De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat is een Christus-belijdende Volkskerk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat is een Christus-belijdende Volkskerk?

6 minuten leestijd

Dat deze vraag gesteld wordt, bewijst, hoe onbevredigend de kerkelijke situatie is, waarin wij leven.

Ik bedoel nu niet het diep verval der Ned. Herv. Kerk, dat nu wel algemeen wordt erkend. Ook niet de vele mislukte pogingen om haar op te richten uit dit verval door middel van principiële bezinning en organisatie, zoals in de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond; of door voorstellen tot een reorganisatie, zoals er zovele zijn gedaan en telkens verworpen, tot in 1938 toe, toen het vuur van de tweede wereldoorlog reeds smeulde. Ook doel ik niet op de situatie, waarin wij leven sinds October 1945 en de invoering der „Werkorde", die ons een interims-Synode en een overgangstoestand bracht, die nog steeds niet is bekroond door een nieuwe Kerkorde en een definitieve Generale Synode.

Veel méér denk ik nu, in verband met een mij gestelde vraag, aan het onbevredigende in de situatie, die uitkomt in het kerkelijk gesprek. Er is zoveel spraakverwarring, zoveel vaagheid en onduidelijkheid in de woorden en begrippen, waarmede men schermt. Er wordt soms een felle discussie gevoerd vóór of tegen een bepaald begrip — en als men dan nuchter luistert of leest, wat de strijdende partijen elkander tegenwerpen, blijkt het soms, dat ieder dat begrip met eigen inhoud heeft geladen, met hetzelfde woord iets totaal-anders bedoelt, zodat men volkomen bij elkaar langs praat.

Zo staat de zaak wel heel sterk in de strijd, die sinds tientallen jaren wordt gevoerd tot op deze dag toe : over het begrip „Volkskerk". De voorstanders van de Volkskerk werpen hun tegenstanders voor de voeten, dat zij de Kerk als zodanig prijsgeven, om zich terug te trekken in het secte-wezen. De tegenstanders houden vol, dat een Volkskerk nooit een Christusbelijdende Kerk kan zijn, omdat wij van de meerderheid van haar leden, op z'n zachtst gesproken, nooit zeker zijn, of zij Christus begeren te belijden.

Er is inderdaad, alle reden voor de vraag, of een Volkskerk geen illusie is. Wij hebben in onze Herv. Kerk de praktijk voor ogen. De ervaring van meer dan een eeuw — misschien moeten wij zeggen : van drie eeuwen ! — wijst uit, dat het voor het welzijn van een Kerk, d.w.z. voor haar belijden van Christus, een bedenkelijk ding is, als zij in werkelijkheid slechts een kleine minderheid van belijders telt als haar kern, terwijl zij in theorie heel het volk omvat, of althans tracht te omvatten. Hoevelen zijn er niet, die alleen maar dooplid zijn, doch nooit tot een welbewuste, besliste belijdenis van Christus komen. Hoevelen zijn er niet, die alleen maar hun kinderen laten dopen, doch buiten de betrokken Doopdienst nooit de kerk bezoeken en niet de minste ernst maken met hun Doopbelofte bij de opvoeding van die kinderen.

Doch juist dit feit, dat ieder medelevend lid der Kerk telkens weer en telkens meer tot zijn ontsteltenis ontdekt, en waarmede wij als Kerk nooit vrede kunnen en mogen hebben - juist die grote schare van niet-medelevenden, van de Kerk vervreemden, die gedoopt zijn en laten dopen, brengt ons in een moeilijk parket, als wij op dit punt van onze Kerk weer verlangen een klare en heldere Christus-belijdenis.

Want Christus gaf Zijn Kerk het Doopbevel: „Gaat dan heen, onderwijst alle de volken, hen dopende in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb!" (Matth. 28 : 19).

Als wij als Kerk Christus willen belijden, dienen wij toch aan dit bevel gehoorzaam te zijn. Dan dienen wij te erkennen :

1e. dat de volken gedoopt moeten worden -— m.a.w. dat de Doop een teken en zegel is van Gods belofte, niet aan de individu, maar aan de gemeenschap. God richt Zijn Verbond op, niet met Abraham èn met Izaak èn met Jakob, èn met Ruben èn met Simeon èn met Levi en met elk der twaalf zonen van Jakob afzonderlijk als individuen - maar met Abraham èn zijn zaad als gemeenschap. En die gemeenschap noemt God Zijn volk, het volk des Verbonds — in Nieuw-Testamentische woorden; Zijn gemeente. Zijn Kerk ;

2e. dat door de besnijdenis ten achtsten dage onder het Oude Verbond inderdaad heel het volk omvat wordt, afgezonderd van alle vreemde volken en religies als Gods volk. Want onmondige, ja onbewuste kinderen ontvangen het teken en zegel van Gods belofte en eigendomsrecht — ja niet alleen de kinderen, maar ook al de slaven, zowel „de ingeborenen des huizes" als „de gekochten met geld van allen vreemde", zij delen in de zegeningen en voorrechten, dus ook in de roeping en verplichtingen des Verbonds. Evenals bij een ondertrouw geldt het ook hier : wie Gods trouwbelofte ontving, staat ook „onder de geboden";

3e. dat de genade Gods in Christus met Zijn verschijning in het vlees niet minder, maar overvloediger is geworden. Daarom kan de kring dergenen, die God wil rekenen tot Zijn volk, in elk geval niet enger en beperkter zijn geworden. Ook de kinderen rekent Hij er bij, derzulken is het Koninkrijk der hemelen. Daarom heeft Zijn Kerk niet slechts het recht, maar de plicht van de kinderdoop. Wie de kinderdoop verwerpt, beperkt eigenwillig de werkingssfeer van Gods verkiezende genade;

4e. dat de genade Gods niet afhankelijk is van vleselijke afstamming, maar van Gods belofte. De kinderen worden niet gedoopt, op grond van hun afstamming naar het vlees, maar op grond van de belofte, die God aan hun ouders en voorgeslacht gaf. Daar God Zijn belofte gaf, niet slechts aan Abraham en zijn zaad naar het vlees, maar ook aan allen, die leefden in zijn huis, binnen de sfeer des Verbonds, is er ook geen bezwaar, dat aangenomen kinderen ten doop gehouden worden door ouders, die zelf het teken en zegel van Gods belofte hebben ontvangen ;

5e. dat de Doop het teken en zegel is van Gods Verbond, niet individueel, maar collectief, voor de gemeenschap, die Hij Zijn volk v.'il noemen, betekent niet, dat de genade niet persoonlijk is. Dit blijkt wel heel scherp uit Matth. 28 : 19. Christus zegt: „Gaat heen, onderwijs alle de volken : dit woord is in de Griekse grondtekst onzijdig-meervoud/. Maar als Hij er aan toevoegt: „hen dopende", dan staat „hen" in de grondtekst in het mannelijk-meervoud. Christus heeft dus enerzijds voor ogen heel de volksgemeenschap, die Gods belofte ontvangt: ,,ook gij hoort er bij, ook u wil God rekenen tot Zijn volk!" - en aan wie die belofte betekend en bezegeld wordt — maar anderzijds heeft Hij óók voor ogen al de leden der volksgemeenschap en elk lid afzonderlijk, dat geroepen wordt tot het geloof, tot het persoonlijk aanvaarden van Gods belofte;

6e. dat héél de volksgemeenschap zo de belofte ontvangt en wordt geroepen tot Gods heil, wil niet zeggen, dat de genade automatisch ieders deel wordt, buiten alle verantwoordelijkheid, roeping en werkzaamheid der Kerk. Want de opdracht van Christus aan Zijn Kerk is niet slechts het dopen, maar ook het onderwijzen van alle de volken, het leren onderhouden van al Zijn geboden. Het Doop-bevel gaat gepaard met het /eerbevel, opdat het volk zijn Doop versta.

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Wat is een Christus-belijdende Volkskerk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's