De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

3 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

127)

,,Gezegend hij, die daar komt", antwoordde in goed Hebreeuws een nog tamelijk jonge man, die op een schoenmakerskruk zat, terwijl hij even opkeek.  "Waarmee kan ik u van dienst zijn ? "

,,Ik heb een lange vraag aan u over te brengen van mijn moeder, als u mij tenminste van antwoord wilt dienen. Zij is blind en oud, en heeft eens op uw bank gezeten, bij het begin van een Sabbat, — dat is nu zowat drie jaar geleden — zonder dat gij dit wist, en heeft u toen een lied horen zingen, en bovendien heeft een kind, dat bij haar was, uw Sabbatslamp gezien. Dat een paste niet bij dat andere, en zij kan het maar niet vergeten. Zij wou zo graag weten, of het haar toen in het hoofd gemankeerd heeft, of dat het werkelijk alles waar is. Zij rnoet daar nog maar telkens aan denken, — en zij is oud, en kan niet zo heel lang meer op antwoord wachten".

Iets als de heldere zon scheen in de gezichten van die man en die vrouw, toen zij begrepen, waarom het hier ging.

,,Ga eerst even zitten, jonge man, want het antwoord is wat lang".

,,Ik weet nog niet, of ik hier in huis wel mag gaan zitten, neem mij dat niet kwalijk. Zegt u mij eerst eens, als u zo vriendelijk wilt zijn : behoort u werkelijk nog tot de onzen ? Dus zijt gij toch geen Meschummads? " Samuel stiet dat woord, zo vol verachting, heftig uit, op gevaar af, dat hij hen beiden beledigde, en hij werd tegelijkertijd rood van schaamte.

Maar de schoenmaker keek hem vriendelijk aan. ,,Neen hoor, wij zijn geen Meschummads. Wij behoren tot het Volk, en ons volk is eeuwig. Israël zal Gods volk zijn, zolang als de sterren haar baan gaan. Wij zijn Hebreërs — Joden — en wij zijn gekomen uit Rusland".

,,Net als wij, precies als wij !" riep Samuel vrolijk uit, ,,Dan zullen wij elkander dus goed verstaan".

,,Ja, wij behoren allen tot diegenen, die uit de middernacht, uit het akelig duister komen zullen", bevestigde de schoenmaker.

,,Kunt u het mij dan vast en zeker beloven, dat gij nog tot de onzen behoort ? Want ik moet mijn moeder die boodschap mee terug brengen".

,,Wij verraden en verlaten ons volk nooit". „En hebt gij het geloof dan niet losgelaten ? Wacht gij nog met ons op verlossing ? Neem het mij niet kwalijk, dat ik het nog één keer vraag".

,,Wij laten ons Jood-zijn nooit in der eeuwigheid los". De jonge vrager daar met z'n hartstochtelijke ernst was de schoenmaker wel een sterke bevestiging op zijn vraag waard. Plechtig stak hij zijn rechterhand omhoof : „Indien ik u vergate, Jeruzalem, zo vergete mijn rechterhand zichzelf! Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap ! Is u dat genoeg ?

„En wacht gij dus met ons op de Messias ?

„Wij verwachten, dat Hij ten tweede male komen zal, om het aardrijk in bezit te nemen en een eind te maken aan alle strijd. Maar wij weten, dat wij Hem reeds bezitten".

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's