De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De beteekenis van de Wet

6 minuten leestijd

Marcus 1 vers 44. Ga heen en vertoon uzelf den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

Gij weet, dat de melaatschen onder Israël als onreinen buiten de samenleving werden gebannen. Maar tevens waren zij buiten Jehovah's voorhoven gesloten. Wanneer de tempelgangers hun reislied aanhieven: ,,Ik zal met vreugd in 't huis des Heeren gaan !" — dan schrijnde in de ziel van een melaatsche de gedachte, dat hij met de anderen niet kon instemmen, wijl bij niet mede mocht optrekken.

Voor een melaatsche was geen plaats bij Gods altaren. Wie had hem den toegang ontzegd ? Dat was de Wet. Wij lezen in Leviticus 13, dat de priester, na nauwgezet onderzoek, zijn oordeel moest uitspreken. En als de knecht Gods het „Onrein" had doen hooren, zoo was de kranke krachtens de Wet onder den doem, dat hij niet in de woningen van den Allerhoogste mocht verschijnen.

De melaatschheid is, evenals alle andere ziekten, een bitter vruchtgevolg van de zonde. Doch bovendien neemt de Schrift deze vreeselijke kwaal als een beeld van de zonde. Jesaja klaagde : ,,Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve ; maar wonden en striemen en etterbuilen". Dat is geworden van ons, die eenmaal in het paradijs het pronkjuweel van den Formeerder konden heeten. De Wet vonnist: „Onrein, vervloekt", en stoot den zondaar buiten Gods gemeenschap.

Ach, van nature weten wij niet en willen wij ook niet weten, hoe erg het met ons gesteld is. Leviticus 13 schrijft voor, dat een melaatsche tot den priester zal worden gebracht. Gebracht! De patiënt trachtte zijn kwaal te verbergen of te verkleinen; eigener beweging begaf hij zich niet onder het gericht der Wet; anderen leidden hem, desnoods met dwang, voor den priester, den rechter Gods.

Dit is op ons van toepassing. Wij zullen niet ontkennen, dat er „enkele melaatsche vlekjes" op ons zijn, doch wij verzekeren in één adem, dat er geen reden tot ongerustheid is. Daar staan nog wel middelen tot genezing te onzer beschikking, zoo verklaren wij. Intusschen vermijden wij angstvallig een ontmoeting met de onverbiddelijke Wet. Wel worden de Tien Geboden eiken rustdag in ons midden voorgelezen, maar wij zijn zeer bedreven in de kunst, om den ernst en den greep van Gods Woord te ontwijken. Wij dienen tot de Wet te worden gebracht. En dit is het werk van den Hei­ligen Geest. Hij moet ons met onweerstandelijke kracht arresteren ; Hij moet onze blinde zielsoogen openen en ons dringen in den spiegel der Wet ons misvormde wezen te aanschouwen ; Hij moet ons leeren, in verslagenheid te bukken onder het rechtvaardig gericht; Hij moet ons bewegen, de verstooting buiten 's Heeren tegenwoordigheid te billijken.

Wie onder de bearbeiding des Geestes zijn verbanning buiten Gods heiligdom kreeg te billijken, blijft evenwel niet lijdelijk neerzitten. Integendeel, de zoodanige wordt aangedreven tot de vraag : ,,Is er nog een weg en middel, om de rampzaligheid te ontgaan ? " Daarmede komt een verschil tusschen waar en valsch openbaar. Degene; die zijn ellende slechts verstandelijk belijdt, moge zuchten en jammeren — het is-niet anders dan lippenwerk. Men is dan niet waarlijk benauwd vanwege de doodelijke kwaal, en kan het verre van Jehovah's altaren best uithouden. Er is geen zieledrang naar behoud. Zij, die door den Geest gegrepen zijn en onder den vloek der Wet zijn gebracht, kennen daarentegen geen rust. De medicijnen, welke zij zelf aanwenden, blijken zonder uitzondering ongenoegzaam, ja waardeloos, te wezen. In die ongetroosten, door onweder voortgedrevenen, kermt het: ,,Geéf mij Jezus, of ik sterf". De verdoemende Wet wordt een tuchtmeester tot Christus.

Ziet het aan den man uit onze tekstgeschiedenis. Voorbereidende genade had hem met den Heiland bekend gemaakt. En toen de Zaligmaker in zijn buurt kwam, verliet hij zijn verbanningsoord. Hij trotseerde de grimmigheid en den tegenstand der menschen, hij schoof alle belemmeringen op zijde en drong voort, tot hij terneergebogen aan Christus' voeten lag. Dat was vluchten om des levens wil ! Ja, de ziele, die op haar eigen verderf en tevens op den eenigen Behouder zicht kreeg, wordt bekrachtigd om heen te breken door de beletselen, welke satan in den weg legt, en om zich op genade en ongenade aan den Christus uit te leveren.

De Zone Gods, die machtig en zeer barmhartig is, heeft Zich over den ongelukkige ontfermd. Verblijd wil de genezene alom gaan vertellen, welke weldaad hem té beurt viel. Maar neen, eerst moet hij naar den priester gaan. De Wet had hem buitengesloten ; thans zal de Wet het vonnis opheffen en hem den toegang tot Gods huis weder verleenen. Want de Wet zal door den dienst van den priester constateeren, dat Christus een volkomen werk aan den melaatsche heeft gedaan. De Heere Jezus raakte den doodelijk kranke aan; Hij nam diens onreinheid alzoo plaatsbekleedend op Zich en schonk in ruil daarvoor Zijn heil. Op grond van Christus' genezing liet de Wet den gebondene vrij.

Verstaat gij deze dingen ? De Borg en Middelaar kwam onder melaatschen wonen. Hij schuwde den omgang met onreine zondaren niet, en verzonk Zelf als een onreine onder den vloek der Wet, toen Hij uitriep : „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? " De Zoon stond buiten het huis Zijns Vaders. Aan alle eischen der Wet voldeed Hij, alle straffen der Wet droeg Hij ; en zulks niet voor Zichzelven, maar voor Zijn volk. Sion wordt door recht verlost; de Sionieten herkrijgen een plaats in Gods tempel, niet ondanks de Wet, maar met volle bewilliging van de Wet. Er is geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.

De Wet laat 's Heeren gekenden heengaan in vrijheid. Heeft de Wet nu voor hen afgedaan ? Allerminst. De Zaligmaker zeide tot den genezene : „Offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft". De Wet behield dus gelding; thans evenwel als richtsnoer der dankbaarheid voor de verkregen verlossing. Leviticus 14 bepaalt, dat men bij het offer twee reine vogels (duiven) zou nemen. De eene werd geslacht en de andere mocht wegvliegen, na in het bloed van de eerste te zijn gedoopt. Ook in deze ceremonie straalt het wonder der plaatsbekleeding : de zondaar is vrij, omdat Jezus in den dood ging.

De Wet behoudt haar beteekenis voor de beweldadigden. Zij geeft antwoord op de vraag : 

„Wat zal ik, met Gods gunsten overlaan. Dien trouwen Heer' voor Zijn gena vergelden? "

De antinomiaan, die zich aan de Wet ontgroeid acht, heeft de Schrift niet mede. De Wet behoudt haar gelding. Doch ook in het stuk der dankbaarheid moet de Geest Zich aan de Wet paren ; anders werken wij onze eigen heiligmaking, die voor den Heere niet kan bestaan.

Als het goed met ons is, zal de Wet telkens weer verbrijzelen, gewagend van onze onwaardigheid om in des Heeren voorhof te staan. Telkens weer zal zij uitdrijven tot Christus. Telkens weer zal zij ook het spoor der gerechtigheid aanwijzen. Getrouwelijk vergezelt zij de keurlingen als een bode des Hemels, en eerst bij het oversteken van de Doodsjordaan neemt zij afscheid. Terecht zingt de Kerk aller eeuwen: ,,Hoe lief heb ik Uw Wet!" en wederom : ,,Wat vree heeft elk, die Uwe Wet bemint!" Moge door genade ook onze stem zich mengen in het groote koor.

(Utrecht)

Op verzoek van den schrijver in de oude spelling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's