Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
118)
De oude heer zag hem daar staan en dacht nu zeker, dat hij om gastvrijheid wilde vragen, maar daar niet de moed toe vond. Hij wenkte hem licht met de hand en sprak enige woorden naar binnen, in de tent. Samuel trad met een bescheiden groet en met een vragende blik naderbij ; een vrouw bracht hem een aarden kop vol geitenmelk en wat brood. Hij bedankte verrast, en wou dat ook staande gaan nuttigen, maar de Sjeik wenkte hem, dat hij zou neerhurken op een hoek van het tapijt, waar hij zelf ook op zat. Wat bedeesd gehoorzaamde Samuel en bekeek inmiddels, terwijl hij at, 't goedaardige en trotse gelaat van de oude man. Deze richtte geen enkel woord tot hem, ook niet, toen Samuel met een paar Arabische klanken zijn dank uitsprak. Hij kreeg alleen maar een heel licht hoofdknikje en voelde nu wel. dat het meer om eigen eer dan uit belangstelling voor een medemens was geweest, dat de rijke heer hem deze gastvrijheid had bewezen. Dit had plaats in de nabijheid van het graf van Rachel. De stammoeder, als zij eens had kunnen opstaan en om zich heen kijken, zou hebben kunnen denken, dat zij eerst gisteren haar doodslaap was aangevangen.
Eindelijk, die avond, na een inspannende mars, kondigde de nabijheid van een plaats van betekenis zich aan door de betere bearbeiding van de bodem. Eerst was het gecultiveerd akkerland, toen kwamen er olijventuinen en wijnbergen, waar de wachttorens van de stad overheen keken, dan tenslotte een hele rij groentetuinen, waar tuinhuisjes tussen stonden. Dan voerde de weg tussen stenen tuinmuren door, om eindelijk in een poort uit te monden. Als bij het eerste binnengaan van Jeruzalem, wierp Samuel zich ook hier op de grond om te bidden. Toen zocht hij in de kronings- en residentiestad van Koning David, geheel uitgeput een Joodse herberg op.
Ondanks zijn vermoeidheid, kon hij maar weinig slapen, zó sterk vervulde hem hier het verleden, reiner en inniger nog dan in Jeruzalem, en zó groot was zijn vreugde reeds vooruit over hetgeen hij zou te zien krijgen. Het oude Kirjath Arba, de oudste stad van Tanach, was zo vol sprekende herinnering, die vruchtbare, uit wier tuinen Kaleb de druiven had gehaald, welke stad hem later uit dank was afgestaan, daarna aan Edom verloren en door Judas de Makkabeër terugveroverd, — een kleinood van Israël, tot de Romeinen ook aan deze stad het lot van Jeruzalem bereidden !
Zo vroeg als hij maar durfde, verliet hij de volgende morgen het huis. Hij wandelde de muren van de stad rond, drukte hun vorm en omgeving diep in zijn herinnering, keek naar de gesteldheid van de bodem, genoot van het ruime vergezicht en bezielde iedere plek met de voorstelling van hetgeen daar geweest en gebeurd was, totdat hij dag en eeuw vergat.
Zo bereidde hij zich er op voor, om het grootste te gaan zien, wat Hebron had, om dan met die alles overtreffende ervaring huiswaarts te kunnen keren. Zijn verwachting was thans onbeschrijfelijk sterk gespannen.
Toen de zon het midden van de voormiddag aangaf, vroeg hij voor een van de weinige Joodse huizen een vrouw naar de weg. Zij wees hem een hoog boven de daken uistekende koepel. Een schrik, waaraan hij geen uitdrukking wist te geven, ging door hem heen ; hij durfde niet verder te informeren, maar liep de straatjes door in die richting.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's