DE RUSSEN!
Zeker en niet langzaam dringt Rusland op. Dat hebben wij zeer sterk gevoeld, toen Tsjecho-Slowakije achter het ijzeren gordijn verdween. Toen ontstond een West-Europese samenwerking, die, naar wij hopen, weldra gevolgd zal worden door rechtstreekse aansluiting van de Verenigde Staten en Canada.
Rusland wroet verder. Frankrijk wankelt en het onmetelijke China, 400 miljoen zielen sterk, is in onmiddellijk gevaar, nu 't rijke en vruchtbare land van Mandsjoerije onder Russischcommunistische invloed is gekomen.
Rusland wroet ook in Indië, in Djocja.
Rusland zal verder gaan en ook ons overheersen als er geen halt wordt geroepen, een krachtig, ijskoud halt.
Dit geldt niet alleen voor de West-Europese Staten, die op moeten schieten en voor Amerika, die hulp op oorlogssterkte moet bieden, maar ook voor ons gehele volk.
Wie nu nog — onder welke naam of vorm ook — splitst en scheurt, wie nu nog lauw en onverschillig is, wie nu nog niet wil medebouwen aan de eendracht in Kerk, Staat en Maatschappij, zondigt tegen de hoogste belangen van ons volk.
Laten wij, voordat wij de banvloek over anderen uitspreken, voordat wij — wat wij zo gaarne doen — het laten onweren boven buurman's hoofd, onszelf eens onderzoeken of wij wel gedaan hebben wat wij schuldig waren te doen en of wij nalieten wat wij nu moesten laten.
Wij zochten niet met de inzet van al onze krachten de eendracht, het gemeenschappelijk optreden met behoud van eigen zelfstandigheid, zelfs niet de eenheid van allen, die het in werkelijke zin ééns zijn.
Is er geen aanleiding, dat Gereformeerde Bonders en Confessionelen elkaar landelijk en plaatselijk verstaan over hetgeen beiden gemeenschappelijk hebben ?
Zullen wij in eigen kring niet alles doen om elkander te steunen en weg te nemen, wat tot wantrouwen jegens elkander en misverstand leiden moet ?
Daar zijn nog veel teveel ongeregelde kwesties, waaraan de predikanten misschien nog meer schuld hebben dan de gewone kerkleden, dat ze niet zijn opgelost, dat er zelfs geen poging is gedaan om ze op te lossen.
Het is een slecht argument om eigen daadkracht te prikkelen door de kracht van de tegenstander uit te meten, doch Bunyan schreef eens, dat het rommelen van de donder een der eerste dingen was, die hem onrustig maakte over de staat van zijn ziel.
Hij hoorde het rommelen over zijn eigen hoofd en hij sidderde.
't Is nu geen tijd meer voor ijdele woorden. Als wij eerlijk zijn, moeten wij met schaamte bekennen dat wij niet in staat zijn, dat wil zeggen niet sterk genoeg zijn, noch om de Russen te ontvangen, noch om God te ontmoeten.
Heere God, laat Uw aanschijn lichten, dan zullen wij, verlost worden van onze angst voor de Russen en voor de doordringende ogen, die Gij, o God, op ons gericht houdt in de aanrollende donder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's