Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
115)
Hier aan deze plaats, waar het eindgericht zou plaats hebben, hadden van ouds vele duizenden begeerd te mogen rusten. Maar ook de aanhangers van de valse profeet. Overal meende hij een verwrongen namaaksel van de Joodse godsdienst te zien. Waar hij ook in eerbiedige wijding wilde verzinken, was het altijd alsof hij toch weer naaperij vond.
Hier wachtte immers ook de Islam om te worden gericht! Op die dag, waarop Mohammed op die zuil zou staan, die boven de muur uitstak, en Jezus Christus, die God van de anderen, op de Olijfberg, en als dan de Joden met hun handen aan hun hals geketend zouden verschijnen tot straf daarvoor, dat zij de wonderverhalen van de profeet hadden verworpen, — net alsof Gods almacht zich zou laten binden !
Hierbij overviel Samuel een huivering van ontzetting.
De met tinnen gekroonde „gouden poort" daarboven hadden zij dichtgemetseld, omdat de sage in omloop was, dat op een of andere Vrijdag een Christelijk heerser aan het hoofd van een leger die poort zou binnen dringen en dan de stad voor altijd aan de Islam zou ontrukken. Een Jood, die hij tussen de graven had gevonden en die hij eerst in het Jiddisch en toen in het Hebreeuws had aangesproken, had hem dat alles uitgelegd. Samuels ogen waren eerst gaan fonkelen, maar later werden zij toch weer donkerder.
Er kwam een stemming over hem als indertijd te Haifa, daar in die kapel. Hij ging nu verder, daar, waar het tot een kloof vernauwde Kidrondal, het oord van gruwel en verachting, het Dal van Hinnom ontmoet, die plaats, waar, onder koningen die de afgoden dienden, kinderen werden verbrand. Op deze plaats had niemand beslag gelegd, men liet haar onbedekt Israels schuld ten hemel roepen.
En daarentegen had men uit de plaats van Israels trots en verering zijn volk verdreven, net als uit zijn profetiën.
Van al deze plaatsen hadden de Mohammedanen zich meester gemaakt, om een parodie op het Joodse geloofsleven daar te gaan afspelen.
Overal had Samuel het gevoel, als werd zijn volk nagebootst. Het was hem te moede als een man met betrekking tot zijn vrouw, als een ander tegenover hem gaat zitten met een wassen pop, levensgroot, en dan alle woorden en gebaren van zijn geliefde nadoet.
Zij wisten van Mozes en de aartsvaders, maar toch was hun kennis verduisterd en doorweven met allerlei trekjes, die de dwaasheid en onechtheid heel duidelijk vertoonden. Te midden van het heiligdom van de heilige Rots, dat het brandofferaltaar had gedragen en dat gediend had voor de verzoening van Israël met Jehovah was nu een spinneweb van flauwe sprookjes geweven, — en dat alles bedekte nu voor de Joden èn deze bron van heil én deze poort der helle.
Wat men hem had aangeduid als de „graven der profeten", droeg een Grieks opschrift, en ook dat was al weer in Mohammedaans bezit.
Over de tempelplaats, die door Joden in heilige schroom gemeden werd, liepen nu dagelijks honderden brede voeten onder luid rumoer.
De berg Zion droeg een Mohammedaans klooster.
Wat „graf van Jeremia" en wat „graf der koningen en richters" werd genoemd, — Mohammedaanse wakers hielden daar de wacht en verhinderden de arme jongen om dichterbij te komen, alleen, omdat hij geen fooi kon geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's