De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

....geenszins uitwerpen

18 minuten leestijd

Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Johannes 6 vers 37.

Met wijd open armen heeft Jezus in de wereld gestaan en zondaren geroepen om tot Hem te komen en bij Hem het leven te vinden. Juist op grond van het feit, dat in Hem de Messias gekomen is, roept Hij tot bekering en geloof. Hij was de inhoud van Zijn eigen prediking, want Hij predikte Zichzelf als het brood des Jevens, het licht der wereld, de deur, de weg, de waarheid en het leven, als de Zoon des Mensen die gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.

En zondaren zijn tot Hem gekomen en hebben bij Hem het heil en het leven gevonden. Rijke voorbeelden vinden wij daarvan in het Evangelie. Maar. . . . . niet alle zondaren in Israël zijn tot Hem gekomen. Integendeel, velen, zeer velen hebben Zijn Woord verworpen en Hem verworpen. Wanneer Jezus arbeidt en predikt onder het volk, dan blijkt het waar te wezen wat de oude Simeon gezegd heeft: ,,Zie, deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat wedersproken zal worden". Israël als geheel heeft de prediking van Johannes de Doper verworpen en ook Zijn eigen prediking.

Zeker, vele scharen komen wel tot Hem om naar Hem te horen en Zijn daden te zien, maar steeds duidelijker blijkt dat het deze mensen meer te doen is om Zijn genezingen dan om Hem Zelf en Zijn heil.

Hij wordt niet aangenomen door de leidslieden en evenmin door het volk als geheel.

Zeker, er is wel een periode geweest, waarin het aantal volgelingen van Hem zeer groot was. Vooral na de bergrede en niet het minst na de wonderbare spijziging. Doch dan hoopt het volk dat Jezus Zich verzetten zal tegen Herodes en Pilatus en de vaan van de opstand tegen de vijand zal gaan ontplooien. Dan wil men dingen van Hem die Hij niet geven kan en wil. Want Hij is niet gekomen om uit de hand van Israëls volk de koningskroon te ontvangen, maar uit de handen van Zijn Vader . . . . . na Zijn lijden en sterven.

En daarom ontwikkelt zich in Kapernaüm een diep ernstig gesprek tussen Jezus en die mensen met hun verkeerde verwachtingen. In dat gesprek gaat het er om of men Jezus erkennen zal als geestelijk Koning, als waarachtig Verlosser, niet in politieke zin, doch in eigenlijke zin. En daar zegt Jezus het heel duidelijk, dat het Israël gaat om een koning die de broodkwestie oplost en aan 't zwoegen en slaven een einde maakt. Wanneer blijkt dat het te doen is om aardse zegeningen en politieke vrijheid, maar dat ontbreekt wat nodig is om werkelijk een volgeling van Jezus te zijn, n.l. het geloof in Hem en de erkenning van Hem als Messias. Dan zegt Hij het dat de schare niet zoekt de verzoening met God en niet begrijpt dat de daden van Jezus tekenen zijn van Gods heerlijkheid en van de verlossing die Hij brengt. Ondanks alle enthousiasme wordt Hij in ongeloof en ongehoorzaamheid verworpen.

En daar in Kapernaüm neemt het verzet tegen Hem toe en stoten velen zich aan Zijn woorden: Deze rede is hard; wie kan ze horen ?

Ook daar blijkt weer dat de schare een ander Koninkrijk wil dan Hij brengt. En dat men een andere Koning zoekt dan Hij is. En dat men hunkert naar andere schatten dan Hij verwerft en geeft. En dat men Hem verwerpt omdat Hij niet is wat men hoopt en niet geeft wat men vraagt.

Steeds meer wordt het gezien : Jezus wordt als Messias niet aangenomen. Het is alles voorspel van het: Kruis Hem, Kruis Hem !

Wij menen te mogen zeggen dat die verwerping van Hem door Zijn volk als geheel. Hem diep gesmart moet hebben. Hoe heeft Hij geweend over Jeruzalem, dat niet bekende wat tot haar vrede diende.

Die verwerping van Hem is schuld en dat ongeloof is schuld. En dat houdt in: vloek en vonnis, dood en verderf. Verwerpen van Jezus is een inroepen van het eeuwig oordeel over het leven. Die de Zoon ongehoorzaam is, zal 't leven niet zien, de toorn Gods blijft op hem. Zo heeft Jezus de smart gekend over de verwerping van Zijn Woord en Zijn persoon als Messias. Zo heeft Hij met droefheid achter het ongeloof gezien de vijandschap van het harde mensenhart.

Maar daarnaast heeft Hij met blijdschap achter degenen die wèl tot Hem kwamen, gezien de werking van Zijn Vader.

Wanneer Petrus Hem als Messias belijdt, zegt Hij : Vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, die in de hemelen is.

Ja, Hij heeft uiteindelijk de uitkomst van Zijn arbeid gelegd in de handen van Zijn Vader en gerust in Diens wil. Zo zegt Hij het ook in Kapernaüm; Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen. En die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Tegenover de schare die Hem zoekt, omdat zij van de broden gegeten heeft, doch Hem onderwijl verwerpt als het Brood des levens, tegenover het blinde en ongelovige en onwillige en schuldige volk waarover Hij weent en waarover Hij het oordeel uitspreekt ... . .  staan anderen, die wèl tot Hem komen en Zijn Woord gelovig aannemen en Hem erkennen als Messias, van de Vader gegeven.

En Hij ziet deze mensen als van de Vader Hem gegeven.

Al wat de Vader Mij geeft,  zal tot mij komen. 

En Hij zegt het: Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke.

Wij vinden in de prediking van Jezus dus beide lijnen : de lijn van de verantwoordelijkheid van de mens, die schuldig is in zijn ongeloof en ongehoorzaamheid en verdorvenheid, en daarnaast de lijn van Gods werk in ons leven, welk werk openbaar komt in het komen tot en geloven in Christus.

Jezus heeft wel geweend over Jeruzalem, maar ondanks dat Jeruzalem schuldig verklaard : Gij wilt tot Mij niet komen .. . . .

Laten wij dat niet vergeten ! Tegenover het Woord Gods, waarin Jezus Christus tot ons komt, kunnen wij niet neutraal staan. Dan gaat het om geloof of ongeloof, aanbidding of verwerping. Hier is geen tussenweg.

En wie hierbij de verantwoordelijkheid van de mens uitschakelt, dwaalt. De Heere komt tot ons met de roep tot geloof en bekering, juist op grond van Zijn beloften, waarin Hij Zelf alle heil toezegt.

Maar niet minder dwaalt men, wanneer men de zaligheid van een mens legt in eigen handen en meent dat het waarachtig geloof vrucht is van eigen akker.

Neen, Jezus zegt : Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen.

Wij kunnen hier denken aan de verkiezing Gods in Christus Jezus van vóór de grondlegging der wereld, waarover Paulus spreekt in Rom. 8 vers 28—30. Daar wordt er op gewezen dat de roeping Gods vrucht is van Gods eeuwig voornemen en uitvloeisel is van Gods raadsbesluit.

Het is reeds een vrucht van Gods verkiezing wanneer wij mogen leven onder de verkondiging van het Evangelie. Maar het is een daad van Gods bijzondere verkiezing, wanneer die beloften des Evangelies met geloof gemengd mogen worden.

In het woord van Jezus gaat het echter niet zozeer over het feit dat God de Vader een gemeente aan Christus gegeven heeft, maar over het feit dat Hij aan Christus geeft, in de tijd. Het gaat er hier over datgene wat de Vader doet, wat Hij nu doet en vandaag en morgen en wat Hij doet de eeuwen door tot de jongste dag, n.l. geven aan Christus.

Hij blijft er voor zorgen dat er, ook al gaan telkens mensen van Jezus weg, die een tijd met Zijn gemeente hebben meegelopen, er immer weer zondaren tot Hem komen om door Hem verlost en gezaligd te worden.

Al trekkende geeft de Vader aan de Zoon en vergadert Hij Zijn gemeente.

Dat trekken geschiedt door. middel van de verkondiging van het levende Woord Gods, van de boodschap van Gods eisen en beloften, van Zijn Evangelie en Zijn Wet. In dat Woord klopt de Heere aan de deur van ons leven. Daarin roept Hij tot geloof en bekering. Daarin komt Hij Zelf met al Zijn heil tot ons en biedt Hij Zichzelven aan, met al Zijn schatten.

En . . . . .verwerpen van het Woord is verwerpen van Christus en .. . . . strijd tegen de Heilige Geest, zoals Stefanus zeide tot de Joden : Gijlieden wederstaat altijd de Heilige Geest.

Helaas, er is tegenstand in het hart van een mens tegen het Woord van God, tegen het Evangelie van Gods genade in Christus. Wij willen er niet aan, dat wij zo verloren zijn buiten Christus. Wij willen niet erkennen, dat onze schuld zo veel en zwaar is. Wij willen er niet aan dat onze reinigmaking en zaligheid alleen buiten onszelven in Christus Jezus te vinden is. En daarom is het Woord Gods een ergernis en een dwaasheid voor de mens. Niet alleen bij degenen die buiten de kring van de gemeente leven, maar eveneens bij degenen die zich schikken onder de prediking van 't Woord.

Wij willen niet buigen en bukken voor God. Wij willen niet klein en ootmoedig komen tot Christus. Wij willen niet graag leven van enkel genade. Wij willen ons leven Hem niet geven wij, zondige en verdorven mensen van nature, vijanden Gods en van de naaste.

En daarom proberen wij de stem van het Woord Gods in ons leven tot zwijgen te brengen en aan de klem van dat Woord te ontkomen, met vrome of wereldse redeneringen.

En toch geeft de Vader aan Christus door datzelfde Woord, want dat Woord is vergezeld van de werking van de Heilige Geest, die niet alleen de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, doch die ook dat Woord maakt tot een vernieuwende en overwinnende macht in ons leven. Dan maakt Hij stugge harten gewillig om zich voor de Heere te buigen en vertedert Hij harde harten om de schuld des levens te belijden.

Wanneer dat Woord Gods door de werking van Gods Geest overwinnend in ons leven gaat werken, dan kunnen wij Gods boodschap niet meer van ons afzetten. Dan slaat dat Woord zich als een haak in onze ziel en al ons peuteren die haak eruit te halen, gelukt niet. Dan komen wij met ons leven in het zoeklicht van Gods heiligheid en krijgen wij met de levende God te doen, voor Wie heel ons leven naakt en open ligt, maar ook met de levende Christus, die gekomen is om verloren zondaren te zaligen.

Dan gaan wij geloven wat de Heere over ons zegt en worden wij het met Hem eens over onze schuld en verlorenheid, doch tevens over hetgeen in de persoon en het werk van Christus gegeven is. Dan wordt het geloof gewerkt, waardoor wij onze zonde en ellende belijdende, uitgedreven worden tot Christus, op Zijn Woord en belofte. Dan gaat het om Hem en Zijn heil.

Dan wordt het waar : Mijn schapen horen Mijn stem en zij volgen Mij.

En dat komen en dat volgen is een gewillig komen, omdat wij ingewonnen en overwonnen zijn door de ontferming Gods in Christus Jezus. Dan gaat het om Christus, de Christus der Schriften, Die in het gewaad der Schrift tot ons komt.

Neen, dan is de weg tot Hem niet meer te eng en te smal. Dan is het kruis der zelfverloochening niet meer te zwaar. Dan is het offer van een gebroken hart en een verslagen geest niet meer te groot.

Dan is er een komen tot Christus, Wiens heerlijkheid in het Evangelie tegenstraalt.

Zo geeft de Vader aan Christus de eeuwen door, door de werking van Zijn Woord en Geest, naar Zijn vrijmachtig welbehagen en naar Zijn Raad, die levend is en zich realiseert in het leven van zondaren.

Kennen wij dat komen tot Hem ? O, laten wij ons toch niet verschuilen achter onze onmacht, maar belijden dat wij van nature zulke onwillige mensen zijn. Moge die onmacht tot geloof en bekering toch schuld worden en uitdrijven tot Hem, Wiens kracht in onze zwakheid volbracht wordt. Laat u toch overreden door Hem en vernederen en vertederen door Zijn Woord en belofte. Bedenk toch dat tegenstand tegen het Woord ook is een strijden tegen de Geest Gods, die ook in het Woord tot ons komt.

Het komen tot Christus is een komen uit diepe schuld en nood. In het erkennen dat wij de eeuwige dood verdiend hebben en dat wij midden in de dood liggen. Maar het is tevens een komen in het geloof in Zijn beloften, die ons zeggen dat de Heere om het enig slachtoffer van Christus vergeving van zonde en het eeuwige leven uit genade schenkt.

De schare in Israël kwam wel tot Jezus, maar verwierp Hem toch uiteindelijk als de Christus. Er was geen waar geloof in Zijn Woord, geen verootmoediging over de zonde en geen ware droefheid naar God en geen honger en dorst naar Zijn heil. Het ware komen tot Christus is komen in Godskennis en zelfkennis.

Dat gaat door de bittere armoede van het leven heen, maar bindt ook zó aan Hem, dat nergens buiten Hem het leven gevonden wordt. Want dan heeft Hij alleen de woorden des eeuwigen levens.

Hij alleen heeft woorden van eeuwig leven in een stervende wereld. Omdat Hij Zijn leven gegeven heeft voor zondaren. Omdat Hij de zonde en de dood heeft overwonnen.

Buiten Hem breekt alles bij de handen af. Dan is er nergens een vast punt voor de voet en nergens een weg tot de Vader. Maar bij Hem wordt de honger gestild en de dorst gelaafd en de pijn verzacht en de wonde verbonden.

Wanneer wij Hem nodig hebben en wij Hem leren zoeken in onze nood, dan is de Vader bezig ons tot Hem te trekken, ook al weten wij dat zelf nog niet. Maar dan schittert voor ons leven in Hem de rijkdom van Gods genade heerlijk uit.

Al wat de Vader geeft zal tot Mij komen, zegt Jezus. Neen, dan zijn wij niet groot meer, maar klein, niet rijk meer, doch arm. Doch dan is er een opmerken in het geloof op Zijn beloften : Komt allen tot Mij, die zwoegt en beladen zijt, en Ik zal u rust geven. Rust, in de verzoening der zonde en in de herstelling in Gods gemeenschap. Rust in Gods vrijspraak en in de koestering van Zijn liefde.

Jezus zegt: Al wat de Vader Mij geeft . .. . . en daarin ziet Hij op het grote geheel van Zijn schapen, die tot Hem geleid worden. Hij zegt tevens : En die tot Mij komt  .... en daarin brengt Hij de enkele naar voren. Het komen tot Hem is een persoonlijke zaak. Ieder komt langs eigen weg en met eigen leven en op eigen wijze. De een als een Moorman, die op zijn wagen onderwijs ontvangt, of als een Lydia onder de prediking van Paulus. Een ander als een Saulus, die stilgezet wordt in zijn strijd tegen Jezus of als een stokbewaarder, die een aardbeving nodig heeft om klein te worden. Er is verscheidenheid, waarvoor wij oog moeten hebben, zodat wij nimmer eigen weg aan anderen mogen voorschrijven. En toch is het bij allen : getrokken uit de verlorenheid en de nood tot Christus, uit eigengerechtigheid tot Hem, die is een verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed.

In dat komen tot Hem door Woord en Geest geroepen en getrokken, wordt de levensband des geloofs met Christus gelegd.

En dan zegt Jezus: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Hij spreekt hier zo beslist om alle ongeloofstegenwerpingen weg te nemen. Want Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Wij komen komen omdat Hij roept, op Zijn nodiging. En wie komt, wordt aangenomen.

Wat kan dat een strijd geven. Hij weet wel hoeveel bekommernis het hart vervullen kan, omdat tegen al Gods geboden zwaarlijk gezondigd is en men zich nog tot alle boosheid geneigd weet. Hij weet hoe de Wet kan veroordelen en satan benauwen. En daarom zegt Hij het: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Wanneer de Vader tot Hem trekt, zou Hij dan uitwerpen ? Zou het dan niet waar zijn : Ik en de Vader zijn één, één in wezen, maar ook één in werk ?

Tegenover alles wat afhoudt en tegenover de stem van satan en het ongeloof staat Zijn Woord : Ik zal geenszins uitwerpen.

Zie, daar roept de Heiland u, die Hem zoekt. U, die dit Woord hoort : Ik zal niet uitwerpen.

Het is waar : Hij heelt gebrokenen van harte en Hij verbindt z' in hunne smarten, die met hun zonden en ellenden, tot Hem zich om genezing wenden.

Zie het aan de Kananese vrouw, die erkent dat ze geen recht heeft, maar de Heere vangt in Zijn eigen woord, als Hij haar hondeke noemt.

Haar geloof wordt niet beschaamd: Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij. komen. En die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen :

O, vrouw, groot is uw geloof. U geschiede gelijk gij wilt.

Zie 't aan een man als Zacheüs. Een man, die het in zijn oude leven niet meer kan uithouden. Een man, veracht en gemeden door het volk. Maar nu een man, die het om Jezus te doen is en zich door heel Jericho laat uitlachen, wanneer hij Jezus maar zien mag.

En de Heere gaat niet voorbij. Hij ziet hem en roept hem : Zacheüs, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis zijn.

Zie het aan de moordenaar aan het kruis, die vlak voor zijn sterven zich tot Christus wendt uit de nood van zijn leven en wonder vertroost wordt.

Telkens wordt het waar : AI wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Het is een wonder rijk woord.

Maar satan weet het ook te gebruiken tot verderf en om zo mogelijk zielen tot wanhoop te drijven.

Hij wil doen beginnen met Gods verborgen raad en de weg tot Gods beloften afsluiten.

Neen, wij mogen nooit beginnen met Gods verborgen raad. Wij hebben niet eerst te vragen : Ben ik van de Vader gegeven, en pas wanneer wij dit zouden weten, tot Christus gaan. Neen, wij hebben te beginnen met Gods geopenbaarde wil: Bekeert u en gelooft het Evangelie.

Het recht om te komen ligt in de roepstem van Christus.

Maar de kracht om te komen is uit de Vader. Neen, het niet komen is geen vrucht van tegenstand van de Vader. Het zou goddeloos zijn, zoiets te denken. Niet komen vindt zijn oorzaak in onwil en ongeloof.

Wie niet gelooft, wil niet.

O, ga met die nood en die schuld tot Hem. Leg uw zaak voor Hem neer en merk toch op Zijn roepstem. Al wat u ontbreekt, schenkt Hij zo gij 't smeekt, mild en overvloedig. Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Calvijn zegt zo terecht: „In genen dele verwijs ik de mensen naar Gods verborgen verkiezing, opdat zij daaruit hun heil begerig zouden verwachten: integendeel, ik beveel hen regelrecht naar Christus te gaan, in Wien de zaligheid voorgesteld is, welke anders in God verborgen zou blijven. Want een iegelijk, die deze duidelijk aangewezen weg des geloofs niet inslaat, voor die zal Gods verkiezing niet dan een dodelijke doolhof zijn. Daarom, opdat ons zeker zij de vergeving der zonden, opdat onze gewetens rusten mogen in de verzekerdheid des eeuwigen levens, opdat wij onbeschroomd God Vader noemen, daartoe mag nimmer het uitgangspunt genomen worden in hetgeen God voor de grondlegging der wereld heeft bepaald: maar datgene wat ons van Zijn Vaderlijke liefde in Christus is geopenbaard en Christus ons dagelijks in het Evangelie predikt".

Op de deur der genade staat aan de buitenzijde : Bidt, en gij zult ontvangen. Klopt en u zal opengedaan worden. Zoekt en gij zult vinden. En wie deze deur doorgaat, die zal verstaan dat aan de andere zijde van de deur staat : Uitverkoren in Christus van voor de grondlegging der wereld.

Wij hebben nimmer te beginnen met Gods verborgen raad, maar te eindigen in Hem, die naar Zijn eeuwig welbehagen roept tot en trekt tot Christus.

Wie verloren gaat, gaat verloren tegen alle waarschuwingen in, tegen alle vermaningen in, tegen beter weten in, ja, wanneer het iemand is die gedoopt is : tegen de verzegelde beloften Gods in, als een onwillige en ongelovige en een verwerper van Christus en Zijn heil. Diens oordeel is op zijn hoofd.

Wie tot Christus komt in het geloof en alzo komende niet uitgeworpen wordt, die zal roemen in Gods vrijmachtige genade en het woord van Jezus : Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen. En die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen, beantwoorden met het: Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen.

Die zal verstaan dat de Kerk in haar apostolise roeping trouw heeft te zijn, juist omdat het waar is: Al wat de Vader Mij geeft zal tot Mij komen, en uitgaande van het bevel des Konings zich gedragen moet weten door het besef, dat God Zijn Kerk gebruikt om Zijn heilsraad te realiseren in de wereld, tot eer van Zijn Naam en tot de komst van Zijn Koninkrijk en tot heil van zondaren.

(Hilversum)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's