Uit het Verslag
van de vergadering der Generale Synode op Woudschoten te Austerlitz van 8 tot 14 Juli 1948
Nu volgt de behandeling artikelsgewijs.
Artikel 1.
Aan de orde komt het karakter van het verband tussen de Kerk en de gemeenten. Onze Kerkorde wil presbyteriaal-synodaal zijn en niet congregationalistisch. Autonomie van de plaatselijke gemeenten is beter te vervangen door compleetheid van de plaatselijke gemeente. Wij moeten tussen Rooms Katholiek en secte door. Het verband tussen de gemeenten komt er niet bij, het is in de compleetheid niet gegeven. Men zal moeten vasthouden aan de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, van de classis en van de Synode. Een logische oplossing van de verhouding tussen Kerk en gemeente is wel niet te geven, maar de verschillende accenten moeten samen meespreken.
Vele redactionele wijzigingen, die uiting geven aan verschillende visies op de bovengenoemde verhouding, komen uit de vergadering naar voren. Voor „omvat" wordt gelezen : „bestaat uit", voor "in den vreemde" : „buiten Nederland".
Artikel 2.
Na discussie over de aanhef, waarbij van verschillende kanten over onduidelijkheid in de bedoeling en in de formulering wordt geklaagd, wordt deze aanhef met 30 stemmen vóór veranderd in : „Krachtens het genadeverbond behoren tot een Hervormde Gemeente, die rondom Woord en Sacramenten wordt vergaderd en mitsdien tot de Nederlandse Hervormde Kerk".
Achter belijdende leden wordt tussen haakjes geplaatst : lidmaten.
Het woord „bevestigd" wordt veranderd in "bekrachtigd".
Toegevoegd wordt aan de opsomming : „zij, die uit een andere Kerkgemeenschap tot de Nederlandse Hervormde Kerk zijn overgekomen". (Nadere formulering volgt).
Het artikel wordt hierna aanvaard met algemene stemmen.
De discussie, die twee uren in beslag nam, bewoog zich over de verhouding van de juridische betekenis van de artikelen 1 en 2 tot de mystieke achtergrond van de Kerk. Een verwijzing naar die achtergrond is nodig, maar mag niet te zwaar geladen zijn. Het is geen geloofsbelijdenis, maar een Kerkorde, die uitgaat van en heenwijst naar de belijdenis. Verder kwam aan de orde de betekenis van de Doop en de heilighouding van het Sacrament. Moet er tenslotte niet een grens aan de Kerk gesteld worden ? In hoeverre mogen en kun nen wij dit doen ? Het bleek, dat ook op de grond van het genadeverbond en bij de afweer van de ontheiliging van het Sacrament, over de grenzen der Kerk, zoals wij die kunnen formuleren en wij die mogen stellen, verschillende leden der Synode tot tegengestelde conclusies kwamen.
Artikel 3.
Voor „leer en leven" wordt gelezen „belijdenis en wandel".
De aanhef wordt: ,,de orde in het apostolaat en belijden, in het leven en werken der Kerk".
Toegevoegd: „het opzicht over de dienst des Woords en der catechese", als aanhangsel bij het opzicht over leer en leven van gemeenten, ambtsdragers en leden.
Met op één na algemene stemmen artikel 3 aanvaard wordt
De toevoeging aan art. 2 wordt als volgt geformuleerd : „Tot een Hervormde Gemeente behoren ook zij, die krachtens hun belijdenis, doop of geboorte tot een andere Kerk behoorden en naar de Hervormde Kerk zijn overgekomen".
Artikel 4. Ambt en ambten.
De Centrale Commissie van Rapport stelt voor om bij de taken van de herders en leraars direct na de catechese te noemen de geestelijke vorming van de jeugd en de arbeid onder hen, die van het Evangelie vervreemd zijn. Hierover komt een brede discussie. Tegen deze verwisseling pleit, dat dan de verkerkelijking van het leven te ver gaat; deze taken moeten onder het apostolaat worden gezien en daarom bij hetgeen aan de herders en leraars wordt toevertrouwd achteraan komen. Anderen echter pleiten vóór deze verwisseling, omdat de geestelijke vorming van de jeugd, de zorg voor de jeugd in het derde milieu, toch ook als kerkelijk jeugdwerk dicht bij de catechese staat. Het amendement wordt verworpen.
Voorgesteld was ook bij de ambtsplichten te voegen : de leiding van begrafenissen. Na enige discussie, waarbij bleek, dat de Commissie voor de Kerkorde unaniem en nadrukkelijk contra was, werd dit amendement met 16 stemmen voor, verworpen.
Besproken en verworpen wordt het amendement om alleen over bevestiging en niet daarnaast over inzegening van het huwelijk te spreken.
De taak-omschrijving der predikant-evangelisten wordt aldus, dat aan hen in het bijzonder is toevertrouwd de verkondiging van het Evangelie, de geestelijke zorg en het onderricht ten behoeve van hen, die van het Evangehe vervreemd zijn, om door deze arbeid mede werkzaam te zijn aan de kerstening van de wereld. In plaats van „eredienst" wordt gelezen ,,kerkdienst", dus : „de ambtelijke tegenwoordigheid in de kerkdienst". De leeftijdsgrens van de ouderling zal in de ordinantie moeten worden geregeld.
Na enige discussie wordt de beslissing ten aanzien van de ouderling-kerkvoogd aangehouden tot het overleg met de Kerkvoogdijen heeft plaats gevonden en de betreffende ordinantie is behandeld.
De taakomschrijving der diakenen wordt aldus geformuleerd in de tweede alinea: „staande te midden van de sociale noden van het volk hun kennis dienaangaande dienstbaar te maken aan de voorlichting van de Kerk, opdat deze ook overheid en samenleving wijze op haar roeping, de gerechtigheid te betrachten". Geschrapt wordt: ,,naar de orde, van Christuswege aan de Kerk gegeven". Deze schrapping werd goedgekeurd met algemene stemmen.
Er ontstaat een belangrijke discussie over de betekenis van het ambt, over het apostelambt, het ambt der gelovigen, de drie ambten, de verhouding van ambt en bedieningen. Het Moderamen zal in overweging nemen, of men een commissie ter bestudering van dit probleem in het leven zal roepen. De spreker, hier in het bijzonder aan het woord, wil uitgaan van het ene ambt, het ouderlingenambt, ouderlingen, die het Woord prediken en ouderlingen, die de mensen onder het Woord brengen. Daarnaast zijn er bedieningen als antwoord van de gemeenten, aan het hoofd de diaken. Wanneer de Synode nu echter op deze overwegingen in gaat, zou een heel nieuw ontwerp nodig zijn; Men besluit het ontwerp niet opnieuw naar de Commissie voor de Kerkorde te zenden. Een ander lid had intussen nog gepleit voor de nood in het diakenambt.
De Synode besluit artikel 4 te aanvaarden, behoudens de passage over de ouderling-kerkvoogd en over de ambtstaak van de diaken.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's