Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
123)
Hij kon haar niet in de rede vallen. Hij kon zich ook niet uit de voeten maken en aan haar" woorden zich onttrekken.
Stil ging hij naast haar, zijn hart haar openend zonder tegenstand te bieden, en vastgehouden en bekoord door haar warme en ernstige stem. Hij hoorde nu de zalige en vriendelijke geschiedenis van het Kindeke Jezus, dat gesproten was uit het geslacht van David, en dat hier ter plaatse door God aan de wereld was gegeven.
IX. AFVALLIG?
Een week later kwam hij over het vlakke veld bij de Johannesbroodboom weer thuis. Zijn schoenen waren stukgelopen, zijn kleren zaten dik onder het stof en zijn wangen waren ingevallen. Maar onder zijn wenkbrauwen gloeiden hartstocht en vuur. Tulpenbloesem was juist naar een vergadering van het gemeente bestuur, om over de aanschaffing van Mazzothmeel voor het Pascha te spreken. De blinde was in de weer voor het avondeten, - en had daareven de geiten gemolken. Aan zijn stap herkende zij hem nog vóór hij iets had gezegd. Nu haastte hij zich haar tegemoet, bedekte zijn hoofd en bukte zich onder hare handen om haar zegen te ontvangen.
Zij beefde van vreugde, en deed toen vraag op vraag ; schijnbaar alleen over de uitwendige gang van zijn reis. Maar daarbij merkte haar fijn gehoor wel heel goed op, wat hij innerlijk had doorleefd. Zij voelde, dat hij niet helemaal vrij en zonder enige terughoudendheid vertelde. „Ik wist al, dat je op de komst waart. Er zat de hele dag al zo iets als vreugde in de lucht. En wat ben je nu stil ? " Zij had gedacht, dat hij een stroom van geluk met zich mee zou brengen.
„'t Is niet alles vreugde, moeder. Ik mag u niet bedriegen : Zó komt Hij toch niet. Er is nog iets met ons niet in orde, want anders moest het veel gauwer gebeuren. Het moet iets nieuws worden, en er moet iets gebeuren, wat nog nooit. is geschied. Wij moeten allen meehelpen".
,,Ja, ja ! Wij allen ! Maar wij, ouden, treden spoedig achteruit. De jongeren zijn onze hoop, en die moeten het doen. Jij ook, Samuel, "jij ! Jij misschien nog meer dan anderen. Zeg eens iets tegen mij, mijn jongen". Zij wou, voor zij verder ging, het geluid van zijn stem horen, omdat zijn gelaat niet voor haar zichtbaar was. Zij vatte ook zijn hand en hield die in de hare.
„Ik ben ver gebleven van alles wat Reb Sinaï mij had verboden", zei hij haast droevig.
„Maar je moet niet alleen gehoorzaam het verbodene mijden, maar ook het andere doen. Samuel, ik wou zeggen : wellicht heeft de Allerhoogste een groot plan op jou gebouwd. Jij hebt talenten en moed en ijver, — wil je Gode betalen, wat je Hem schuldig bent ? "
„Ik wil mijn leven geven". ,,Ik ken een jonge man, misschien steunt heel Israël op hem, en hangt het van hèm af".
„Onze kracht steunt alleen op de Eeuwige, voor Wie wij allen strijden".
„Maar op verschillende wijs. Jij moogt het niet doen met schadelijke wapens, Samuel; dat moet je aan andere mensen overlaten, die geweld plegen, zoals Jossele".
,,Met alle wapens en met alle kracht, die in ons is ; als wij maar eerst weten wie onze Leidsman is, moeder ! Wij moeten nog langer zoeken, — op mijn reis heb ik Hem niet gevonden. Ik heb alleen maar gezien, dat alles op Hem wacht".
Ach, hij wou haar nog maar steeds niet begrijpen
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's