De Kerk en wij
BELIJDENIS
IV.
Catechisatie wordt dus gegeven in opdracht der Kerk, omdat deze de opdracht des Heeren heeft: „Onderwijst alle volken, lerende hen onderhouden al wat Ik u geboden heb".
Dat was Christus' laatste woord voor Zijn hemelvaart.
En juist omdat het zulk een heilige opdracht van de Heere Jezus Zelf is, mogen wij niet om allerlei redenen de catechisatie verwaarlozen. Maar al te velen achten het een geldige reden, dat hun kind op die avond een andere cursus moet volgen. Dan herinner ik slechts aan de belofte, bij de Doop afgelegd, maar bovenal aan het woord van Christus : „Wat baat het u, als gij de hele wereld wint en schade lijdt aan uw ziel!"
Deze dingen moeten wij als ouders en als jongeren ernstig nemen.
De geest, die er momenteel heerst in ons werelddeel en ook in ons eigen vaderland, is al materialistisch genoeg.
Wij hebben ons te laten leiden door de Geest des Heeren en niet door de (mode)geest dezer wereld.
Het catechetisch onderwijs bedoelt ons dus Christus te verkondigen als de Heiland van zondaren, ook van jeugdige zondaren, die immers ook jong sterven kunnen.
Als wij een zegen willen ontvangen onder de prediking, zal het goed zijn, dat wij de Heere vooraf een zegen vragen.
Zou het niet goed zijn, wanneer ouders en jongeren beide ook eens Gods zegen afsmeekten voor het onderricht der Kerk, dat toch ook verkondiging is van het heil voor zondaren ! De catechisatie nu loopt uit op de "belijdeniscatechisatie", zoals wij dat noemen. Dat is dus eigenlijk de voorbereiding op het „doen van „belijdenis".
Daarover willen wij nu iets zeggen. De droeve werkelijkheid is, dat velen op de belijdeniscatechisatie komen alleen, omdat zij de leeftijd daarvoor menen bereikt te hebben en soms ook om aan de catechisatie een eind te maken.
Dat is stellig ten enenmale in strijd met het heilig karakter van belijdenis afleggen van ons geloof. De oorspronkelijke bedoeling was, dat men door deze daad toegang vroeg tot het Heilig Avondmaal.
En zo moet het nóg wezen, als het goed is ! Bovendien is zulk een belijdenis toch altijd zeer persoonlijk, zoals reeds de Catechismus ons strikt persoonlijk leert antwoorden op de vraag : ,,Wat is uw enige troost in leven en sterven ? "
Sommigen hebben in de loop der jaren de ernst van het belijdenis afleggen weggenomen, door het voor te stellen alsof men alleen maar toestemt in een historisch geloof. Maar dat is zuiver Rooms gedacht, waar men ook alleen maar instemming vraagt met het geloof der Kerk, ook al staat dit geheel en al buiten iemands persoonlijk leven.
Neen, de Hervorming heeft ons duidelijk genoeg geleerd, dat het bij ons altijd weer gaat en gaan moet om onze persoonlijke verhouding tegenover de Heere.
Dit is ook het oude reformatorische standpunt ten aanzien van het doen van belijdenis, waarmede men tevens toegang vraagt tot het Heilig Avondmaal.
Laten wij dit dus vasthouden, opdat wij geen leugenachtig „ja" uitspreken op die grote dag in ons leven, waarop wij als lidmaten in het midden der gemeente worden opgenomen.
Maar waarvan doen wij dan eigenlijk belijdenis ?
Om kort te zijn, zou ik twee dingen willen noemen.
In de eerste plaats erkennen wij onze diepe zonde-schuld tegenover God, waarmede wij belijden de eeuwige verdoemenis waardig te zijn. En ten tweede belijden wij in alle ootmoed te geloven, dat de Heere Jezus Christus ook voor mijn zonden gestorven is aan het kruis en dat Hij ook mijn Heiland en Zaligmaker wezen wil. Ik belijd dus geenszins, dat ik zo'n voortreffelijk gelovige ben, óók niet, dat mijn geloof wel groot genoeg is om belijdenis te kunnen doen. Ik kom daar met de belijdenis van de tollenaar : ,,O, God, wees mij zondaar genadig !
Ik kom daar met de ootmoedige erkenning van die vader met zijn ongelukkige jongen, die op de vraag van Jezus : „Gelooft gij ", antwoordde : ,,ik geloof, Heere, maar kom mijn ongelovigheid te hulp".
Wij moeten dus inderdaad bewustzijn van schuld tegenover de Heere kennen ; schuld, die ons in de binnenkamer op de knieën bracht om in het verborgene de Heere vergeving te smeken over zoveel ongerechtigheid.
Maar dan óok zien op de Overste Leidsman des Geloofs, Christus.
Zeker, ik weet, dat dit geloof en dit gebed niet vanzelf in een mens opwelt, maar ook daarom mogen wij de Heere bidden, dat Hij ons leiden wil door Zijn Geest.
Wanneer wij ons zo op de belijdenis-catechisatie voorbereiden op de belijdenis, die wij zullen afleggen, dan zal dit ongetwijfeld biddend geschieden. En dan zal er ook dankbaarheid zijn in ons hart jegens de Kerk, die ons het Evangelie van Jezus Christus leerde kennen, in opdracht des Heeren.
Zo worden wij door onze belijdenis in de Kerk ook als mondig erkend, waardoor wij toegang krijgen tot het Heilig Avondmaal.
En weer zien wij, hoe de Kerk ons begeleidde op onze levensweg van de wieg af aan, totdat wij als belijdend lidmaat in de gemeente werden opgenomen.
Het waren slechts enkele losse gedachten over de betekenis van de Kerk in ons jonge leven, maar intussen is het ons duidelijk geworden, dat de Kerk juist door deze dingen een levende werkelijkheid in ons aardse bestaan is, waarvoor wij de Heere niet genoeg kunnen danken.
Immers alleen door de dienst der kerk is ons het Woord Gods bewaard en overgeleverd. En nu zal de Kerk in deze aardse bedeling altijd vol zonden en gebreken blijven, maar dat komt uiteindelijk toch in hoofdzaak daardoor, dat de leden, waaruit zij is samengesteld, zondaren zijn en blijven.
Laten wij daarom bij alle critiek op de Kerk altijd eerst de blik naar binnen slaan en vragen of wij een sieraad voor de Kerk zijn of misschien wel het tegendeel.
Dan leren wij waarschijnlijk de Heere danken, dat Hij in Zijn genade nog altijd het werk ook van een ontrouwe Kerk wil zegenen.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's