De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERBOND EN KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERBOND EN KERK

7 minuten leestijd

Algemene en bijzondere verkiezing, uitwendig en inwendig Verbond, zijn onderscheidingen, die enigermatie hetzelfde beogen. Het eerste wordt duidelijk aan het volk van Israël, Israël als volk in zijn geheel voorwerp van algemene verkiezing, terwijl het zaad Abrahams in geestelijke zin dan object van bijzondere verkiezing zou zijn. De verkiezing van Israël, aan hetwelk de woorden Gods werden toebetrouwd, Israël als volk, is te midden der natiën tot een getuige des Heeren gezet. Als zodanig is het drager van de beloften, geroepen om de profeten voort te brengen, ja om, zoveel het vlees aangaat, de Christus voort te brengen.

Gans het volk heeft in al zijn geledingen deel gehad aan het werk der openbaring en van de vervulling van de Raad Gods. In de geschiedenis van Israël zijn daarbij op verschillende wijze ook de heidenen betrokken. De verkiezing Israels staat alzo in de dienst van de grote werken Gods. die Hij bij zich zelf had voorgenomen in Christus.

Gans Israël is dienstbaar aan de vervulling van het genadeverbond, en in zoverre staat het ook onder het Verbond of in dienst van het Verbond en derhalve ook enigermatie in het Verbond. Het is geen gewone uitdrukking, maar men zou kunnen zeggen : Israël is door God tot orgaan van het genadeverbond, of wil men, van Zijn openbaring en vervulling gezet. Ook in deze dienst is Israël de knecht des Heeren. In zijn nationale verkiezing staat het onder de volkeren der aarde als Gods volk, temidden van het welk God wil wonen. Nochtans blijft Zijn inwoning in Israël een verborgenheid. Hij woont tussen de Cherubs. Rondom Hem zijn wolken en donkerheid. Hij woont in het Heihge der heiligen. De inwoning is een verborgenheid. Israël bewaart de inwoning Gods als een verborgenheid. De ware Israëliet heeft het in verborgen omgang verstaan. Psalm 25 : 14. Job 29 : 4, Psalm 73 : 17.

Deze verborgenheid, die alleen in het geloof kan worden verstaan, is het eigenlijke mysterie van het genadeverbond, hetwelk in Christus is geopenbaard : ,,Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven, om in bedeling van de volheid der tijden wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is en dat op de aarde is, in Hem, in welke wij ook een erfgenaam geworden zijn, wij die tevoren verordineerd waren naar het voornemen desgenen, die alle dingen werkt naar de Raad van Zijn wil, opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij die eerst in Christus gehoopt hebben." (Efeze 1 : 9 v.v.).

De apostel Paulus tekent ons hier de verborgenheid van Gods wil naar Zijn welbehagen, dat is dus de verborgenheid van het genadeverbond.

Hoewel Israël het volk des Verbonds is, blijft nochtans het welbehagen Gods een verborgenheid. Het is niet alles Israël wat Israël genoemd wordt. De apostel wijst op het woord van Jesaja : „Al ware het getal der kinderen Israels gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden." En Paulus verklaart dit nog nader : „maar Israël, dat de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom ? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet." Rom. 9 : 29v.v. Dit woord van Paulus sluit niet uit, dat zulk geloof in Israël niet is gevonden. Daarvan getuigen de profeten. Denk aan Habakuk: De rechtvaardige zal uit het geloof leven, aan de psalmen, aan allen, die op Christus gehoopt hebben. En Paulus zelf, als hij vraagt: „Heeft God dan Zijn volk verstoten" ? Dan wijst hij op zichzelf. (Rom. 11: 1). Zo wil hij dus uit het geloof der weinigen aantonen, dat God het volk als volk niet heeft verstoten. Uit het feit alzo, dat het genadeverbond openbaar wordt in Paulus en anderen, wordt de verkiezing van Israël bevestigd.

Uit deze dingen blijkt dus klaar, dat Paulus onderscheid maakt tussen het volk Israël en degenen, die in Christus Jezus zijn. Dat heeft hij ook te voren reeds duidelijk gemaakt. Zie Rom. 2 : 28 : ,,Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is, noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar, in het vlees is, maar die is een Jood, die het in het verborgen is ; en de besnijdenis des harten ; in de geest, niet in de letter, wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God." Jood is n.l. Godlover, die Gode lof geeft.

Paulus. kent dus openbare Joden en verborgen Joden, een openbare besnijdenis en een besnijdenis des harten, dat is geestelijk.

Laat ons deze dingen nu eens op het Verbond overbrengen. Er is een openbaar Israël en een verborgen Israël, m.a.w. een openbaar Verbondsvolk en een verborgen Verbondsvolk, en dan ook een openbare verkiezing en een verborgen verkiezing. In het verborgen Verbondsvolk, al is het slechts in één verkorene als Paulus, wordt de openbare verkiezing Israels bevestigd.

En nu de kerk des Nieuwen Verbonds !

Staat het met haar nu anders als met Israël ? Is er niet aanleiding om ten aanzien van de kerk in haar zichtbare verschijning en over de openbare Doop (en belijdenis) het woord van Paulus over te nemen : Er is een openbare kerk en een verborgen kerk, een openbare Doop en een Doop des Geestes.

De besnijdenis was geen sacrament, maar het was toch zeker een sacramentele handeling en de wijze, waarop Christus spreekt van de besnijdenis des harten en waarop Paulus spreekt van de besnijdenis in de Geest, rechtvaardigen zonder beding, dat de woorden van deze apostel op de Doop worden overgebracht.

Wat hij van de Jood zegt, kan gevoegelijk ook van de Christen worden gezegd : Hij is niet een Christen, die het in het openbaar is, maar die is een Christen, die het in het verborgen is, n.l. die in de verborgenheid des geloofs is ingeleid.

De openbare kerk en de verborgen kerk verschijnen dan in hetzelfde licht en in dezelfde innerlijke verhouding als het volk Israël en het ware Israël, het zaad Abrahams naar de Geest, En evenals Paulus vraagt: Heeft God Zijn volk verstoten ? en daartegen opkomt onder verwijzing naar zijn eigen verkiezing, wordt de (algemene) verkiezing der kerk bevestigd door de werkingen des Geestes in de waarachtig gelovigen.

Daarom kan Calvijn ook zeggen, dat daar de ware kerk openbaar wordt, waar het Woord zuiver gepredikt wordt. Immers dat feit bewijst, dat er nog waarachtig geloof is, hetwelk die prediking brengt en onderhoudt. Daarom ook zullen de ware Christenen altijd bedacht zijn op de onderhouding der zuivere prediking.

Aan de andere kant weerhoudt ons het woord van Paulus om een kerk van alleen waarachtig gelovigen uit te willen zuiveren, gelijk de Dopersen zulks nastreven en tevergeefs.

Het Verbond Gods wordt openbaar in de openbare kerk, maar het is desondanks een verborgen Verbond, een verborgenheid Gods, welke in de vrucht der verkiezing, zijnde het waarachtig geloof, en dat persoonlijk, wordt gekend en verstaan. In deze bijzondere verkiezing wordt het openbaar Verbond bevestigd. De openbare kerk staat onder het genadeverbond, in dienstbaarheid aan het genadeverbond, als getuige van Christus in de wereld, en misschien ook enigermate in het Verbond, evenals het volk Israël. Doch in het Verbond der genade staan zij, die door het geloof uit het Verbond leven. Tussen het openbare en de verborgenheid des Verbonds, staat het mysterie der wedergeboorte, de Doop des Heiligen Geestes.

Zomin God in het oude Israël dit mysterie heeft prijsgegeven aan de openbare besnijdenis, heeft Hij dat in de zichtbare kerk prijsgegeven aan de openbare Doop. Het openbare Verbond stelde Israël onder de eis der Wet tot geloof in de beloften Gods, en het openbare Verbond der genade stelt de kerk onder de eis ener nieuwe gehoorzaamheid door het geloof in de Christus Gods en der mensen. De besnijdenis maakt niet zalig en de Doop maakt niet zalig, maar zij zijn beide gegeven, opdat God, de Heere, Zijn genade bevestige aan de kinderen van Zijn vrijmachtig welbehagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

VERBOND EN KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's