De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

WANDELEN MET GOD

8 minuten leestijd

„Henoch dan wandelde met God " Genesis 5 vers 24b.

Deze uitdrukking komt slechts driemaal voor in de Schrift. De profeet Micha roept het weerspannig Israël van zijn dagen toe :. . . . . en wat eist de Heere van u dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoediglijk te wandelen met uw God ? "

De uitdrukking „wandelen" in verband met het leven met God, komt meerdere malen voor. Zo zegt de Heere Zelf tot Abraham : „wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht...." Er is ook sprake van een "navolgen" van de Heere. Zo roept Mozes het volk toe: „de Heere uw God zult gij navolgen " En Paulus vermaant de gemeente des Heeren: „wees dan navolgers Gods".

Wandelen voor Gods aangezicht is gelijk een kind huppelt voor zijn moeder heen, die vol tedere zorg haar kleine gadeslaat. De Heere navolgen is als een bergbeklimmer, die zijn gids volgt door zijn voetstappen te drukken. Doch wandelen met God duidt nog een veel teerdere verhouding aan. Dat is meer gelijk vrienden samen gaan, voortdurend contact met elkander hebben. Zo staat er van Abraham, dat hij met de Heere omging als een man met zijn vriend. „Zou Ik iets voor Abraham verbergen ? " Dit wandelen met God wijst dus zonder meer op de volle zekerheid des geloofs, zoals Job getuigde: „ik weet mijn Losser leeft", en zoals wij die volle overtuiging ook vinden bij de apostel Paulus, die juist daardoor in staat was te roemen zelfs in dagen van verdrukking. Dat is die blijde wetenschap, dat mijn naam in s Heeren handpalm is gegraveerd.

Hier is dus sprake van dat waar geloof, Waarvan onze Catechismus getuigt dat het is een zeker weten en een vast vertrouwen, dat de veilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt. Dat is de verborgen omgang met God, die de psalmist deed uitroepen :

Het is mij goed, mijn zaligst lot. Nabij te wezen bij mijn God.

Wandelen duidt op een levenshouding. Men kan wandelen in duisternis, in zonde, maar ook in het licht en in nieuwheid des levens. Paulus spreekt van een wandel in het vlees en een wandelen naar de Geest.

Wandelen in het vlees is het natuurlijke leven van de onbekeerde zondaar onder de wet der zonde en des doods. Wandelen door de Geest is geleid worden door de Heihge Geest, die door het Woord onze gangen vast maakt. Wedergeboren zijn tot een nieuw leven in geloof en liefde door de genade des Heeren. Zo is er dus een zeer groot verschil tussen een leven naar het vlees en een wandelen met God.

Henoch dan wandelde met God.

Henoch stelde zijn vertrouwen enkel en alleen op de Heere. En toch leefde hij nog uit de belofte, want Jezus Christus was nog niet in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken.

Doch juist hierin was Henoch een duidelijk beeld van wat Gods genade aan een zondaar vermag. De wereld, waarin Henoch leefde, was goddeloos. Gods oordeel zou in de zondvloed op vreselijke wijze aan deze wereld worden voltrokken. Zij, die de Heere waarlijk dienden, waren zeer weinigen. Henoch had bovendien een zeer zware taak te vervullen. Hij moest in de naam des Heeren het oordeel aanzeggen. Judas zegt in zijn brief : „Henoch profeteerde aldus : zie, de Heere komt met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden". Henoch was dus een boetprediker vóór de zondvloed. En toch was hij een gewoon mens. Geen kloosterling, want hij leefde temidden van het goddeloze volk. Hij was gehuwd, had kinderen. Kende ook ongetwijfeld de strijd des geloofs, verzoeking en verleiding.

Hij kon zijn zware taak dan ook alleen maar vervullen door de kracht des Heeren, die door Zijn genade hem daartoe bekwaamde. En het oordeel, dat Henoch jarenlang heeft aangekondigd, is gekomen als een profetie van het wereldgericht.

Zo is Henoch in de zondige wereld van zijn dagen dus een getuige des Heeren geweest, die zijn roeping heeft verstaan.

Neen, hij trok zich niet terug met een boekje in een hoekje, om zalig te genieten van de zegen des Heeren. Hij wist, dat hierin zo'n groot brok egoïsme kan schuilen, waarmede wij de Heere geen dienst bewijzen. God liet eens Elia in de woestijn, toen hij vluchtte voor Izebel, koeken eten, doch met het doel, dat hij nieuwe kracht zou ontvangen om in de dienst des Heeren verder te arbeiden. Laten wij steeds bedenken, dat de Heere ook thans nog daartoe Zijn kinderen soms een oase van Zijn liefde biedt, opdat zij weer met nieuwe kracht hun taak in de dienst des Heeren vervullen mogen. De taak van Henoch, een getuige te zijn temidden van een krom en verdraaid geslacht, is immers nog altijd de roeping van allen, die de Heere waarlijk vrezen en kennen mogen als hun Vader om Christus' wil.

Van de wereld in Henoch's dagen staat geschreven : „en de aarde werd vervuld met wrevel " . . . . . en zij is omgekomen onder het toorngericht des Heeren. De wereld van onze dagen is weer vervuld met wrevel tegen God en de naaste, en als er niet geluisterd wordt naar de vele roepstemmen des Heeren, zal ook de wereld van onze dagen een vreselijk oordeel tegemoet gaan, dat wellicht dichter bij is dan menigeen vermoedt. „Zij hebben Mij, de Springader des Levens verlaten, wat vrede zouden zij hebben !".

De taak van de Kerk des Heeren nu is steeds weer te getuigen van de wil des Heeren ; een oproep tot bekering, voor het te laat is. Dit is echter ook de taak van ieder, die tot Christus' Kerk behoort en die de naam van Christus draagt. Die de naam van Christus noemt, sta af van alle ongerechtigheid, vermaant de apostel Paulus. Wij dragen die naam zo gemakkelijk. Zeggen óok zo gemakkelijk, dat wij „er geen deel aan hebben". Dat het immers toch maar gegeven moet worden. Dat een mens het zelf maar niet grijpen kan, hoewel de apostel zegt, dat hij er naar jaagt of hij het ook grijpen mocht. Maar met al deze vroom Hinkende motieven hebben wij ons geweten toegeschroeid en zonder enige zweem van schuldgevoel de Heere onze zondigheid in de schoenen geschoven. Hij is er toch eigenlijk maar verantwoordelijk voor, dat ik ben zoals ik ben. Want de Heere mag door Zijn dienstknechten al tot bekering roepen en tot een ootmoediglijk wandelen met God: ik kan er zelf toch niets aan af of toe doen. O, broeders en zusters, die zo durft denken — en het zijn er zo bitter velen — hoe toornig zou Henoch's oog u tegenvlammen, als hij uw gedachten kon lezen. Hoe zou hij zijn boetpredikatie u in het aangezicht slingeren, omdat hij vervuld zou zijn met een heilige toorn tegen zulk een godvergeten gedachtengang. Hij zou u zeggen, hoe gij zijn God aanrandt in Zijn heilige Majesteit, door Hem te maken tot de oorzaak van uw verdoemenis. En weer zou hij ook u het toeroepen: indien gij u niet bekeert, de Heere zal komen met Zijn duizenden heiligen om gericht te houden over zoveel goddeloosheid. Gij zijt immers het zout der aarde. Strijdt dan de goede strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven. Doet aan de hele wapenrusting Gods, opdat gij moogt staande blijven.

Wandelen met God.

Hoe zou dit echter mogelijk zijn buiten Jezus Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Alleen door Hem worden zondaren gebracht in gemeenschap met de heilige God, door Zijn verzoenend lijden en sterven, aan het kruis volbracht. Daarom is voor een wandel met God nodig geloof in de Heere Jezus Christus door het herscheppend werk van de Heilige Geest, die ons door het geloof deel geeft aan Christus en al Zijn weldaden. Daarom zal ons gebed moeten uitgaan om die Geest des Heeren, die beloofd is aan ieder, die in oprechtheid daarom bidt, want de Heere wil gebeden zijn.

Wandelen met God is luisteren naar de vele roepstemmen des Heeren. Zich „dagelijks bekeren voor Gods aangezicht. De Heere openbaart zich nog aan ons in Zijn Woord en Sacrament. Daarom moeten wij leren ons gevangen te geven onder het Woord des Heeren. In alle dingen vragen : ,,Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal!" Dan wordt ons leven steeds meer Christus en zal ons sterven gewin zijn, gelijk zo eenvoudig van Henoch geschreven staat: „en hij was niet meer, want God nam hem weg". Heerlijk getuigenis.

Hoe is uw levenswandel, lezer ? Gaat gij steeds maar voorbij aan de vele roepstemmen des Heeren ? Roep Hem aan, terwijl Hij nabij is. Verhardt u niet, maar laat u leiden.

(Vlaardingen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1948

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1948

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's