Waarom deze geschiedenis opgehaald ?
Op verzoek van de heer de Jeu, wil ik gaarne de volgende mededeling doen aan de lezers van de Waaïheidsvriend, die zich zijner nog wel zullen herinneren uit de gedichten van zijn hand destijds in ons orgaan opgenomen.
De heer de Jeu heeft niet begrepen, dat ik aIs penningmeester van de. Classicale Zending van buiten af bij de rechtszaak ben betrokken en als getuige gedagvaard, maar heeft mij een en ander persoonlijk kwalijk genomen. Wie de aanklagers zijn geweest, is de heer de Jeu en mij tot op heden niet bekend.
In een persoonlijk gesprek heb ik hem duidelijk kunnen maken, dat ik geen aanleiding heb gevonden om hem voor de rechter te dagen wegens een niet ontvangen post van ƒ 14.50, gezwegen nog van zoiets te doen zonder hem daarover te hebben gesproken. Aan enig opzet tot verduistering heb ik niet gedacht te meer, daar de heer de Jeu nog kort te voren een bedrag van ƒ 1000.— voor de Zending aan mij had overgedragen. Het doet mij daarom genoegen, dat ons onderhoud opheldering heeft gebracht.
(Harderwijk. sept 1948)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's