De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET HUIS ISRAËLS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET HUIS ISRAËLS

9 minuten leestijd

Naar aanleiding van Rom. 2 : 28, waar de apostel Paulus spreekt van het openbaar Jood-zijn en het in het verborgen Jood-zijn, hebben wij diezelfde onderscheiding op het Christen-zijn overgebracht en op die wijze een overeenkomstige betrekking gevonden tussen het openbare volk des Verbonds Israël en de openbare kerk des Heeren.

Blijkens het zo even aangehaalde woord van de brief aan de Romeinen, wordt de verkiezing van Israël als volk des Verbonds bevestigd door de verborgen werking des Heiligen Geestes tot de uitnemende kennis van Christus, waarvan Paulus een getuige is. Wij mogen dit dus zó verstaan, dat God de Heere, als de God des Verbonds, de verkiezing Israels bevestigt door het feit, dat er in Israël profeten zijn, m.a.w. dat God zich in dat volk openbaart, dat in Israël het licht der openbaring is opgegaan, ja, dat de Messias zoveel het vlees aangaat uit Israël is voortgekomen. Uit u zal Mij voortkomen, die een Heerser zal zijn in Israël, Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. (Micha 5:1).

De verkiezing van het volk des Verbonds wordt alzo bevestigd door de openbaring en de kennis van Christus, welke in de boezem van Israël heeft plaatsgevonden.

Die verkiezing van het Bondsvolk als geheel, wordt dus niet te niet gedaan, omdat het niet alles Israël is, wat Israël genoemd wordt. De Christus zelf immers maakt onderscheid tussen het zaad Abrahams en het zaad des duivels (Joh. 8). Ook heeft de profeet Jesaja gesproken van het overblijfsel, dat zal behouden worden. Er is alzo geen plaats voor de vraag, of de verkiezing Israëls dan ook de zaligheid van alle Israëlieten insluit. En er is ook geen plaats voor de vraag, of dan het Verbond niet alle Israëlieten omvat. Is het Verbond dan niet met het ganse volk gesloten ? En nog weer, zoals sommigen het stellen, is het Verbond niet alleen met de uitverkorenen gesloten ? Wij kunnen toch weten, dat die vraag sommigen zeer bezig houdt: n.l. met wie God Zijn Verbond gesloten heeft ?

Al dat vragen vindt zijn aanleiding in de wetenschap, dat God Zijn Verbond heeft opgericht met Abraham en zijn zaad en dat er toch tweeërlei zaad is, zodat niet alles Israël is, wat Israël genoemd wordt. Men wil het Verbond dan alleen betrekken op dat ware Israël, of, zoals Paulus spreekt, op de Jood in het verborgene, m.a.w. niet op het openbare Israël, maar op het verborgen Israël.

Wij bleven tot dusver bij Israël, maar men kan dit alles volkomen overeenkomstig ook op de Christelijke kerk overbrengen. Het is niet alles Christen, wat Christen genoemd wordt.

Wie zijn nu de kinderen des Verbonds ? Kan men de kerk als kerk Verbondsvolk noemen ?

Zonder twijfel, zo waarlijk de kerk uit Israël is voortgekomen en de Messias Israels, de Heere der kerk is. Dat lag reeds in het Verbond met Abraham besloten en ook Jesaia heeft dit duidelijk gezien, als hij profeteert dat het Gode te gering zou zijn, dat Israël hem een knecht zou zijn. (Jes. 49 : 6). Christus zegt: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn. (Joh. 10 : 16). 

Hoe men ook wikt en weegt, men zal niet kunnen ontkennen, dat het Verbond met Abraham en zijn zaad, zich verder uitstrekt dan tot de Israëliet naar het vlees, d.i. de Israëliet, die het openbaar is. Dat volgt ook heel klaar uit de besnijdenis, want ook de vreemdeling, die in het huis van de Israëliet was, zowel de ingeborene als de gekochte, moest besneden zijn. (Gen. 17 : 13). Let wel, die vreemdeling, die tot het huis behoort, de ingeborene slaaf en de gekochte met geld. Zo zijn er vreemdelingen, die in het huis Israëls geboren worden, en vreemdelingen, die er bij komen, van buiten af. Zij allen krijgen het Verbondsteken, behoren bij het volk des Verbonds.

De kerk is uit het huis Israëls voortgekomen, en de vreemdelingen, die er bij komen, behoren er ook toe, en ook de kinderen dier vreemdelingen, zijnde ingeborenen.

Daaromtrent kan dus geen verschil zijn. Het Verbond gaat niet op de kerk over, maar de kerk staat in het Verbond. Men kan ook zeggen, dat het Verbond met Israël in de kerk openbaar wordt in een nieuwe gestalte : n.l. het nieuwe Verbond. De Christus is uit de Joden voor zover het vlees aangaat en de kerk is uit de Christus geboren.

Het oude Verbond is er, opdat de verborgenheid van Gods wil zou openbaar worden in de volheid des tijds in Christus, het vleesgeworden Woord, en het nieuwe Verbond wordt geboren uit die openbaring in Christus tot kennis dier verborgenheid. Zo staat de kerk des nieuwen Verbonds als een getuige van de verborgenheid van Gods wil in de Christus geopenbaard, gelijk de kerk van het oude Verbond, in de wereld was gezet tot een getuige van het voornemen Gods om de verborgenheid van Zijn wil in Zijn Gezalfde te openbaren.

Zo is dan het ganse Verbond dienstbaar aan de openbaring van de verborgenheid van Gods wil naar Zijn heilig voornemen. De verkiezing Israëls heeft zijn enige grond in het voornemen Gods om de verborgenheid van Zijn wil te openbaren in de wereld, gelijk Hij dat gedaan heeft. Uit dat voornemen werd Abraham tot een vader van het volk des Verbonds gezet door een wondere daad Gods, opdat het de Christus zou voortbrengen, zoveel het vlees aangaat, en hij heeft Zijn dag gezien in de Geest en is verheugd geweest.

Daarom wordt Israëls verkiezing bevestigd in allen, die met Simeon en Hanna de zaligheid Gods hebben verwacht, en in allen, die met Paulus de gerechtigheid Gods in Christus hebben gevonden.

Van uit de uitnemendheid van de kennis van Christus gaat het licht over de verkiezing Israëls op. En wijl de kerk leeft uit die uitnemende kennis van Christus en de kracht Zijner opstanding, weet zij zich bij Israël ingelijfd, zodat zij krachtens haar geloof staat in het Verbond. En gelijk Israël werd verkoren terwille van de Christus, in Wien God de verborgenheid van Zijn wil heeft geopenbaard, heeft ook de kerk geen roem in zichzelve. Zij staat onder de kracht der verkiezing Israels, en in de dienst van de openbaring van de verborgenheid van Gods wil in Christus.

De verkiezing Israëls tot het volk des Verbonds sluit de vreemdeling in het huis Israëls in. Het nieuwe Verbond, dat God met het huis Israels heeft opgericht, gelijk Jeremia heeft geprofeteerd, heeft in de gemeente van Christus gestalte aangenomen. Het blijft echter een Verbond met het huis Israels, ook als de Israëliet zeldzaam is onder de veelheid der Christenen uit de heidenen. Het is en blijft het huis Israels, dat in het nieuwe Verbond openbaar wordt. Eerst de Jood en ook de Griek. Die band aan het huis Israëls wordt duidelijk door de Heilige Schrift bevestigd, als zij Abraham een vader der gelovigen noemt.

Met dit al werd o.i. onwederlegbaar aangetoond, dat wij het woord van Paulus : „Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is", rechtstreeks op de kerk mogen toepassen : Die openbaar in het huis Israëls onder het nieuwe Verbond verkeert is niet een Christen, maar — (Paulus haalt er immers ook de besnijdenis bij), die het in het verborgen is.

En wat nu de vraag betreft: met wie heeft God Zijn Verbond opgericht ? Daarop is een afdoend antwoord : Met het huis Israëls! Daar behoren de vreemdelingen, de ingeborenen en de gekochten bij.

De gemeente van Christus is niet een ander huis, naast het huis Israëls , maar zij is het huis Israëls in de gestalte des nieuwen Verbonds. Allen, die in de openbare kerk geboren worden, en allen, die zich daarbij voegen, wonen in het huis Israëls als leden van het volk des Verbonds en afgezonderd van de heidenen. Men kan dat uitwendig Verbond noemen, maar de Heilige Schrift kent dat spraakgebruik niet. In verband met het bovenaangehaalde woord van Paulus zou men beter van openbaar Verbond kunnen spreken. Maar de Schrift zegt wel, dat het niet alles Israël is, wat Israël genoemd wordt. Dat geldt ook van het huis Israëls  in het nieuwe Verbond. Gewisselijk is het ganse huis Israels geroepen tot een nieuwe gehoorzaamheid, gelijk het doopformulier ook vermaant. Doch over het huis Israels is de verborgenheid, waarop wij wezen en welke in het geloof gekend wordt, In de verborgen omgang des Geestes wordt de verkiezing van het huis Israëls nog altijd bevestigd.

Het huis Israëls vertoont in zijn Nieuw-Testamentische openbare verschijning nog altoos hetzelfde beeld als onder het Oude Verbond. Onderlinge verdeeldheid, afgoderij, zoekers van werkheiligheid, geestdrijvende secten, uitwendige godsdienst zonder innerlijke waarachtigheid (Jesaja 58). Het huis Israëls is ook in zijn openbaring onder het nieuwe Verbond een wederhorig kroost, en de kerk van Christus, die schier geheel uit het heidendom is vergaderd, vergeet zelfs dikwijls, dat de zaligheid uit de Joden is en dat zij leeft uit de zaligheid, welke God voor het huis Israëls heeft weggelegd.

De z.g. „Nieuw-Testamentische Christenen" mogen dat wel eens bedenken, want het beeld, dat ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld van het Oud-Testamentisch Israël, is ook dat van het Nieuw-Testamentische. Daarom heeft de profetische prediking ook in het nieuwe Verbond niet afgedaan. Niet alleen.omdat ons de zorg Gods voor de Zijnen, Zijn trouw en goddelijke deugden voor ogen worden gesteld in het profetische woord, maar ook, omdat wij de profetische vermaningen en onderwijzingen in de vreeze des Heeren niet missen kunnen. „Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen", (Luk. 16 : 29) is een woord, dat ook voor ons van kracht blijft.

Indien wij Christenen uit de heidenen meer voor ogen hielden, dat God Zijn Verbond met het huis Israëls heeft opgericht en dat wij aan de beloften des Verbonds, die in Christus ja en amen zijn, deel hebben, omdat wij in het huis Israëls verkeren, zouden wij niet zoveel over het Verbond twisten, maar redenen tot dankbaarheid hebben, daar God ons in dat huis gebracht heeft, hetwelk in de Christelijke kerk openbare gestalte verkreeg.

Wellicht zouden wij dan in het beeld, dat de Heilige Schrift ons tekent van het huis Israëls in zijn geschiedkundige verschijning ook ons eigen leven en het leven der kerk terugvinden en verslagen worden door het profetische woord, verstaande, dat het niet gaat om het openbare huis Gods, maar om de woonstede Gods in de Geest, waarvan de apostel Paulus aldus spreekt. Niet om het openbaar Jood-zijn, maar om het Jood-zijn in het verborgene, om het kindschap Gods uit de kracht der wedergeboorte. Want zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij kracht gegeven kinderen Gods genoemd te worden. (Joh. 1 : 12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

HET HUIS ISRAËLS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's