De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Verslag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Verslag

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

van de vergadering der Generale Synodeop Woudschoten te Austerlitz van 8 tot 14 Juli 1948

Artikel 8. Het apostolaat.

In de derde alinea kleine omzetting en andere interpunctie. De Centrale Commissie stelde voor ook naar Markus 16 vs. 15 te verwijzen ; besloten werd — volgens de norm in de gehele Kerkorde gevolgd — géén bijbeltekst op te nemen. De derde categorie van alinea 1 wordt, aldus gelezen : „door de verbreiding van het evangelie en de voortdurende arbeid aan de kerstening en de voortgaande reformatie van het volk".

In alinea 2 vervallen, op voorstel van de Raad voor Kerk en Israël, de uitdrukkingen : „bepaaldelijk uit het Oude Testament" en „de Kerk als Zijn lichaam, het nieuwe volk Gods".

De laatste ahnea wordt gelezen : „De Kerk richt zich in de verbreiding van het evangelie tot hen, die daarvan zijn vervreemd, om hen terug te brengen tot de gemeenschap van Christus en Zijn Kerk en wendt zich in de verwachting van het Koninkrijk in de arbeid der kerstening tot overheid en volk, om het leven naar Gods geboden en beloften te richten".

Namens de Commissie voor de Kerkorde wordt uitgelegd, hoe men gepoogd heeft om de verbinding van de Kerk tot Israël en tot de heidenen onder tweeërlei naamgeving te stellen. Immers de verbinding van Israël tot de Kerk en tot het evangelie is een zeer bijzondere. Aan hen zijn de woorden Gods toebetrouwd. De verhouding als „gesprek" beduidt  zij hebben de waarheid, staan in de waarheid, het moet slechts te voorschijn gebracht worden. Dit is de grote zaak, waartoe wij zijn geroepen.

Evenzo wordt een uitleg gegeven van het woord : apostolaat. Er is drieërlei: gesprek met Israël, zending onder de heidense naties, de kerstening en evangelisatie. Dit alles kan onmogelijk gevat onder het éne woord zending. Dit woord is niet verkeerd. Bij Rome is de Kerk de zendende instantie; bij ons zendt God de Kerk in de wereld. Er is gepoogd hier een nieuwe bepaling te geven van de verhouding van de Kerk tot de Apostelen. Het apostohsche ambt leeft voort in het apostohsche woord en in de apostolische functie der Kerk. De zending moest ingebouwd worden, want van origine had de gereformeerde kerkorde hiervoor geen plaats. Het apostolaat. geeft de dimensie van het gesteld zijn in het Rijk Gods.

Tegen het amendement om de taak van het apostolaat anders te entriceren, werd van verschillende zijden opgekomen voor de prioriteit van het gesprek met Israël. Israël is niet alleen eerste object, maar zelfs eerste subject van het apostolaat.

Artikel 8 wordt met algemene stemmen aanvaard.

Er wordt nog gediscussieerd over het opschrift: apostolaat of zendinsgopdracht. Het eerste is vreemd, niet Nieuw-Testamentisch geboden, anders dan het gebruik in het oecumene ; het tweede is gangbaar. Daartegenover staat, dat ook het Nieuwe Testament het woord niet beperkt tot de twaalf. Het woord is breder en dieper voor ons geworden, dan het oude woord zending. Dit „modewoord" is een oecumenisch signaal, een bijdrage aan het oecumenisch gesprek.
Artikel 10.

In de derde alinea wordt gelezen: Jezus Christus.

Algemene beschouwingen.

De eerste spreker vraagt naar het verschil tussen de openbaring van de drieënige God en de drieënige God. Is in het belijden ook begrepen de belijdenis van de Christelijke Kerk en de Reformatorische Kerk ?

De tweede spreker vraagt om klaarheid over de term : gehoorzaam aan de Heilige Schrift, en : in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen. Hier kan leertucht uit ontstaan. Is gehoorzaamheid aan Gen. 1 tot Openb. 22 bedoeld of gaat het om gehoorzaamheid aan de boodschap, daarin vervat ? Is er gedacht aan een openbaringstriniteit of aan de wezenstriniteit ? Het antwoord hierop geeft ook uitleg van de eerste belijdenisvraag. Men leze liever : de belijdenis van God de Heer, in zijn drieënige openbaring.

De derde spreker wil lidmaten bepalen door belijdende leden.

De vierde spreker pleit voor de Geneefse catechismus, op te nemen onder de belijdenisschriften.

De vijfde spreker is dankbaar voor de spanningen in dit artikel. Daarom moet er niet te veel aan gedokterd worden. Het eschatologisch element moet nog sterker naar voren komen. In de eerste alinea voege men in.: zich strekkend naar de toekomst van Jezus Christus.

De zesde spreker wil graag het accent sterker laten vallen op het gezag van de Heilige Schrift. Hij geeft daarvoor een formulering van alinea 1 en 3. De zevende spreker legt bijzondere nadruk op de waarde van de Kerkorde als instrument om tot het rechte belijden van de Waarheid Gods te komen en zo tot de rechte eenheid of tot afscheiding. Het instrument is belangrijk, maar het is betrekkelijk. Laat men de formulering van de Commissie voor de Kerkorde nemen als een goed, christelijk compromis, laten wij in vertrouwen op de kracht van het Woord en de Geest met-elkander gaan werken en worstelen. Door wantrouwen of door het trekken naar twee kanten komen wij er nooit, maar, wat meer is, zo behoort het ook met in de Kerk.

De achtste spreker pleit voor kortheid en Soberheid. Hij is dankbaar voor de verbetering, vergeleken bij het reglement van 1816. Hij pleit voor nadere precisering : enige bron, enige regel des geloofs, overeenstemming met de belijdenis der Kerk. In de laatste alinea worde onderscheiding gemaakt tussen belijden en belijdenis. Wat hebben wij aan de belijdenis ? En als wij dat weten, dan zullen wij ook wel actueel belijden.

De algemene beschouwingen over artikel 10 gaan voort.

De eerste spreker van deze morgen dringt aan op klaarheid over de uitdrukking : „openbaring van de drieënige God". Hij merkt op, dat het apostolicum en het Athanasianum geen geestelijk eigendom kunnen heten van de algemene Christelijke Kerk ; immers de Oostersorthodoxe Kerk erkent deze niet, althans niet volledig. In de derde alinea is te sterk nadruk gelegd op de belijdenis der vaderen en te weinig nadruk op de verantwoordelijkheid voor het heden ; hij geeft voor de derde alinea een hiermee overeenkomende formulering. Bij het opzicht is te veel aan de ambten en de ambtsdragers gedacht en te weinig aan de gemeenteleden. Ook zij, ja zij allereerst hebben een opdracht ook over hen, ja, over hen allereerst behoort opzicht gehouden te worden.

De tweede spreker oordeelt, dat men zich moeilijk het volle leven der Kerk kan voorstellen in de uit de Schrift geputte belijdenis. Het belijden is wel heel sterk naar de kant van Woord en Schrift getrokken. Alles is toch wel heel sterk ambtelijk gedacht.

De derde spreker heeft grote eerbied voor de wijze, waarop de Commissie voor de Kerkorde hier heeft geformuleerd. Hij heeft neiging om niet te amenderen. De formule biedt geen waarborg voor de belijdenis van de Waarheid; in de 18e eeuw was de formulering goed, maar belijdenis en leven slecht. Wat moeten wij echter met dat zich bewegen in de weg van het belijden der Kerk. Wat zijn, zie ordinantie 4, de fundamenten der Kerk en wat is de weg, waarin zich het belijden der Kerk beweegt ? Denk aan de voorrede van de Evangelische gezangen, denk aan de leer der Hervormde Kerk van Scholten. Was dit dan de weg van het belijden der Kerk ?

De vierde spreker wil nog duidelijker uitgedrukt hebben het gezag van het Woord, waaronder wij ons te stellen hebben. Bij de opsomming in de derde alinea behoren z. i. ook de orden van dienst.

De vijfde spreker, de algemeen gedelegeerde, wijst er op, dat in dit artikel het lied van het belijden der Kerk klinkt. Dit artikel moet gezien worden in de apostolische opdracht. Er moet gezegd worden: gij zult geen afgoden hebben. Met beschaamdheid moet gezegd worden, dat de Kerk in de loop der eeuwen gefaald heeft in het belijden. In de plaats van de Schrift kwam vaak de belijdenis. Het ligt niet in de lijn van Gods Woord en Gods barmhartigheid om nu de ondertekening te vragen van de drie formulieren. Het gaat om de ware religie in het belijden. Deze formulering is, als men ziet waar het om gaat, zo klaar. Door wiskundige formulering wordt toch niemand vast gezet. Een ander behoeft niet te worden zoals ik, maar samen moeten wij naar Christus. De Kerkorde geeft de weg aan, maar wij moeten niet forceren. De preciesheid van de formulering scheidt, maar de inleiding in de verborgenheid der godzaligheid wint.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Uit het Verslag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's