HERVORMING
Zondag j.l. werd de Hervorming wederom herdacht. Vele kerkelijke bladen hebben op enigerlei wijze de grote dingen, die God gedaan heeft, in herinnering geroepen. De goederen der Reformatie werden geroemd. Gewezen werd op, wat men voor de eigenlijke kracht en de prediking der Reformatoren houdt.
Het is goed, dat wij de weldaden des Heeren gedenken en van de grote werken Gods spreken. Vergeet ze niet, het is God, die ze u bewees.
Nog mogen wij de vruchten genieten van de geloofskracht, de moed en de wijsheid, welke God aan de helden der Reformatie heeft geschonken en in de boezem der volkeren van West-Europa deed doorwerken. Doch als wij daaraan met dankbaarheid gedenken, is het niet zonder vreze.
Immers de tekenen zijn er, die wijzen op een ernstige bedreiging van de geestelijke en zedelijke goederen, welke wij als een erfdeel der Reformatie genieten mogen. Geestelijke vrijheid en recht als de grondslagen ener saamleving, waarin een iegelijk uit zijn arbeid kan leven, vinden hun onmisbare bron en bescherming in de onderhouding van de religie der Schriften. De Reformatie werd daaraan ontdekt. In de profeten der Reformatie was het licht opgegaan, hetwelk hun ziel ontdekte van de ware religie, welke is de religie voor de Christus, gelijk Hij ons door het Evangelie wordt voorgesteld.
Niet uit de werken, maar door het geloof alleen. Geen religie naar de smaak en het humeur der mensen, maar naar het Woord Gods. In dat Woord, zoals dat in de Heilige Schrift ons gegeven is, ontdekten zij de enige regel des geloofs, gelijk zij daarvan getuigenis hebben afgelegd in hun belijden en in hun werken.
Daarom is het meestontstellende teken des tijds in de verregaande ontkerstening, die het moderne leven kenmerkt. De massa des volks is vervreemd van het Evangelie en onverschillig ten aanzien van de geboden des Heeren. En hoewel het op zichzelf een verblijdend teken is, dat de aandacht der kerk daarop is gericht, zelfs met een eenzijdige nadruk op haar apostolisch karakter, kan het allerminst geruststellend zijn, dat de toonaangevende richtingen telkens en telkens weer blijk geven het met de grondslag van de reformatorische belijdenis niet zo nauw te nemen. Velen laten zich leiden door een Schriftbeschouwing, waarbij haar goddelijk gezag niet wordt erkend, althans niet in de zin van de belijdenis der vaderen. Daarmede hangt samen, dat het objectief gezag van de geestelijke en zedelijke normen der Schrift bij velen geen erkenning of waardering meer vindt.
Het ligt voor de hand, dat zulk een Christendom geen reformatorische kracht kan ontwikkelen. Men wil van geen antithese weten en vergaapt zich aan een schijn van oecumenische gemeenschap, houdt gesprekken met allerlei geesten, terwijl de Roomse agressie zich breed maakt en het communisme de wereld bedreigt.
Wij vrezen van dat alles niet, dat het geloof der reformatoren zal ten onder gaan. God heeft Zijn kerk onder het pausdom bewaard, en Hij zal die ook onder de dwalingen van onze tijd en in de toekomst bewaren.
Doch, indien er geen wederkeer zal zijn tot de Wet en tot de getuigenis, geen vernieuwing van het geloof en de kracht der Reformatie, zal niemand verwachting mogen hebben, dat ook de goederen der Reformatie in het volksleven zullen bewaard blijven. Veeleer is te vrezen, dat wij deze voorrechten zullen derven, zo de roep tot bekering, die tot ons uitgaat, geen gehoor vindt in het hart des volks.
De Heere is groot van lankmoedigheid, maar Hij is ook een God van recht en gerechtigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's