Vrijzinnige critiek op de Belijdenis
Ochtendschemering
I.
Bij Van Gorcum te Assen is een boek verschenen „De Nederlandse Geloofsbelijdenis", waarin de Belijdenis critisch wordt beschouwd door een aantal vrijzinnige professoren en predikanten.
Wij zijn dankbaar, dat dit boek is verschenen. Niet dankbaar, dat de Belijdenis der Kerk door leden der Kerk op andere gronden dan die der Schrift wordt becritiseerd.
Wel dankbaar om het feit, dat we nu eens goed en duidelijk weten, hoe de vrijzinnigen in onze Kerk staan tegenover de Belijdenis der Kerk. In de afgelopen jaren is er door het werk van „Gemeente-Opbouw" een schemering over de geloofszaken in de Kerk gekomen;
In de schemering lijken alle mensen op elkaar, maar zijn nochtans niet gelijk.
Van zekere zijde is ons toch telkens voorgehouden, dat de orthodoxen en vrijzinnigen elkaar moesten vinden, dat de Christus der vrijzinnigen dezelfde is als die der orthodoxen, , dat wij nu maar eens afstand moesten doen van al onze vooroordelen, dat we allen opnieuw moesten gaan luisteren naar de Schrift, omdat we allen afgeweken zijn, dat in de advertenties van „De Hervormde Kerk" de aanduidingen orthodox en vrijzinnig maar eens weggelaten moesten worden, dat kanselruil van vrijzinnige en rechtzinnige predikanten gestimuleerd moest worden, dat, als we dit alles nog niet zo zagen en toejuichten, wij het Evangelie nog niet begrepen hadden, onze tijd nog niet verstonden, , ja, dat we nog niet „rijp" waren.
Jammer voor deze mensen, dat in de bezettingstijd de N.S.B.-ers precies zó spraken i Wij verstonden toen de tijd niet.
Men zou dit alles ook anders kunnen zien. Een schemering, die de omtrekken vervaagt en de verschillen verduistert. Zo willen wij het zien, omdat we het zo moeten zien.
Immers, wil men de eenheid tussen vrijzinnigen en rechtzinnigen in de Kerk bevorderen, dan staan daartoe vier wegen open:
1e. vrijzinnigen moeten orthodox worden;
2e. orthodoxen moeten vrijzinnig worden ;
3e. een amalgama van orthodoxe en vrijzinnige elementen ;
4e. teruggaan op gronden, die zowel de orthodoxe als de vrijzinnige interpretatie konden dragen.
De eerste twee wegen kon men natuurlijk niet gaan, omdat de mens als een vrij zedelijk en geestelijk wezen zich zo maar niet een overtuiging laat opdringen.
De derde weg, een amalgama van meningen, betekent een contradictio in zichzelf, wat onaanvaardbaar is.
Zo bleef de vierde weg over met zijn onverbiddelijke conseqentie : algemeenheid en vaagheid. Immers de universaliteit van een standpunt is omgekeerd evenredig met zijn determinatie. Hoe algemener een geestelijk principe, hoe minder bepaald.
Vaag, algemeen, onbepaald, schemerdonker, zou ik het kerkelijk gebeuren van de laatste jaren willen bepalen.
Hetzelfde, zien we ten aanzien van de houding tegenover de Belijdenis der Kerk. Die houding is in de afgelopen jaren zeer aarzelend en weifelend geweest. We denken aan de formules: „Op de bodem der belijdenisgeschriften", „in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen", „opnieuw belijden", „statisch-dynamisch", „belijden—belijdenis" etc.
Vroeg men wat men met deze woorden bedoelde, dan kreeg men geen rechtstreeks antwoord. Soms kreeg men wel eens de indruk, dat men opzettelijk deze weg ging. Ik denk aan de I.K.O.R., waarvoor predikanten zonder nadere aanduiding of ze orthodox of vrijzinnig waren, moesten spreken en hun spreken was „de stem der Kerk".
Het gevolg was dat de luisteraar, die tenminste nog een positief geluid wenste, de radio maar afdraaide, want 't was toch weer niets.
Kleurenblindheid moest er komen, dan kwam de eenheid vanzelf.
Met deze lijn in het kerkelijk gebeuren zijn wij, Gereformeerden, het nooit eens geweest. Wij achten dit niet verantwoord tegenover het levensprincipe, waaruit men leeft.
Struisvogelpolitiek is op de duur nooit succesvol geweest. Wij wensen klaarheid en helderheid, geen schemering.
Stelde men de vraag: „Hoe staan de vrijzinngen tegenover de belijdenis", dan kreeg men telkens een vaag, nooit een rechtstreeks antwoord. Daarom is het een goede gedachte geweest van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden om zich eens duidelijk uit te spreken, zodat we weten, wat we aan elkaar hebben. Over vele belangrijke punten spreken de vrijzinnigen zich thans uit.
In een volgend artikel hopen wij er op terug te komen.
We hopen dat de schemering, die thans over onze Kerk ligt, moge opklaren, zodat we elkaar goed kunnen zien en begrijpen.
Bovenal hopen wij, dat deze schemering een ochtendschemering moge zijn en niet een avondschemering, waar de nacht op volgt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's