DE VERBORGENHEID VAN HET SACRAMENT
De moeilijkheden komen altijd weer te voorschijn bij de kinderdoop, omdat bij de volwassenen doop de belijdenis des geloofs voorafgaat en althans schijnbaar geen kwestie overlaat. De belijdenis des geloofs toch is een getuigenis, dat de dopeling objectief gelooft in de dood en de opstanding des Heeren, en subjectief deel heeft aan Zijn sterven en verrijzenis. Wanneer aan die belijdenis een wandel gepaard gaat, die overeenkomt met de regel des geloofs, (d.i. de Heilige Schrift), past een oordeel der liefde en houden wij dezulken voor broeders en zusters.
Dit alles betreft echter het openbare Christen zijn, maar de verborgenheid blijft. Wij kunnen in de gemeenzame omgang met onze openbare mede-Christenen naar onze persoonlijke kennis van de verborgenheid des geloofs meer of minder gemeenschap in die verborgenheid gevoelen. Dat ontkennen wij niet, maar— dat blijft toch een menselijk gevoelen, hetwelk ook falen kan, omdat ons de kennis des harten niet is gegeven. Zelfs als wij de tucht van Gods Woord in deze dingen nauwgezet betrachten, zijn wij geneigd naar onze eigen bevinding te meten.
Indien wij in de oefenschool des geloofs gericht worden op het Woord en bij en uit het Woord leren leven, worden wij voorzichtiger jegens anderen te oordelen. Het wordt ons steeds duidelijker, dat wij daarin, waarin wij anderen oordelen, ons zelven oordelen. Steeds meer komen wij tot de ontdekking, dat wij aanzien wat voor ogen is.
Maar daarom ook is het openbare voor de kerkelijke saamleving van zo grote betekenis. Tot dat openbare behooren leer en leven.
Intussen als het op weten, verstandelijk weten aankomt, verkeren wij bij de volwassenen doop evenzeer in het onzekere omtrent de wedergeboorte als bij de kinderdoop. Wij kunnen het aannemen op grond van de openbare belijdenis, wij kunnen het geloven van een ander, wij kunnen het onderstellen uit theologische overwegingen. Als wij dit laatste doen, moeten wij het weer algemeen maken, zowel bij de doop der volwassenen als bij de doop der kinderen, en bij iedere doop, die overeenkomstig de inzetting van Christus wordt bediend, de wedergeboorte onderstellen.
En dan weer de ervaring, die ten aanzien van volwassenen en kinderen komt te staan voor afvalligen; ongehoorzame verzaking en onverschilligheid. Dan komen wij in strijd niet met de doop, maar met onze veronderstelling. Klaarblijkelijk hebben wij dan toch op verkeerde gronden ondersteld. Neen, erger nog, wij hebben klaarblijkelijk de instelling van de doop niet wel verstaan, omdat wij alleen bij het uiterlijke en formele zijn gebleven. .
Immers als Christus beveelt te dopen, zoals Hij bevolen heeft, dan zegt de geschiedenis der kerk, dat er in alle eeuwen gedoopt worden, die in hun wandel geen verwachting geven, dat zij deel hebben aan het zaligmakend geloof. De inzetting des doops van Christus kan daarom twee dingen niet betekenen : Zij kan niet de persoonlijke wedergeboorte aan de persoonlijke doop verbinden. En zij kan ook niet alleen een uiterlijk teken zijn, een blote onderscheiding van het heidendom.
Indien wij in het eerste geval de toevlucht nemen tot een veronderstelde wedergeboorte, wijken wij zekerlijk af van de instelling des doops.
Dan komen wij in botsing met de practijk, die de veronderstelling in zo menig geval beschaamt, of wij verliezen de verborgenheid uit het oog en komen tot een leer des geloofs, welke in de rede en niet in de religie , der Schriften is gegrond. De leer des Verbonds komt in het geding en wordt dienovereenkomstig gefatsoeneerd. God heeft het toch beloofd en als de belofte dan niet wordt bezegeld, de doop is immers een teken en zegel. Wat dan ? Zo komt men van de ene moeilijkheid in de andere bij het streven om redelijk te doorgronden, wat, ons verstand te boven gaat.
Indien wij in het tweede euvel vervallen en de doop slechts als een uitwendig teken zonder meer beschouwen, is de sacramentele betekenis zozeer verduisterd, dat er van een sacrament eigenlijk geen sprake meer kan zijn.
Daarom manen wij van al die redeneringen en beschouwingen af, om het sacrament te behouden.
Het sacrament is nu juist de verborgenheid, welke alleen door het geloof kan worden verstaan.
Daarbij moet dus het Roomse geloof worden bestreden, hetwelk de verborgenheid in het teken zelf, in de substantie van het teken zet. alsof zij daarin aanwezig en daarmede overgedragen werd.
Het sacrament is niet een kracht, die in het water is. Het water is een teken.
Inderdaad is het vloeibare water een kracht. welke onmisbaar is voor het aardse leven. Men kan zelfs zeggen, dat het water een voorname voorwaarde voor het leven op aarde is. En wel een heel voorname voorwaarde. Denk u eens in, dat al het water in ijs veranderde, of in damp opging. Alle leven op aarde zou ophouden.
Zelfs het teken des waters ziet niet op deze levenskracht. Veeleer het tegendeel. De onderdompeling in het water is een teken des doods. Ook de reinigende kracht van het water wordt slechts bij vergelijking genoemd, want niet de reiniging van het water, maar van het bloed des Heeren wordt in de doop betekend. Het.is er dus verre vandaan, dat wij bij de kracht van het water in de doop worden bepaald. Het is en blijft een teken.
Een teken, waarvan ?
Van de verborgenheid, welke daar is in het lijden en sterven des Heeren, n.l. de reiniging van de zonden door Zijn bloed. En in zoverre de doop een bad der wedergeboorte wordt genoemd, ziet hij ook op de opstanding des Heeren.
Voorts moeten wij niet alleen bij het teken des waters, bepaald blijven, want een onderdompeling in het water zonder meer is nog geen sacramentele handeling. Zij wordt dat eerst in het ganse verband der bediening naar de instelling des Heeren. De Heere Christus heeft de doop bevolen krachtens Zijn Middelaarsambt. De doop is ingesteld in de dienst van Christus, de Middelaar. Hij heeft die verbonden aan de prediking des Evangelies. Daarom staat de doop niet op zich zelf. Prediking en sacrament staan in de dienst van de toevergadering Zijner uitverkorenen. Tot diezelfde dienst heeft Christus ook de ambten ingesteld. Het ambt is geroepen tot de dienst van Woord en Sacrament. In dat alles wordt het werk van Christus vervuld. Al deze dingen tezamen zijn dienstbaar aan de komst van het Koninkrijk Gods. Het is Christus, die door Zijn Woord en Geest Zijn werk overeenkomstig de wil des Vaders vervult. Dat werk wordt ook de dienst van Christus genoemd.
Wie zal zeggen, wat die dienst alles wel omvat ?
Zeker, daarvan is ons iets geopenbaard, b.v. dat het des Vaders welbehagen is, alle dingen in de hemel en op de aarde wederom bijeen te vergaderen: dat er een erfdeel in Christus is voor Zijn uitverkorenen, die daartoe door het voornemen Gods zijn verordineerd;
dat hier op aarde een gemeente openbaar wordt, die naar Zijn Naam is genoemd ;
dat de Zijnen door Woord en Geest worden geroepen tot geloof en in de gemeenschap Zijns lichaams betrokken ;
dat het Woord wordt gepredikt over de ganse aarde.
Dat alles zijn geopenbaarde en openbare dingen.
Het ganse werk van Christus echter, voor zover dat op aarde openbaar wordt, is alles tezaam een teken en een vast bewijs, dat Christus Zijn werk doet, ook in dat alles en door dat alles. En als wij uit het Woord weten, dat het alles zal uitlopen op de herschepping der wereld, is, dat een grote zaak, waarvan wij in het geloof ook iets kunnen verstaan en waaraan wij in Christus deel mogen hebben.
Dat wil echter niet zeggen, dat wij verstandelijk zouden kunnen begrijpen, wat er in de Raad Gods is, wie wel en wie niet tot de zaligheid geroepen zijn, hoe de Heere de wereld regeert, en duizend vragen meer.
Het is daarom volstrekt niet zo vreemd, dat onze vaderen spraken van een geopenbaarde en een verborgen wil Gods. Dat wil zeker niet zeggen, dat er in God twee willen zijn. Het wil alleen zeggen, dat God uit de verborgenheid van Zijn wil in Zijn Woord mededeling heeft gedaan, doch dat die verborgenheid daarmede niet is uitgeput.
Dat is vergelijkenderwijs bij mensen ook zo. We zien, wat een man doet. In zijn handelen en bevelen wordt zijn wil openbaar, maar daarom doorzien wij nog niet, wat hij eigenlijk wil. Wij vragen dan ook: Wat wil die man eigenlijk ? Wat bedoelt hij ? Wat is er bij die man van binnen ?
Het is slechts een menselijke vergelijking, maar die ons toch helpen kan om de zin te verstaan. Wij zien handelingen, en werken van die man. Daar steekt overleg achter en in zoverre geven zij openbaring aan, wat hij wil, maar het geeft ons nog geen. inzicht in wat er gaande is in zijn ziel.
Zo geeft hetgeen geopenbaard is en wat openbaar wordt van de werken Gods, ons nog geen ingang in de Raad Gods of in het bestek van Zijn plan, als konden wij dat van woord tot woord lezen.
Of om een ander beeld te noemen. Als een bouwmeester ons een. schets op het papier werpt van het grootse plan, dat hij op het oog heeft, kunnen wij er een voorstelling van maken. Doch wat er al gebeuren moet, om dat werk tot stand te brengen, hoe iedere steen op zijn plaats en alles aan zijn bestemming zal komen, dat is in het brein van de bouwmeester. Hij legt dat neer in zijn bestek, en als een ondeskundige het bestek leest, kan hij er nog niets van begrijpen.
Laat ons dus voorzichtig zijn met over het plan Gods te spreken, alsof wij het bestek voor ons hadden en verstand hadden om Gods bestek te lezen.
Ik weet niet, of men onze bedoeling begrijpt. God bouwt Zijn heilige tempel naar Zijn bestek. Hij wil daarbij ook van mensen gediend zijn, aan Zijn kerk op aarde een openbare gestalte geven, de Dienst van Woord en Sacrament onderhouden hebben en dat door de bediening der ambten.
Dat alles wordt openbaar in de wereld en het is alles dienstbaar aan de vervulling van Zijn welbehagen in Christus. Het is het zichtbare in deze wereld van die geestelijke werkelijkheid. Zoals het leven der ziel ten dele zichtbaar wordt in het lichaam, maar het lichaam de ziel niet is, zo wordt het werk des Geestes openbaar in de aardse gestalte, maar die aardse gestalte is daarom nog niet de geestelijke werkelijkheid. Deze blijft verborgen voor het natuurlijk oog en wordt alleen door het werk des Geestes in het binnenste gekend en in het geloof gesmaakt.
Het sacramentele van de doop ligt dus daarin, dat hij tot een teken en zegel is gegeven van de verborgenheid des Evangelies. Daarom echter is dat sacrament nog niet de verborgenheid zelf, maar het getuigt er van. Het sacrament kan zonder die verborgenheid geen sacrament zijn. Toch is de verborgenheid des geloofs wat anders dan het teken, hetwelk daarvan getuigt. Daarom wordt het teken slechts in het geloof verstaan. Het sacrament brengt het geloof niet mee. Het werkt het geloof niet uit kracht van het teken, maar uit kracht der verborgenheid, waarop het ziet en op grond waarvan het bevolen is.
De werking van het sacrament gaat terug op de goddelijke Wil, die het bevolen heeft. Daarom is de wedergeboorte niet aan het teken verbonden, maar aan de Christus, die door Woord en Sacrament Zijn wil vervult. Ik wil, dat, waar Ik ben, ook degenen zijn, die Gij Mij gegeven hebt.
De kerk des Heeren gelooft in de Christus, dewijl zij uit Zijn Woord leeft.
De kerk des Heeren verstaat de verborgenheid in Christus, omdat zij gemeenschap met Hem oefent.
De kerk des Heeren onderhoudt de dienst van Woord en Sacrament, omdat Hij het bevolen heeft.
Maar het is Christus, die de Zijnen vergadert en daarbij wil gediend zijn door de bediening van Woord en Sacrament. Wie ten doop houdt, doet dat, omdat hij gemeenschap heeft aan het geloof van de kerk des Heeren. En wie gedoopt wordt, wordt gedoopt in het geloof der kerk. Dat is de openbare doop.
Zonder het geloof der kerk geen openbare doop als een teken en zegel van Gods Verbond en belofte. Maar nu blijft nog de verborgen omgang des Geestes in het welbehagen Gods.
De doop is er om onzentwil. Niet, opdat wij de verborgen Raad Gods omtrent het hevel van.de doop zouden, naspeuren, maar opdat wij de gehoorzaamheid zouden brengen, welke God van.ons vordert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's