Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
112)
De stad, die volkomen van schoonheid was, „een vreugde der ganse aarde", was stil geworden, ofschoon zij van mensen wemelde. „Het geroep der vreugde en de stem des bruidegoms en der bruid waren hier verstomd.
Honderd ogen en oren wenste hij zich, om alles op te nemen, maar hij hield zich voorlopig nog nergens op, totdat hij voor de Rots-moskee stond.
Hij deed een greep in de borstspleet van zijn onderkleed en maakte daar een lange scheur van, maar zijn tranen hield hij in. Bidden echter kon hij niet. Verscheiden gezelschappen van toeristen, ook Mohammedaanse pelgrims, stonden in zijn nabijheid toe te kijken, en anderen kwamen van de bezichtiging van het gebouw terug. Maar daar was geen enkele Jood onder. Het verbod, dat hen van de tempelplaats verre hield, v/as wel opgeheven, maar zij waag den het toch niet die te betreden, omdat zij bang waren dat zij onvoorziens op de plaats van het heilige der heiligen zouden treden. Dan toch zouden zij hebben moeten sterven, omdat dit alleen maar ééns per jaar de hogepriester vergund was.
Met brandende ogen keek hij over de plaats en nam hij de lijnen van die kolossale moskee in zich op, — ook speurde hij naar dat teken der leugen, dat de heiligdommen van een verzonnen geweldsgodsdienst naar zijn mening zelf voor 't uiterlijk ten toon moesten spreiden. Maar één ding vond hij, dat zijn hart met kennelijke vreugde vervulde : dit huis droeg reeds de duidelijke kenmerken van verval, iets, wat hij ook overal elders aan u de gebouwen der Mohammedanen had waargenomen. ,,Zij weten, dat zij het zullen moeten afleggen en dat zij zullen moeten wijken!" zei hij zachtjes. ,,0 God, verdrijf hen spoedig ! Verdrijf Gij hen zelf!"
Maar toen kon hij de aanblik ook niet langer meer verdragen. Hij ging langs de westelijke kant en langs de klaagmuur, en zag de hardstenen van de tempel tot op manshoogte gebruind door de kussen en tranen van volks genoten. Ook hier was het hem niet mogelijk om te bidden en — wat zou hij ook zeggen ? God zag die jammer zelf wel! Zijn hart, dat hij nu voor de Eeuwige als altijd wijd geopend hield, was met wensen vol afschuw tot aan de rand gevuld ; en God zag dat immers.
Toen hij een mooie, eerwaardige grijsaard bemerkte, die op Sinaï Tulpenbloesem leek, en die, stellig van heel ver gekomen, zo juist voor het eerst deze plaats betrad, en toen hij zag, hoe deze zijn uitgebreide armen tegen de muur drukte en, geheel van zijn stuk, met zijn voorhoofd tegen de stenen sloeg, kwamen zijn tranen opeens voor de dag. Maar dat waren geen tranen van klacht of verlangen — dat was de boosheid van zijn ziel, die overliep. Vernederd, vernederd tot in het stof, zag hij de heilige plaats naar het vreselijke woord van de profeet : ,,Dan zult gij vernederd worden, gij zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen, en uw stem zal zijn uit de aarde als eens toovernaars, en uw spraak uit het stof piepen". Zijn afschuw over die ontzettende profetie, die hij nu pas begreep, ging hem door merg en been.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juli 1948
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's