging voor u.
Maar zie, voor een beschaamde en veroordeelde afgodendienaar heeft God de Heere toch nog een middel om Hem te behagen.
Dat middel ligt in de Middelaar, Jezus Christus !
God de Heere zorgt Zelf voor de gerechtigheid, waardoor wij voor Hem kunnen bestaan.
De Profeet noemt Hem : „De Heere onze Gerechtigheid".
Onze ! Ja, alleen door een waar geloof, dat met loslaten van alle eigengerechtigheid en in het besef van onze onwaardigheid. Zijn gerechtigheid leert aangrijpen !
Wie de Heere Jezus zijn Borg mag noemen, heeft daarmee alle geboden der Wet vervuld, want Gods Zoon heeft nooit één gebod overtreden.
Nu versta ik, wat afgoderij is. Het is, in de plaats van de enige ware God, die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft, of benevens Hem, iets anders verzinnen of hebben, waarop de mens zijn vertrouwen zet. Buiten God in Jezus Christus nog op enige verontschuldiging heimelijk steunen.
Wie zijn zaligheid buiten zichzelf leerde zoeken in Jezus Christus, is door de Heilige Geest innerlijk verlost uit het diensthuis. Voor hem wordt de Rode Zee, de Heilige Doop, een zeer geestelijke zaak! Het bloed van Jezus Christus is de scheidslijn !
Mijn lezer, kent u dit ?
En dan wordt alles zo onbegrijpelijk en heerlijk schoon !
Zó'n groot wonder, dat een mensentong er alleen maar van stamelen kan.
De Wet en de mens na zijn bekering. Want voor al degenen, die in Christus Je zus zijn, wordt de Wet een zalige belofte en profetie.
Luister toe, lezer !
De Heere spreekt! , "Ik ben de Heere, uw God". Dat wil zeggen : "Ik zorg voor alles ! Ik, de Drieënige God!" De Rode Zee van Jezus' dierbaar bloed reinigt van alle zonden.
En wie Mij laat zorgen, zal eenmaal het ogenblik beleven, dat hij nooit meer andere goden voor Mijn aangezicht heeft. Hij zal zich nooit meer ophouden met toverij, waarzegging, bijgeloof, aanroeping van heiligen of andere schepselen. Hij zal de enige ware God recht kennen. Hem alleen vertrouwen. Hem van ganser harte liefhebben, vrezen, eren en nooit meer iets doen tegen Gods heilige wil.
Hij zal geen beelden meer aanbidden, maar God alleen in geest en in waarheid. Geen ijdel gebruik van de Naam des Heeren. Eeuwige Sabbat. En volmaakte liefde tot de naaste.
Gij zult.... gij zult.. . . . zalige beloften !
Dan zijt ge in de hemel!
Dan is God alles in allen. Dan zult gij de Wet onderhouden zonder enige inspanning.
Dan is alles nieuw geworden.
Welk een zalige vreugde, als dan iedere Zondag in Gods huis de Tien Geboden worden voorgelezen. Tien maal na elkaar klinkt het : gij zult . . .. . gij zult . . . . Ja, zo zal zijn. Want, de Naam des HEEREN, die schittert boven de Wet, staat er borg voor. Wie waarachtig gelooft, staat achter de Rode Zee !
Tien Geboden. Hemelse toekomstmuziek !
Zouden we de voorlezing daarvan dan afschaffen ?
Grote dwaasheid is het, dat tientallen predikanten , die geboden niet willen voorlezen. Zielig onverstand! Nota bene! Omdat er in voorkomt van een os en ezel! Wie heeft er nu nog een os en een ezel ? Neen, hoor, zulke ouderwetse taal past bij ons niet in onze verlichte twintigste eeuw !
Wat zegt u daarvan, mijn lezer !
Wel, het hart van Jeruzalem begeert wèl van die hemelse toekomstmuziek. En die zuiver Oud-Testamentische tonen er doorheen, maken die muziek vast niet minder mooi !
Maar daar is ook nog iets anders.
Wie door Gods Geest iets leerde verstaan van die hemelse toekomstmuziek, wil zijn leven hier gaarne daarmee in overeenstemming brengen. Want ach, het beginsel der gehoorzaamheid is toch zo beschamend klein aan deze zijde. Maar dan geeft de Heere de Wet als richtsnoer. Als regel der dankbaarheid voor alles wat Hij in Christus Jezus gedaan heeft en doet!
Richtsnoer ! Dat is zo nodig.
Wij willen óf nog vromer zijn dan de Wet voorschrijft, en dan maken we er wat bij. Menseninzettingen, óf ons antinominianisme uitleven. Daarom : Tien Geboden. Het opschrift van de Wet bewaart u voor casuïstiek !
Tien Geboden, tot dagelijkse verootmoedging. Tien Geboden, tot dagelijkse uitdrijving tot Christus. Tien Geboden, tot dagelijkse regel der dankbaarheid.
„Och, of wij Uw geboon volbrachten, Gena, o hoogste Majesteit! Gun door 't geloof in Christus krachten. Om die te doen uit dankbaarheid".
Amen.
(Nijkerk)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's