RAPPORT OVER HET BEHEER
Het Hoofdbestuur der Vereniging van Kerkvoogdijen heeft aan de leden toegezonden een rapport over het concept-ontwerp nieuwe kerkorde voor zover voor de kerkvoogdijen van belang. Hierin worden de bezwaren, die bij de kerkvoogdijen gerezen zijn besproken en voorstellen gedaan tot verbetering. Om enige indruk hiervan te geven moge ik het volgende noemen, waarnaar het hoofdbestuur wenst te streven.
De ouderling-kerkvoogd moet op zijn verzoek ontheven worden van bepaalde werkzaamheden. Het college van notabelen moet blijven, daar waar het gewenst wordt en tevens als kiescollege van kerkvoogden blijven dienen.
De begroting en de rekening worden, na ter kennisname van de kerkeraad te zijn gebracht, definitief door de kerkvoogdij vastgesteld, behalve bij geschil. Dispensatiemogelijkheden van de niet-verkiesbaarheid van ouderlingen-kerkvoogd na 12 jaren. Benoeming van kosters en organisten door de kerkvoogdij, na overleg met de kerkeraad. Ouderlingen-kerkvoogd beslissen zelf over het afstaan der kerkgebouwen voor niet-kerkelijke doeleinden. Andere, meer uitvoerbare, regeling in de grote steden dan de voorgestelde wijkkerkvoogdijen, tenzij in het plaatselijk reglement een oplossing te vinden is. Sterke beperking der voorgestelde Raden en Commissies en daardoor beperking der kosten. De beslissing over nieuwbouw en restauratie van Kerken behoort bij de plaatselijke ouderlingen-kerkvoogd, na advies der Bouw- en Restauratiecommissie. De vrouw worde ook benoembaar tot ouderling-kerkvoogd.
Ofschoon hierin vele verbeteringen genoemd zijn blijven er bij mij nog ernstige bezwaren leven, waaraan niet is tegemoet gekomen. Het zal zaak zijn voor alle kerkvoogdijen, die deze mening delen op de komende vergadering van kerkvoogdijen hun mening tot uiting te brengen.
Reeds eerder heb ik gewezen op de artikelen van Wezel (1568), waar in art. 16 gezegd wordt: Wij oordelen, dat het slecht met het ambt van Ouderling overeenstemt, dat hun worde opgedragen het uitgeven en het verzorgen van de kerkelijke goederen, van welke aard die ook mogen zijn of waar vandaan die ook mogen komen. Trouwens, dat zal een ieder duidelijk zijn, die de moeite neemt eens de taak van de ouderling uit zijn bevestigingsformuher over te lezen en dit te vergelijken met het werk van de kerkvoogd. Het komt mij dan ook voor, dat er moet komen de bediening van kerkvoogd. Voor het noodzakelijk contact met de kerkeraad kan men jaarlijks een of twee gemeenschappelijke vergaderingen voorschrijven ter bespreking van de begroting en aanhangige vraagstukken van gemeentelijk belang.
Het Hoofdbestuur stelt een nieuw artikel 9 van Ord. 16 over de begroting voor. Hiervan luiden de 6e en 7e alinea : Binnen veertien dagen na de vaststelling van de begroting wordt een afschrift daarvan toegezonden aan de provinciale kamer van toezicht, die bevoegd is met de kerkvoogdij over wijzigingen en aanvullingen in overleg te treden. Mocht dit overleg — ten aanzien van finantiëel niet verantwoord geachte uitgaven of nalatigheid van bij Ordinantie voorgeschreven posten — niet tot overeenstemming leiden, dan worden ingevolge art. 5 van Ordinantie 18 de bezwaren daartegen ter kennis gebracht van de generale kamer van toezicht, die terzake een eindbeslissing geeft.
Door deze laatste bepaling raakt de kerkvoogdij de zeggenschap over de financiën der plaatselijke gemeente kwijt. Er zijn niet minder dan zes kassen voorgeschreven, waaronder de generale kerkvoogdijkas. Men is nog steeds nalatig gebleven om te vertellen, waarvoor deze moet dienen. De organisatorische onkosten worden immers uit de kas der administratiekosten betaald. Ik heb er reeds eerder op gewezen, dat hier de mogelijkheid wordt geopend om gelden van de ene gemeente over te hevelen naar de andere. Orthodoxe gemeenten zullen dan verplicht kunnen worden mede te betalen aan niet-orthodoxe gemeenten. Zullen de gemeenten hun finantiële zelfstandigheid behouden dan is het noodzakelijk, dat de 7de alinea uit het door het hoofdbestuur voorgestelde artikel 9 vervalt. Voorts is het nodig, dat de generale kerkvoogdijkas uit art. 15 van ord. 16 vervalt.
Indien het instituut van ouderling-kerkvoogd zou gehandhaafd blijven heb ik ernstig bezwaar tegen de benoembaarheid van de vrouw daarin. Ofschoon er tegenwoordig wel enige moed toe behoort om zich tegen de benoembaarheid van de vrouw in het ambt te verzetten, zal ik toch zo vrij zijn dit te doen. Men heeft zelfs durven beweren, dat de bezwaren wortelen in traditienalisme of in primitief heidense instincten! Deze lieden wil ik tegemoet voeren, dat ondanks de exegeten van vandaag, de gegevens van de H. Schrift dit zeer nadrukkelijk verbieden. Dat de exegeten van tegenwoordig kans zien om met allerlei redenaties te trachten , de H. Schrift pasklaar te maken voor de moderne tijdgeest moeten zij zelf maar verantwoorden. Ik wens een dergelijk ter zijde schuiven van m.i. duidelijke uitspraken niet te aanvaarden. Daarom wens ik mij te blijven verzetten tegen de benoembaarheid van de vrouw in het ambt, ook in dat van ouderling-kerkvoogd.
In ord. 18 art. 21 wordt bepaald, dat voor het verhuren en verpachten van eigendommen de goedkeuring van de kamer van toezicht vereist is.
De regeling voor de gemeenten onder toezicht maakt een uitzondering voor het verhuren van huizen. Wanneer men dus een huis, dat b.v. twee gulden per week huur doet, aan een ander verhuurt, moet men eerst toestemming vragen ! Dat gaat m.i. te ver.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's