Wat is een Christus-belijdende Volkskerk?
II. (Slot).
Wat is nu, in het licht van dit alles, een Volkskerk ?
Dat is een Kerk, die ernst maakt met de kinderdoop.
En hier blijkt ons meteen, hoeveel verwarring van begrippen er is rondom de term „Volkskerk". Uit de kring der Geref. Kerken en andere kleinere afgescheiden Kerken is en wordt een felle strijd gevoerd tegen de Herv, Kerk als Volkskerk. Maar zij zijn zélf Volkskerken, want zij handhaven de kinderdoop!
"Volkskerk" kunnen wij niet noemen : de Doopsgezinden, de Baptisten en alle andere groepen, die de kinderdoop verwerpen. Doch mèt dat zij de kinderdoop verwerpen, houden zij niet alleen op, Volkskerk te zijn, maar ook Kerk te zijn en zijn zij op de weg der secten, die steeds gestreefd hebben naar de zichtbare openbaring op aarde van een Kerk van louter heiligen en ware gelovigen.
Ook in de kringen van de Geref. Bond is de „Volkskerk-gedachte" bestreden. Ds. M. Jongebreur zegt in een referaat op de 19de Jaarvergadering van de Geref. Bond op 3 April 1924 over „Het Kerkelijk Vraagstuk", blz. 33 het volgende :
„En dan denken we (n.l. als ons verweten wordt een overgaan op de Confessionele lijn) in de tweede plaats ook aan de idee "Volkskerk", die door de Confessionele Vereniging steeds wordt gepropageerd en waarin wij niet anders kunnen zien dan een schadelijke vermenging van volk en Kerk, die altoos ten gevolge heeft, dat de verschillende meningen, ook dus de verschillende dwaalgevoelens, die in het volksleven gisten, hun invloed uitoefenen op het leven der Kerk Ook in dat opzicht zijn wij waarlijk niet Confessioneel, want het is allerminst onze bedoeling dat, als de Hervormde Kerk ook in haar organisch leven de Belijdenis weer zal kunnen handhaven, dat het conglomeraat van verschillende meningen van het volksleven dan ook in'het kerkelijk leven geduld zou mogen worden. Integendeel, we deden reeds uitkomen dat het oefenen van tucht, ook van leertucht op grond van onze Belijdenis, dan een harer eerste levensvoorwaarden zou zijn".
Met wat ds. Jongebreur hier zegt, ben ik het eens. Alleen heb ik reeds twintig jaar geleden daarbij op de rand van die bladzijde geschreven : "is dat dan wel de bedoeling der Confessionelen ? " Ik ben overtuigd, dat men ook hier bij elkaar langs praat en dat daardoor helaas verwijdering bleef tussen mannen als Jongebreur en b.v. dr. P. J. Kromsigt, die het in de grond eens waren, als ik goed zie.
Inderdaad : wanneer het begrip „Volkskerk" niets anders zou kunnen betekenen, dan dat volk en Kerk vermengd werden op schadelijke wijze, zodat „de verschillende meningen, ook dus de verschillende dwaalgevoelens, die in het volksleven gisten, hun invloed uitoefenen op het leven der Kerk", en dat het conglomeraat, van verschillende meningen, van het volksleven dan ook in het kerkelijk leven geduld" zou moeten worden — dan kan een Volkskerk niet Christus-belijdend zijn, en is dus verwerpelijk te achten.
Maar het woord „Volkskerk" kan ook iets anders betekenen. Ik zou de „Volkskerk"-gedachte niet willen verwerpen, maar integendeel handhaven, nadat het gezuiverd is van alles, wat strijdig is met het wezen en karakter der Kerk als Christus-belijdend. Een zo veel-omstreden begrip als dit mag niet met verschillende inhoud geladen zijn, zodat men bij elkaar langs praat en elkaar bestrijdt, terwijl men, hetzelfde bedoelt, óf méént het met elkander eens te zijn, terwijl men tegengestelde dingen bedoelt.
En ik meen, dat het, mogelijk is een scherpomlijnd begrip te hanteren, als wij zeggen: Een Christus-belijdende Volkskerk is een Kerk, die ernst maakt met het Doopbevel van Christus in - Matth. 28 : 19 ; die dus ook ernst maakt met de kinderdoop. Een Kerk, die niet treedt in dt weg der secten, die ten prooi vallen aan de verzoeking hier op aarde te willen hebben een Kerk van louter ware gelovigen en heiligen; maar die het onkruid met de tarwe laat opgroeien, totdat Christus komt om te oordelen, zoals Hij in de gelijkenis Zelf zegt. Het is een Kerk, die niet uitgaat met de prediking : „gij hoort er niet bij, bij Gods volk, vóórdat ge deze en die kenmerken vertoont" - — maar die heengaat en alle volken toeroept: „Gij hoort er óók bij, bij Gods volk, want u komt de belofte toe èn aan uw kinderen, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal, want God verzekert ook u : Ik zal u tot een God zijn, èn voor uw zaad na u, tot een eeuwig Verbond, en gij zult Mij tot een volk zijn ! Want Christus is niet in de wereld gekomen om gelovige, heilige mensen te vergaderen in Zijn Kerk, maar om zondaren te zoeken en zalig te maken. En Christus is voor ons gestorven, niet, nadat wij geloofd hadden en een heilig leven hadden geleid, maar toen wij nog zondaars en vijanden waren, — ja, nog vóórdat wij geboren waren I"
Maar is die Volkskerk waarlijk Christusbelijdend, dan zal zij niet alleen ernst moeten maken met het Doopbevel, dus ook met de kinderdoop — maar ook met het leerbevel van Christus : "onderwijst alle de volken — en leert hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb!" Zij moet het volk zijn Doop leren verstaan: dus Gods belofte en Gods gebod. Zij moet het volk leren, dat God ons heeft uitverkoren in Christus, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden zijn heilig en onberispelijk voor Hem in de liefde, omdat Hij ons kocht met Zijn bloed en onze zonden afgewassen heeft.
De tucht van het Woord moet door de Kerk gaan over héél het volk.
Zien wij zo de Kerk als Christusbelijdende Volkskerk, dan zijn er vele consequenties, die daaruit getrokken moeten worden.
Op Doopzitting betekent het, dat de ouderlingen de doopouders duidelijk moeten maken, dat de Kerk nooit aan een kind de Doop zal weigeren, maar dat de ouders de Doopbelofte hebben af te leggen en daartoe niet toegelaten worden, als zij openlijk uitspreken of in hun leven tonen, dat zij niet geloven, wat daar beleden wordt.
Voor de opvoeding der kinderen thuis betekent het, dat de Kerk voortdurend de ouders moet vermanen om hun kinderen op te voeden bij Gods Woord, als kinderen, die Christus toebehoren en die door God worden gerekend tot Zijn volk, het volk des Verbonds.
Voor de Kerk betekent het, dat zij die ouders niet alleen moet voorlichten omtrent die opvoeding, maar het ook zélf moet doen en helpen, door Zondagsschool, catechisaties en jeugdwerk.
Voor de ouders betekent het, dat zij geroepen zijn om voor hun kinderen een school te kiezen, waar heel het onderwijs doordrenkt is van het Evangelie. De School met de Bijbel behoort m.i. tot de middelen, welker gebruik de roeping is van alle ouders.
Voor de Kerk wil het zeggen : als die ouders dit niet erkennen, maar hun kinderen sturen naar een openbare school, dan mag de Kerk die kinderen niet links laten liggen, de schuld afschuivend op de ouders, als zij (die kinderen) leren leven buiten Gods Woord om — maar de Kerk, heeft ook die kinderen het Evangelie te prediken door in alle klassen van alle openbare scholen catechisaties te geven.
De Volkskerk heeft voorts op grond van Christus' Doop- en leerbevel de opdracht om de ouders te leren, dat bij de keuze van een beroep voor hun kinderen, niet beslissend is de hoogste verdienste, maar welke aard en aanleg de kinderen van God ontvingen, met welke roeping Hij beslag legt op hun leven, en in welk milieu zij terecht komen buiten de warmte en bescherming van het ouderlijk huis. De roeping Gods voor een kind kan blijken te zijn: zich te stellen in directe dienst der Evangelieprediking. De Kerk op haar beurt heeft de roeping om zorg te dragen, dat de opleiding daartoe mogelijk is, ook financieel. Zij heeft te helpen en bij te staan bij de opleiding tot onderwijzer of leraar, tot arts of jurist, maar bovenal : tot predikant. Zal de prediking voortgang hebben, dan moeten er predikanten zijn — véél meer dan op het ogenblik ! De Kerk zal hebben zorg te dragen voor vele behoorlijke studiebeurzen om het ouders mogelijk te maken, dat de kinderen hun roeping en aanleg kunnen volgen.
Een Christusbelijdende Volkskerk heeft voorts te waken over de gemeente als een herder over zijn kudde. Dit is alles mogelijk door persoonlijk contact, door huisbezoek van huis tot huis. Daar kan gesproken worden over geloofsmoeilijkheden en geestelijke strijd, over ongeloof en afval, over verharding en oordeel — ook over ziekte en zorgen, over eenswillendheid met God en Godsvertrouwen — over de opvoeding en opleiding der kinderen, over problemen van verloving en huwelijk, geboorte en door en wat niet al. Daarvoor is nodig : splitsing der grote stadsgemeenten in kleine wijkgemeenten, veel meer kerkgebouwen en wijkgebouwen, en veel meer predikanten. Dus ook een oneindig groter offervaardigheid voor de dienst des Heeren.
De Christusbelijdende Volkskerk heeft voorts haar predikanten te doordringen van het besef. dat zij herders èn leraars zijn. Een herder, die de verloren schapen naloopt en opzoekt, en heel zijn kudde weidt in de grazige weiden van Gods Woord, dat rijk is en vol genade.
Deze Volkskerk zal eindelijk ook moeten overleggen, wat haar roeping is om de inhoud van het Evangelie te doen uitgaan in heel het volksleven, langs de weg van het zuurdeeg, en heel het volk hebben op te roepen tot de gehoorzaamheid aan Gods geboden.
En tenslotte : als men vraagt, wie dit alles moet betalen, dan wijzen wij de Kerk op de roeping der Overheid.
Want nog steeds is van kracht hetgeen onze Kerk als een ware Volkskerk belijdt in Art. 36 der Ned. Geloofsbelijdenis : dat de Overheid geroepen is om ook „de hand te houden aan de heilige Kerkedienst, het rijk van de Antichrist te gronde te werpen en het Koninkrijk van Christus te doen vorderen".
De Grondwet biedt de mogelijkheid om voor nieuw te stichten predikantsplaatsen traktement uit te keren van Rijkswege, en bestaande Rijkstractementen te verhogen. Ik zie niet in, waarom de Overheid ook niet financieel zou helpen om de bouw van vele nieuwe kerkgebouwen mogelijk te maken, opdat de Kerk het volk weer zal kunnen bereiken met haar boodschap.
Doch wil de Kerk het morele recht hebben om dit beroep op de Overheid te doen, dan zal zijzelve door blijmoedige, doch zeer grote offervaardigheid moeten tonen, dat zijzelve ernst maakt met haar begeerte : om te zijn een Christusbelijdende Volkskerk, die het Evangelie predikt aan alle creaturen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's