De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Verslag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Verslag

7 minuten leestijd

van de vergadering der Generale Synode op Woudschoten te Ausievlitz van 8 tot 14 Juli 1948

Artikel 5.

Het einde van de eerste alinea Wordt gelezen : ,,wordt de regering der Kerk uitgeoefend in vergaderingen, waarin de ambten bijeenkomen".

De naamgeving van het ministerium enz., wordt ministerie. Dat klinkt wat Hollandser. Verder nog enkele verduidelijkende redactiewijzigingen, die er vlot doorgaan.

Een der leden pleit voor een plaats onder de ambtelijke vergaderingen van een predikantenconvent, dat zich vooral met de voorbereiding en het voeren van het kerkelijk gesprek zou hebben bezig te houden. De Voorzitter verwijst naar ordinantie 13, art. 6, waarin het bedoelde is opgenomen. Een ander lid stelt voor, dat in al. 3 de inperking van de macht der meerdere vergaderingen zal volgen op het noemen van het werk, dat zij hebben te doen. Men wijst er echter op, dat het juist nodig werd geoordeeld — op het voetspoor van de Dordtse Kerkenorde — om ongewenste macht en machtsmisbruik te weren. Wat het eerste voorstel betreft, blijkt, dat het in art. 5 gaat om de regering der Kerk, terwijl de beoogde arbeid daaronder niet valt. De zaak zal bij de behandeling der ordiantie nader worden besproken.

Een voorstel om de benaming Kerkvoogdij te veranderen, wordt teruggenomen totdat over de ouderling-kerkvoogd in het geheel zal worden gesproken.

Artikel 5 wordt met algemene stemmen aanvaard.

Artikel 6. De organen van bijstand.

Een der leden voelt hier een episcopale bedreiging. De organen van bijstand zullen meer zijn dan de dienende deputaten. Er is gevaar voor een kerkelijke bureaucratie : 40 raden en werkgroepen, 48 onderdelen. De Kerk moet gehoord worden en de Generale Synode moet dat niet van bovenaf doen. (Voorbeelden : Kerk en Wereld, I.K.O.R.-regeling). Wij moeten aan de grondvergaderingen volledig recht laten wedervaren.

Een volgende spreker acht, dat al. 2 te sterk van boven naar beneden regelt. Het is niet juist, dat een classicalè vergadering alleen in overleg met de Generale Synode een orgaan van bijstand kan instellen. Zij rtioet zelf eigener beweging en zonder veto-gevaar dit kunnen doen.

Een derde spreker zegt, dat men de deputaatschappen, van ambtsdragers dus, niet kan laten opgaan in de organen van bijstand. Deze laatste zijn wel nodig, maar ze moeten niet te duur en niet te duurzaam of zelfstandig worden. Ook deze spreker pleit voor het horen van de classicale vergaderingen.

Een volgende spreker pleit als derde voor zelfstandigheid van de classicale vergaderingen.

De algemeen gedelegerde wijst er op, dat het gaat om een goede bewerktuiging van onze Kerk. Daarom hebben wij bekwame mensen nodig, die voor bepaalde diensten niet altijd onder de ambtsdragers zijn te vinden. Deze organen hebben een dienende functie, ook de deputaten in de Gereformeerde, Kerken zijn er in groten getale. De leden hunner Synode hebben andere deskundigen er bij.

Een der leden wijst er op, dat voorlichting en geestelijke leiding dicht aan elkaar zijn verbonden. Geven de organen van bijstand voorlichting aan Synode en andere ambtelijke vergaderingen, of ook aan de Kerk in haar geheel en dan dus zonder dat de Synode zich hierover heeft beraden en uitgesproken ? In het tweede geval zal de invloed der organen in feite wel zeer groot zijn.

De Voorzitter van de Centrale Commissie van Rapport wijst er op, dat de deputaten volgens D.K.O. ook door de Synode werden benoemd, zonder de Classicale Vergaderingen te horen. Ook hij zou in al. 2 willen spreken van: na overleg, om te preciseren, dat de grondvergadering van eigen rechte is.

De Secretaris van de Commissie voor de Kerkorde wijst er op, dat de regering der Kerk door de ambtsdragers hier gesteund en gecompleteerd wordt door de gemeente en de gemeenteleden. Hier is een waken tegen de ver­absolutering van het ambt, hier komt het algemeen priesterschap der gelovigen naar voren. Het is dus niet alleen een practische aangelegenheid voor het werk der Kerk, het gaat tevens om een prihcipiële inschakeling van de gemeenteleden. Men lette er op, dat volgens de ordinanties vele organen van bijstand mede zijn ingesteld. De nieuwe moeten dan worden ingevoegd en kunnen niet buiten verband met het bestaande. De Secretaris heeft geen bezwaar er tegen, dat er een losser verband komt, dan al. 2 momenteel aangeeft. Het geven van voorlichting is een delegatie van de verantwoordelijkheid der ambtelijke vergaderingen, maar de leden der organen zitten niet langer en niet vaster dan de leden van de ambtelijke vergaderingen. De autoriteit berust op hetgeen zij aan dienstbetoon produceren.

Een der leden pleit er nog eens ernstig voor, dat wij de gemeenschap in de Kerk in al haar geledingen moeten bewaren, d.w.z., dat er dus ook gemeenschap is tussen algemene Kerk en plaatselijke gemeente. Hierbij aansluitend wijst een der leden van de Commissie voor de Kerkorde er op, dat de deputaatschappen in tegenstelhng met de organen van bijstand, die gebonden zijn tot dienstbetoon aan de ambtelijke vergaderingen, de regering en de ambtelijke macht veel sterker zullen uitoefenen. De organen van bijstand zijn versoberde deputaatschappen. Als men de Classicale Vergadering bij het instellen van een orgaan van bijstand alleen maar hoort, dan juist zal de eigen macht der Synode groeien. De voorlichting, waarvan men gevaar ducht in de richting van leiding bezijden de ambtelijke vergaderingen, moet gezien worden als bijstand voor de benoemende vergadering, met name van de Synode, maar zij zal alleen goed kunnen werken, wanneer de Kerk in al haar geledingen daarbij betrokken wordt om op de juiste wijze een officieel gezaghebbend woord der gehele Kerk voor te bereiden ; ook de discussie in de Kerk moet haar goede regel worden gehouden en dit kan de Kerk alleen maar dienen.

De Scriba der Synode pleit nog eens voor een gemeenschappelijk beleid, waarin de verschillende inzichten worden ingebracht en waar door het geheel kan worden gediend. Men zij dus uiterst voorzichtig om ieder zijn eigen gang te laten gaan en ook om zonder algemene deskundigheid aan het werk te tijgen. Een der leden wijst er nog eens op, dat in de Gereformeerde Kerken inderdaad de deputaten er op uit gaan, maar in de organen van bijstand is de richting naar de Kerk en de vergaderingen toe; dit is sterker op dienstbetoon gericht en zo moeten wij het hebben. Verder pleit deze spreker tegen een wilde woekering van organen ; heeft een zaak levensvatbaarheid, dan zal toch de Synode dit wel erkennen. Een ander lid geeft deze gedachte ; de technische deskundigheid der organen zal sterker op zich zelf worden gevoeld en worden aangeboden, wanneer de Kerk tot belijdenis komt van haar uit de Bijbel geputte richtlijnen voor het leven , dan komen de organen van bijstand er vanzelf niet meer toe om zich te sterk in de geestelijke leiding te mengen.

De Praeses geeft een uitvoerig en duidelijk resumé van de niet altijd even heldere discussie. Wij zoeken allen naar een regeling, waarbij het recht en de eigen verantwoordelijkheid, het eigen initiatief der classicalè vergaderingen, trouwens ook der provinciale kerkvergadering en van de kerkeraad, wordt vastgehouden en gestimuleerd. Een ordinantie voor de organen van bijstand in het algemeen is wel zeer gewenst. De Voorzitter van de Centrale Commissie vraagt of de angst voor de organen niet ook angst is om de deputaatschappen. Dat waren toch organen vanuit het oude gereformeerde kerkrecht. En wat zouden wij kunnen spreken en doen in de practijk, wanneer deze organen geheel werden afgesneden ? Dan komen wij tot de zwijgende en rustende Kerk, die wij hoopten te verlaten. De Secretaris van de Commissie voor de Kerkorde stelt voor; geen afzonderlijke ordinantie op de organen van bijstand, maar. enige artikelen in de ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

De discussie gaat nog in ruime mate verder. Besloten wordt, dat de Generale Synode alleen organen van bijstand in het leven zal roepen, wanneer hun arbeid bij ordinantie is geregeld.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit het Verslag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's