Waarom predikanten tekort ?
Dat er een tekort aan predikanten is, althans in de Ned. Hervormde Kerk, is een feit, dat algemeen erkend wordt. Er zijn verschillende redenen aan te geven, waardoor dit tekort de laatste jaren gegroeid is, vooral in oorlogstijd.
De voornaamste zijn m.i. de volgende :
1. Een aantal predikanten en theologische studenten is omgekomen door oorlogsgeweld en in de concentratiekampen. Hoe groot dit aantal is, is mij niet bekend. Het zijn echter wel enkele tientallen arbeidskrachten, van wie nog veel verwacht mocht worden, die in de kracht van hun leven aan de Kerk ontvielen.
2. Enkele predikanten zijn na de bevrijding afgezet wegens hun houding in bezettingstijd. Groot is dit aantal niet, doch het helpt het aantal vacatures vergroten.
3. De theologische studie van vele studenten is aanmerkelijk vertraagd in bezettingstijd door sluiting der Universiteit, door gedwongen arbeidsinzet in Duitsland, door „onderduiken", en in het algemeen door allerlei moeilijkheden als hongersnood, gebrek aan verwarming en licht, en de onrust der geesten, die voor velen van onze jongeren rustige concentratie op hun studie vrijwel onmogelijk maakte.
4. Het verplichte emeritaat op 65-jarige leeftijd voor alle predikanten, waarvan de invoering ook viel in bezettingstijd. In vele gevallen is er stellig iets voor te zeggen, dat een grens gesteld wordt, daar het niet wenselijk is, dat een predikant in functie blijft, wanneer de gebreken van de ouderdom hem verhinderen om het ambtswerk in zijn gemeente nog naar behoren te vervullen. Toch blijft het voor mij een open vraag, in hoeverre het verplichte emeritaat te rijmen is met de roeping tot de Evangeliebediening, en of het tijdstip der invoering van dit voorschrift wel erg gelukkig gekozen was bij het toenemend gebrek aan arbeidskrachten. Enige verzachting is gegeven in het feit, dat emeriti-predikanten nog enige jaren als hulpprediker dienst kunnen doen. Toch is het gebrek aan predikanten hierdoor stellig aanmerkelijk vergroot.
5. De grote uitbreiding van het aantal predikantsplaatsen, die nog steeds voortgaat. Vooral door de oorlog, waarin de geestelijke nood der gemeente zich op ontstellende wijze openbaarde, gingen de ogen van velen open voor het grote tekort aan zielszorgers. De vraag naar huisbezoek en geestelijk gesprek was zéér groot, door angst voor oorlogsgevaren, afwezigheid van mannen, vaders, zonen en verloofden. De velden waren wit om te oogsten, maar de arbeiders waren veel en veel te weinige.
Dientengevolge is het uitbreidingswerk met kracht ter hand genomen. Alleen in Groot- Rotterdam zijn sinds 1940 minstens 20 nieuwe predikantsplaatsen gesticht. Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Leeuwarden, Zeist, Ridderkerk: grote, middelgrote en kleinere gemeenten gingen over tot uitbreiding. De meeste van deze nieuwe predikantsplaatsen zijn bestemd om bezet te worden door gewone predikanten.
Een kleiner, doch niet te verwaarlozen aantal, zijn buitengewone predikantsplaatsen, of bedoeld voor een predikant met bijzondere opdracht. Er is zoveel werk, dat roept om arbeiders, die hiervoor bijzondere gaven hebben : onze schippers, het godsdienstonderwijs op scholen, jeugdwerk (vooral in de grote steden), evangelisatie onder van de Kerk vervreemden. En niet te vergeten : leger en vloot, hier en overzee, vragen tientallen meer predikanten dan vóór 1940. Terwijl de groei naar zelfstandigheid der Indische Kerken roept om meer predikanten.
Zo zijn op het ogenblik reeds enkele honderden predikanten méér nodig dan vóór 1940. En was er geld genoeg beschikbaar, dat wil zeggen : was héél onze Kerk overtuigd, dat het er móét komen, dan was er terstond een arbeidsveld aan te wijzen voor nog enkele honderden. Om een voorbeeld te noemen: Rotterdam-Zuid is uitgegroeid tot een stadsgedeelte met ongeveer 125.000 Hervormde zielen. Wel er sprake zijn van zielszorg huis aan huis, dan kan een predikant niet meer dan hoogstens 2500 zielen bewerken. Hier zouden dus nodig zijn 50 predikanten. Er zijn er nu 21. En binnen de kortst mogelijke tijd worden er nog 10.000 woningen bijgebouwd, en komen er dus 20.000 Hervormden bij . . . . Weer ruimte voor 8 nieuwe predikantsplaatsen.
Waarom ontbreken ons de mensen, die deze nieuwe plaatsen zouden kunnen bezetten ? Want het is duidelijk : al was het geld aanwezig, al werden al die nieuwe plaatsen gesticht — wij hebben de mensen niet. Als ik me niet vergis, is het aantal theologische studenten niet noemenswaard gestegen sinds de jaren vóór 1940. Groot is de toeloop naar Delft, groot is het aantal medische studenten. Klein is het aantal dergenen, wier verlangen uitgaat naar de studie der godgeleerdheid en het ambt van herder en leraar.
Wij hebben enkele redenen genoemd voor het predikanten-tekort. Maar is er niet een diepere oorzaak ? Niet alleen ónze Kerk worstelt met dit gebrek : ook op de Synode der Schotse Kerk onlangs werd geklaagd over, het gebrek aan predikanten in geheel Schotland. Alom rijst de klacht over vervreemding van de Kerk bij verschillende groepen der bevolking : intellectuelen, arbeiders en boeren, en over het tekort aan arbeiders in de dienst van het Evangelie.
Dit houdt verband met elkaar : hoe groter het gedeelte van ons volk is, dat vervreemdt van de kerk, des te kleiner wordt ook het gedeelte, waaruit onze toekomstige predikanten opgroeien.
Doch juist daarom zou ik een vraag willen richten tot alle ouders, predikanten, onderwijzers en opvoeders der jeugd, die behoren tot wat wij noemen : het medelevende deel der gemeente.
Het is deze vraag. Er wordt tegenwoordig veel gesproken over beroepskeuze. Wordt de aandacht van onze jongens wel voldoende gevestigd op het schreeuwend gebrek aan predikanten ? Stellen de ouders hun jongens, die de leeftijd bereiken, waarop zij gaan denken over hun toekomst en hun levenstaak, wel voldoende voor de vraag, of hun roeping niet ligt in de dienst des Woords ?
Ik weet het : hier ligt een moeilijkheid. Tot dit ambt moet men niet door mensen geroepen worden; men mag zich ook niet eigenwillig deze roeping aanmatigen ; men moet van God geroepen worden.
Maar hóé roept de Heere mensen tot Zijn dienst ? Is het niet door de dienst van andere mensen ? En wie hebben hier hoger, heiliger, heerlijke taak dan de ouders ?
Hun taak begint niet bij de vraag aan hun zonen, of zij niet predikant willen en moeten worden. Bij de Doop van hun kinderen hebben zij beloofd, hen te zullen onderwijzen in de leer, door de Doop ons betekend en verzegeld.
Ouders, doet gij die belofte gestand ? Onderwijst gij uw kinderen in Gods Woord, dat ons leert : Wie eens opzieners ambt begeert, die begeert een treffelijk ambt, want er is geen hoger, heiliger, heerlijker dienst, dan de dienst van Hem, Die u kocht met Zijn bloed ? Leert gij hen door uw opvoeding de weg van het gebed, van de verborgen omgang met God, waarin Hij u wil wijzen uw levensroeping ? Hebben wij nog moeders als Hanna, die niets vuriger begeren dan hun van God afgebeden kind de Heere over te geven, „alle de dagen, die hij wezen zal" ? (1 Sam. 1 vs. 27 en 28 !)
't Is maar een vraag, een hartekreet. Want de oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige. Bidt dan de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn wijngaard uitstote !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's