De mogelijkheden voor de Kerk
(Opgenomen op verzoek van de Ned, Herv. Bond voor Inwendige Zending op G. G.).
II.
Laten de kerkeraden daarom contact zoeken met de afd. Bevolking van de gemeente-secretarie en trachten een regeling te treffen, waardoor men regelmatig in kennis wordt gesteld van de namen en adressen der nieuw ingekomenen. Men ga deze mensen zo spoedig mogelijk opzoeken om eens kennis te maken en hen op de hoogte te stellen van alles wat voor hen van belang is en kan zijn met betrekking tot het kerkelijk leven in hun nieuwe woonplaats. Het vreemde is er dan wat af, ze krijgen het gevoel, dat de kerk hun medeleven op prijs stelt, en men heeft weer eens de gelegenheid hen te wijzen op hun roeping en plicht. Het komt ook voor, dat personen, die heel vroeger in hun vorige gemeente kerkelijk hebben meegeleefd, daar zijn afgezakt, en later uit valse schaamte niet meer te bewegen waren naar de kerk te gaan, na een verhuizing en een ambtelijk bezoek direct bij hun vestiging, weer gaan behoren tot de meest getrouwe bezoekers van Gods Huis.
We kunnen op de huisbezoeken bij gezinnen, die zich pas in de gemeente vestigden, niet genoeg nadruk leggen, juist omdat onze kerkeraden helaas in dit opzicht niet altijd vrij uitgaan. Het mag b.v. niet gebeuren, wat niettemin herhaaldelijk schijnt voor te komen, dat mensen, behorende tot de Ned. Hervormde Kerk, bij hun komst in een nieuwe gemeente direct worden bezocht door ambtsdragers van andere kerken, maar die van hun eigen kerk niets, of veel te Iaat iets bemerken, en dan nog vaak alleen in de vorm van een formulier met betaald antwoord, waarop zij hun jaarlijkse vrijwillige bijdrage aan de kerkvoogdij kunnen invullen. Het verwekt verbittering en verwijdering ten opzichte van de kerk, wanneer — zoals iemand uit een plattelandsgemeente ons mededeelde — een gezin, waarvan man en vrouw lidmaat waren, en de eerste zeker niet ongodsdienstig aanvoelde, zich in 1932 ergens vestigde, in 't zelfde jaar een formulier ontving, als bovenbedoeld, wat zich elk jaar herhaalde, en in 1947 voor het eerst bezoek kreeg van een ouderling, en een diaken. Wij mogen niet schrijven over de schuld der kerk ten aanzien van de geestelijke nood, waarin zij verkeert, maar kunnen toch niet nalaten even op bovengenoemde feiten te wij-zen ter illustratie van ons pogen, de ambtsdragers aan te sporen toch de hand aan de ploeg te slaan; het niet te laten bij vrome klachten over afval en verval, maar alles te doen wat de hand vindt om te doen, opdat het bloed der vele afgedwaalden niet eenmaal van hun. hand moge worden geëist.
We willen in dit verband nog even de aandacht vestigen op de benoeming van enkele evangelisten door de Herv. Bond voor Inw. Zending op G.G. in de grote steden, die daar thans met een kerkelijke aanstelling werken onder de brede lagen der on- en buitenkerkelijken, niet 't minst door huisbezoek en schoolcatechisatie, en we vragen ons af, of het geen aanbeveling zou verdienen, wanneer onze kerkeraden van andere, en wel middelgrote gemeenten, overwogen in deze geest iets te doen, al dan niet met steun van voornoemde Bond.
Bij het punt huisbezoek, denken we nog aan de vele thuiszittenden : ouden van dagen en zieken, ook onder de onkerkelijken. Eigenlijk zouden deze mensen wekelijks bezocht moeten worden om met hen te spreken over de dingen der eeuwigheid, want ook weten wij uit ervaring, hoevelen dezer stakkers het op prijs stellen, als hun geregeld wat voorgelezen wordt: een Schriftgedeelte, een korte meditatie, een tractaatje of een goed Christelijk verhaal. Het op deze wijze gestrooide zaad heeft meermalen onder Gods zegen rijke vruchten mogen afwerpen. Naast het huisbezoek geve de kerkeraad zo ruim mogelijk publiciteit aan de te houden kerkdiensten, catechisaties en alle andere arbeid op kerkelijk terrein, niet alleen door afkondiging van de kansel of mededeling in de kerkblaadjes, doch ook door de plaatselijke pers en door aanplakking bij de kerkgebouwen, in de etalages van winkels, enz. Niet genoeg af te keuren is o.i. in dit verband de in sommige plaatsen bestaande regeling, om de diensten enz. alleen bekend te maken in het kerkblad, om op deze wijze de kerkgangers te dwingen tot het nemen van een abonnement. Op deze manier bereikt men als regel niet de pas ingekomenen, en stelt men de mogelijkheid open, dat, om een klein financieel nadeel te voorkomen, groot geestelijk verlies wordt geriskeerd. Na de gewone middelen, prediking en huisbezoek, waarbij we hierboven enkele aantekeningen plaatsten, die voor een groot gedeelte slechts in zijdelings verband staan met de Inwendige Zending, daar zij bedoelden aan te tonen, dat voorkomen beter is dan genezen, komen we nu aan de meer rechtstreekse arbeid onder de on- en buitenkerkelijken, en wel met middelen, die voor een groot deel nog ingang moeten vinden bij onze kringen en waar velen nog onwennig, zelfs afwijzend tegenover staan.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's