Het standpunt van de Gereformeerde Bond aangaande het ontwerp-kerkorde
Voor degenen, die ondanks de publicatie in ons orgaan, de Waarheidsvriend, en ondanks de onderlinge contacten nog geen duidelijke voorstelling van de situatie hebben of wegens gebrek aan belangstelling of sleur achterbleven, willen wij het standpunt van de Gereformeerde Bond als resultaat van het onderzoek van onze studie-commissie én onze besprekingen, nog eens in kort bestek uiteenzetten.
Bij uitvoerig schrijven van 30 Mei j.l. werd aan de Generale Synode mededeling gedaan van onze voornaamste bezwaren tegen het ontwerp-kerkorde en van onze conclusie, dat het ontwerp, zoals het was aangeboden, voor ons onaanvaardbaar was.
Wij voegen hier thans nog aan toe, dat de wijzigingen sedert in de Synode aangebracht, zo weinig bij machte zijn onze principiële bezwaren weg te nemen, dat deze conclusie ook ten aanzien van het ontwerp, zoals het thans aan de kerk wordt aangeboden, om zo straks haar consideraties aan de Synode bekend te maken, blijft gelden : onaanvaardbaar.
Om misverstand te voorkomen, willen wij dit nog eens uitdrukkelijk vermelden :
Welke onze hoofdbezwaren zijn ?
1e. Dit ontwerp-kerkorde kan niet geacht worden te voldoen aan de opdracht der werkorde, die gewaagde van een presbyteriale en van een gereformeerde kerkorde.
Een presbyteriale kerkinrichting gaat uit van de erkenning van de zelfstandigheid der plaatselijke gemeenten en eerbiedigt dientengevolge de rechten der plaatselijke gemeenten.
Het ontwerp daarentegen schiet reeds tekort in deze onderstelling en tast door tal van bepalingen de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente aan. Zulks is in strijd met het presbyteriaal karakter en moeilijk in overeenstemming te brengen met de opdracht.
De door ons ter Synode ingediende bezwaren, ook op dit punt, hebben haar niet kunnen bewegen de Hervormde Kerk als een verband van kerken te zien, hetgeen toch uit een oogpunt van, presbyteriaal beginsel geboden ware geweest.
2e. Uit hoofde van het onder Ie. genoemde moeten wij ernstig bezwaar maken tegen de veelheid van Raden en Commissies. Wie daarvan kennis neemt en van de bevoegdheden, daaraan gegeven, ontdekt, dat men met deze organisatie een centraliserend systeem van boven naar beneden heeft geconstrueerd, hetwelk dat presbyteriale, wat men nog zou mogen aantreffen, volkomen overheerst, zodat er weinig of niets van overblijft.
Deze episcopale structuur achten wij een gevaarlijke bedreiging voor het kerkelijk leven, een gerede aanleiding voor de vorming van een kerkelijke bureaucratie en een financiële last, welke moeilijk te dragen zal zijn.
Kerkeraden en meerdere vergaderingen kunnen zeer wel behoefte hebben aan adviezen en organen van bijstand voor bepaalde werkzaamheden. Het verdient echter geen aanbeveling, daarin te voorzien door permanente raden en commissies. Toegegeven, dat dit in sommige gevallen overweging verdient of gewenst is, b.v. de uitwendige Zending, kan in het algemeen worden volstaan met gedelegeerden in de gevallen, die zich voordoen.
3e. Van oordeel, dat de genoemde bezwaren ook het gereformeerd karakter van het ontwerp in hoge mate schaden, behoeft het geen uitvoerig betoog, dat getoetst aan de eisen van een gereformeerde kerkorde, artikel X, handelende over „het belijden der kerk", ernstige bezwaren moet opwekken.
Dit betreft vooral de volgende punten :
a. Te weinig nadrukkelijk wordt de Heilige Schrift als enige regel des geloofs onderscheiden,
b. Dit wordt nog te meer gevoeld, als men aanmerkt, dat wel van de belijdenis der Vaderen wordt gesproken, maar dat ook weer de nadrukkelijke vermelding ontbreekt, dat de belijdenis der Vaderen de belijdenis der Ned. Hervormde Kerk is, en dat zij daaraan gebonden is voor haar handelingen.
c. Alleen in die binding - kan duidelijk zijn, dat de kerk de Heilige Schrift, zijnde het Woord Gods, voor zodanig houdt en alzo belijdt.
d. Indien aan deze belijdenis aangaande de Heilige Schrift niet nadrukkelijk wordt vastgehouden, kan zij als enige regel des geloofs niet tot haar recht komen.
4e. De wijze, waarop het opzicht door het ontwerp wordt geregeld, wekt verschillende bezwaren, welke ten dele reeds in de voorafgaande zijn besloten.
Het toezicht is veeleer episcopaals dan presbyteriaal geregeld. Dit behoort aan de Classicale en Provinciale vergaderingen, die naar bevind van zaken de gang van dé procedure bepalen.
In verband met de opmerkingen naar aanleiding van artikel X, zou ook het toezicht op de handhaving der belijdenis gericht behoren te zijn.
5e. Onder de titel : ,,apostolaat" wordt een gedachte aan het ontwerp kerkorde opgedrongen, die verwarrend werkt ten aanzien van het wezen en de roeping der kerk. Bovendien neemt het ontwerp door de plaatsing van art. VIII vóór artikel X (van het belijden der kerk) een beslissing in een kwestie, welke op zijn minst onzeker is.
Bedoelt men n.l. met het apostolaat der kerk de Zendingsroeping der kerk ingevolge het Zendingsbevel van Christus, dan moet het ten enenmale buiten kwestie blijven, dat het belijden der kerk voorafgaat aan de vervulling van die opdracht.
Klaarblijkelijk ziet art. VIII op die vervulling, want het spreekt afzonderlijk over de verschillende takken van Zendingsarbeid.
Deze roeping met de titel apostolaat aan te duiden, zoals art. VIII van het ontwerp doet, kan geen aanbeveling verdienen, omdat er goede redenen zijn dit te reserveren voor.het bijzondere ambt der apostelen. Uit het feit; dat het ambt der apostelen niet is gecontinueerd in de kerk, volgt allerminst, dat het apostolaat op de kerk is overgegaan.
De kerk drijft bovendien Zending krachtens bevel. Zo spreekt zelfs art. VIII van haar „apostolische opdracht". Ook hier is het woord apostolisch oneigenlijk gebruikt. Een apostolische opdracht is een opdracht aan de apostelen, vanwege de apostelen, of overeenkomstig het ambt der apostelen. Alleen in deze afgeleide zin kan het van de kerk gelden.
Wil men dus spreken van het apostolisch karakter.der kerk, dan zou de enig juiste en Schriftuurlijke opvatting en betekenis kunnen zijn, dat de kerk nog altijd onder de leiding van de apostelen staat voor de orde harer openbaring in de wereld.
Van het apostolaat der kerk te spreken als van een wezenstrek, die met haar belijden ident is en in al haar handelen tot uiting komt, is een woordenspel, hetwelk op een onjuiste voorstelling berust. De kerk is een getuige des Heeren in de wereld. Getuige zijn is haar leven, gelijk haar belijdenis uit haar geloof wordt geboren. Getuige zijn omvat echter meer dan de Zendingsroeping, meer dan wat onder apostolaat kan worden saamgevat.
Daarom eerst over het belijden en de belijdenis en daarna over de Zendingsroeping, de roeping jegens de jeugd e.a.
6e. Ook de financiële regeling, die het ontwerp voorstelt, stuit op ernstig bezwaar. De centralisatie van de financiën en van het financiële beleid moet in botsing komen met de rechten der plaatselijke gemeente. Het ontwerp wil het gehele beheer onder de Synode brengen met voorbijzien van historische rechten ten aanzien van de kerkelijke goederen. Het wil daartoe een structuur van ouderling-kerkvoogd in het leven roepen, waaraan niemand zou gedacht hebben als er geen kwestie Bestuur en Beheer was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's