De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET PROBLEEM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET PROBLEEM

12 minuten leestijd

Zoals men weet waren niet alle Kerken vertegenwoordigd bij de vergadering van de Wereldraad der Kerken te Amsterdam gouden. In de eerste plaats hield de R. K. Kerk zich afzijdig, omdat zij pretendeert de enige ware Kerk van Christus te zijn. Daarnaast ontbraken echter de Kerken, die meer speciaal gereformeerd georiënteerd zijn, zoals de Gereformeerde Kerken en de Chr, Geref. Kerk. De reden waarom men zich in deze kringen afzijdig hield, lag voornamelijk in het feit, dat er binnen de Wereldraad der Kerken ook theologen gevonden worden van oud-moderne belijdenis, die Jezus Christus niet kunnen erkennen in Zijn verzoenend lijden en sterven en eveneens een vraagteken zetten achter de lichamelijke opstanding van onze Heere Jezus Christus.

En hier ligt het hele probleem voor ons in zijn droeve werkelijkheid. Een probleem, dat wij binnen onze eigen Kerk reeds zo lang kennen en dat in het verleden voor vele Hervormde gemeenteleden een reden is geweest tot afscheiding van onze Kerk. Het gaat hier niet om een meer of minder bevindelijke prediking, ook niet om meer of minder hechte trouw aan de belijdenis der Kerk : het gaat hier om de hele inhoud van het Evangelie. Het gaat om niets minder dan om Jezus Christus, de Koning der Kerk Zelf en om Zijn werk. Hier is de vraag in het geding of het leven, lijden en sterven van Christus waarlijk verzoening heeft gebracht over onze schuld jegens God ; of het bloed van Jezus Christus waarlijk reinigt van de zonde. Eveneens is natuurlijk de vraag in het geding of Christus waarlijk is opgestaan uit de dood. Of Hij opgewekt is tot onze rechtvaardigmaking en als onze Hogepriester in de hemel gezeten is aan de Rechterhand Gods. Of is dit alles slechts een uitvinding van Paulus en anderen uit de tijd na Christus ? Het zal ons duidelijk zijn, dat met het ja of neen op deze vragen, die het hart van het Evangelie raken, ons hele geloof staat of valt. Wanneer met "neen" geantwoord moest worden, dan heeft ook de H. Schrift haar betekenis verloren, want de God der Schriften is de Vader van onze Heere Jezus Christus. Dan weten wij niets van God en is ons hele geloof een verzinsel van z.g.n. theologen en dus priesterbedrog.

Voor ons is het antwoord echter duidelijk. Immers juist daarom nam de dood en opstanding van Christus zulk een grote plaats in bij de prediking van Paulus : "gestorven om onze zonden, opgewekt tot onze rechtvaardigmaking". Indien Christus niet is opgewekt, zo is ons hele geloof tevergeefs en zo zijt gij nog in uw zonde, zegt hij in 1 Cor. 15, waaruit blijkt dat juist de opstanding van Christus de kern van het Evangelie vormt, omdat daarmede onmiddellijk samenhangt de verzoening van onze zonde.

Inmiddels heeft onze Hervormde Kerk - de Kerk der Reformatie — een duidelijk antwoord gegeven op al deze vragen in haar belijdenis. Een bijzonder kenmerk van de Reformatie was immers, dat men geen enkel gezag in geloofszaken erkende dan alleen de H. Schrift als het Woord van God. Het antwoord der belijdenis is dan ook een zuiver Schriftuurlijk antwoord. Jezus Christus, gestorven voor onze zonden, opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Dat zelfde is trouwens door de Kerk in alle eeuwen beleden, getuige de 12 artikelen des geloofs, die dateren van omstreeks 200 jaar na Christus. De grootste moeilijkheid bij alle theologische discussie blijkt echter altijd weer het Schriftgezag te zijn. Het zal duidelijk wezen, dat wanneer men de H. Schrift hoofdzakelijk als mensenwerk ziet, men ten allen tijde naar believen zijn eigen opvatting daar tegenover kan zetten. Wij houden ons echter aan de reformatorische Schriftbeschouwing, naar art. 5 van onze belijdenis, en vanuit dit standpunt, waarbij wij onvoorwaardelijk buigen voor het gezag van Gods Woord, stellen wij het probleem : hoe moet de houding van Christus' Kerk zijn tegeover een prediking, die lijnrecht tegenover de Nieuw-Testamentische prediking staat van Jezus Christus en Dien gekruisigd, gestorven om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Een probleem, waar onze Hervormde Kerk bij haar nieuwe Kerkorde zeer concreet voor geplaatst wordt en dat om de eer van Christus niet ontweken mag worden in zinsneden, die voor meerdere opvattingen vatbaar zijn. Volgens de nieuwe Kerkorde wil de Hervormde Kerk immers Jezus Christus belijden als ,,Heer" en wij vatten dit natuurlijk op in de Schriftuurlijke zin van dit woord, dat God Hem gegeven heeft „een Naam, die boven alle naam is". Voorts wil onze Kerk belijdenis doen van de Drieëenheid Gods. En voorts wordt ook gesproken van (leer- of) belijdenis-tucht, want er - staat: „de Kerk weert, wat haar belijden weerspreekt", terwijl - zij wil leven ,,in gehoorzaamheid aan de Schrift" en staan  "op de bodem der belijdenisgeschriften". En nu gaat het inij hier allerminst om kleinzielige spitsvondigheden, ook niet om de velerlei afwijkingen van de belijdenis, die binnen de ruime orthodoxe kring gevonden worden. Wij zullen waarlijk nooit een Kerk krijgen, waarin allen gelijk denken en voelen inzake de belijdenis. Maar hier gaat het om het hart van het Evangelie, om de eer van de Koning der Kerk. Wat zegt de H. Schrift van deze dingen. De apostel Paulus, die toch waarlijk wel ruim van gevoelen was, zodat hij zich zelfs verblijden kon, dat Christus verkondigd werd, al was het dan door mensen, die dit louter deden om hem er mee te plagen (zie Fil. 1 : 15), deze zelfde apostel verzet zich in 2 Cor. 11 : 4 fel tegen hen, die een ander evangelie brengen dan hij zelf door een openbaring van Jezus Christus (Gal. 1 : 12) ontvangen en verkondigd had ; „want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt dan wij hebben gepredikt . . . . . of een ander evangelie dan ge hebt aangenomen, dan verdraagt ge dat goedschiks . . . . . vers 13: . .  . . . . zulke lieden zijn schijnapostelen, ondegelijke arbeiders, die zich vermommen als apostelen van Christus. En geen wonder, immers de satan zelf kan zich vermommen als een engel des lichts" (vertaling Tekst en-Uitleg). En in zijn brief aan de Galaten, waarin hij zich vooral verzet tegen de Judaïsten, die de gemeenten aan allerlei wettische bepalingen wilden binden en ook daarmede het Evangelie verdraaien (!), toornt hij: ,,er zijn sommigen, die het Evangelie van Christus willen verkeren, doch al ware het dat wij of een engel uit de hemel u een evangelie verkondigden buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt" . . . . .  en de reden waarom Paulus zo bout durft spreken volgt in Gal. 1 : 12, „want ik heb het niet ontvangen van een mens. . . . . ., maar door een openbaring van Jezus Christus". Spreekt de apostel hier zo fel vanuit een belijdenis-kramp ? Dan zou het hier een openbarings-kramp moeten zijn. Maar het ligt nog wel even anders. Heilige verontwaardiging vervult hem, omdat men met al die vervormingen van het Evangelie de eer van zijn Koning aanrandt, in Wiens dienst hij zich gesteld heeft voor de duur van heel zijn leven, ondanks alle smaad en ellende daaraan voor hem verbonden.

Hier is dus geen sprake van een onheilige betweterij, doch van heilige toorn, omdat men Christus in het diepste heiligdom van Zijn lijden en sterven miskent, terwijl men de gemeenten de ogen verblindt voor de enige weg ten leven, die alleen de Christus van zijn Evangelie is.

Zo zullen ook wij in de huidige concrete situatie de dingen moeten zien. Geen geschreeuw en harteloze betweterij van een groep of richting in de Kerk, die anderen de les eens zal lezen doch alleen waarachtige liefde tot Jezus Christus mag hier een oordeel doen vellen.

Maar dan mag een Kerk, die zichzelf— neen — die haar Koning respecteert, niet dulden, dat binnen de ruimte der Kerk de eer van Jezus Christus wordt aangetast door een prediking, die Jezus Christus in Zijn verzoenend lijden en sterven miskent. En evenmin mag zij dulden, dat duizenden van haar leden — ondanks hun naam „Hervormd" — verstoken blijven van een prediking, waarin Christus wordt verkondigd als gestorven voor onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Want dat is eerst de rechte bewogenheid der Kerk. Een bewogenheid, die Christus kenmerkte, toen Hij ontroerd was over de schare, die daar heenging als schapen zonder herder. En laat men nu niet tegenwerpen, dat er toch een grote theologische verschuiving onder vrijzinnige predikers heeft plaats gevonden. Voorzover dit werkelijk waar is, kunnen wij ons daar slechts over verblijden en rekenen wij hun prediking onder de orthodoxe schakering. Maar men kan zich toch dikwijls niet losmaken van de gedachte, dat velen wel de opstanding van Christus erkennen, terwijl zij daarmede nog niet de verzoening onzer zonde door het bloed van Christus prediken, waardoor dus nog het eigenlijke van het Evangelie ontbreekt. Hier ligt ook de diepere betekenis van het Heilig Avondmaal, waarin juist de dood des Heeren wordt herdacht naar de zijde der verzoening ! Hier ligt tevens de moeilijkheid van de gemeenschap in het H. Avondmaal onder hen, die dit gezamenlijk vieren. Kunnen wij werkelijk het H. Avondmaal vieren met mensen, die hierin niet beluisteren de verzoening van onze schuld ? 

Wat moet er dan gebeuren ? Neen, wij kunnen waarlijk niet volstaan met een hard en ongevoelig „er uit", zoals men dat soms beluisteren kan t.a.v. links en rechts in onze Kerk. Want hier ligt weer een enorm stuk schuld bij onze Kerk zelf, daar zij aan de Universiteiten reeds gelegenheid gaf voor een studie, die nimmer het Bijbels Evangelie leerde kennen. Daarom heeft de Kerk ootmoedig — d.i. schuldbewust — te handelen tegenover hen, die in hun prediking radicaal staan tegenover de belijdenis der Kerk. Temeer, daar vele vrijzinnige predikanten van huis uit nooit anders geleerd hebben en ook deze predikers zelf slechts zalig kunnen worden door het bloed van Christus, dat van alle zonden reinigt. Maar niet.minder eist de eer van God-Drieënig en van Jezus Christus, de Koning der Kerk inzonderheid — en ook het geestelijk, d.i. het eeuwig belang van haar leden, dat de Kerk Gode meer zal gehoorzamen dan de mensen en daarnaar wete te handelen. Gods Woord sluit een compromis in deze zaken uit. En een Kerk, die wil getuigen tegenover overheid en volk en die volgens eigen orde wil weren, wat haar belijdenis weerspreekt, moet wel bij God en mensen in ongenade vallen, wanneer het getuigenis aangaande Jezus Christus op diverse kansels zo met elkander in strijd is als thans het geval pleegt te zijn. Een Kerk, die waarlijk wil luisteren naar de H. - Schrift moet belijden, dat al wie loochent, dat Jezus is de Christus een leugenaar is (1 Joh. 2 : 22)!

Deze dingen moeten eerlijk uitgesproken worden in de nieuwe Kerkorde, opdat een ieder wete, wat de Hervormde Kerk verstaat onder het Evangelie van Jezus Christus, en onder de term "Heer" in  "Christus is Heer" ; opdat ieder prediker vooral wete welke gevolgen en verantwoordelijkheid er verbonden zijn aan het ambt van bedienaar des Woords in deze Kerk. Hier moge onze Kerk zich ook herinneren de persoonlijke brieven van Jezus Christus aan Johannes op Patmos gedicteerd en gericht aan de gemeenten in Klein Azië. ,,Och, of gij koud of heet waart, maar omdat gij lauw zijt, zal Ik u uit Mijn mond uitspuwen".

Onder de nieuwe Kerkorde dreigt m.i. dit grote gevaar, dat — hoewel tot hiertoe een vrijzinnige prediking (in de theologische zin van deze uitdrukking !) in onze Kerk geduld werd, hoewel volkomen in strijd met de belijdenis onzer Kerk, deze prediking straks officieus gesanctionneerd zal worden, tenzij toevallig een of ander orthodox gemeentelid bezwaren tegen deze prediking inbrengt.

Daarom zou het goed zijn, wanneer men zich over dit moeilijke, maar actuele probleem ter Synode eens ondubbelzinnig uitsprak.

Evenzeer zal het echter nodig zijn, dat de ganse Kerk deze teere aangelegenheid voor Gods Aangezicht neerlegt, ook in het midden der gemeenten. Wij belijden, dat de Heilige Geest ons oog moet openen voor de heerlijkheid van Christus. Zou het dan niet in de eerste plaats onze plicht zijn God te bidden voor die predikers in onze Kerk, die zelf nog niet kennen de kracht der opstanding van Jezus Christus ? Ik bedoel dit in heilige ernst en zeker niet in farizeese eigengereide wijsheid of betweterij. Maar wij geloven immers in het gebed. En dè oplossing van dit hele probleem zou zijn, dat wij allen, orthodoxen zowel als vrijzinnigen leerden buigen voor de Christus der Schriften. Dat wij ons allen gevangen leerden geven onder de eenvoud van het blijde Evangelie, dat Jezus Christus gestorven is om onze zonden en opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Nogmaals moge ik er op wijzen, dat het in dit artikel niet ging om meer of minder trouw aan de oude belijdenis, maar dat het betreft de cardinale punten van het geloof der Kerk van alle eeuwen : de verzoening der zonde door Christus' dood en de rechtvaardigmaking door Zijn opstanding uit de dood.

Ik meen, dat —indien op énig terrein — dan toch zeker juist hier de Synode in de lijn van het Apostel-Convent in deze zaken toezicht dient te houden en een beslissing te nemen heeft, opdat door heel onze Kerk in al haar geledingen beleden moge worden, dat Jezus Christus en Hij alleen „Heer" is, in de Kerk, in de verkondiging, in de getuigenissen en op alle terreinen des levens.

Dan zal het ganse koor der strijdende Kerk hier op aarde met blijdschap kunnen instemmen met het lied der engelen : „Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging" (Openb. 5 : 12)

(Vlaardingen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

HET PROBLEEM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's