VERNIEUWING
„Het spreken over de „vernieuwing", die de Hervormde Kerk beleefde, is geleidelijk aan verstomd", zo schrijft ds. F. J. Pop in „In de Waagschaal", d.d. 5 Nov. j.l.
In het laatste nummer (19 Nov.) schrijft K. H. M(iskotte) over miskenning der liturgische beweging : ,,Er zijn - als men de Geref. Bondsgemeenten uitzondert, die op allerlei wijze een uitzondering vormen, die de gang der vernieuwing ook op andere wijze bezwaart — niet vele gemeenten, waarin het stalen bestek van de vroegere godsdienstoefening niet meer of min grondig werd gewijzigd".
Het schijnt op het eerste gezicht wat tegenstrijdig. De éen schrijft van het „verstommen" van het spreken over de vernieuwing, de ander van de gang der vernieuwing, die zich in vele gemeenten zou aftekenen in de meer of min grondige wijziging van „het stalen bestek" van de vroegere godsdienstoefening. De eerste schrijver is n.I. van oordeel, dat de z.g. vernieuwing zich niet in de gemeenten aftekende.
't Is maar de vraag, wat de profeten der vernieuwing eigenlijk bedoelen, en waarin zij die vernieuwing willen zien.
Ds. Pop spreekt in hetzelfde nummer van 19 Nov. j.l. van geloof en belijdenis. ,,Instemming met de belijdenisgeschriften van vroeger is immers alleen mogelijk, als wij door Christus tot hetzelfde geloof bewogen worden, waarvan deze geschriften belijdenis doen".
De andere schrijver ziet, naar het schijnt, meer naar het bestek van de godsdienstoefening. Intussen wacht hij op een doorbraak in dit opzicht.
Hoe het ook zij, het klinkt wel haast teleurstellend voor degenen, die verwachting hebben gehad van de veel besproken vernieuwing.
Ds. Pop schrijft trouwens zelf : „Maar zonder een gevoel van schaamte en teleurstelling durven wij het woord niet meer te noemen. Zij, die er om gebeden en er voor geijverd hebben, worden steeds meer geïsoleerd". (5 November j.l.).
Wij nemen dit woord van ds. Pop ernstig en geloven, dat er zijn die om vernieuwing gebeden en er voor geijverd hebben. Dat laatste is openbaar geworden, althans ten dele, en hoewel wij die ijver van allen, die geijverd hebben, niet kunnen beoordelen naar de diepste drang en naar de bedoelingen, hetgeen openbaar geworden is, kan toch dikwijls geen vertrouwen geven. Er was een streven naar vernieuwing, dat allerminst hernieuwing van de oude geloofskracht en de oude confessie bedoelde.
Daarom heeft het een goede zin, als ds. Pop in verband met de belijdenis opmerkt, dat „instemming met de belijdenisgeschriften van vroeger immers alleen mogelijk is, als wij door Christus tot hetzelfde geloof bewogen worden, waarvan deze geschriften belijdenis doen".
Zó hebben wij inderdaad aan vernieuwing gedacht, als het er om ging, wat vernieuwing eigenlijk moest zijn.
Vernieuwing van het oude geloof, van het geloof, dat de heiligen is overgeleverd. Dat betekent natuurlijk niet instemming met de belijdenisgeschriften van vroeger, en ook niet met de belijdenis van vroeger, want dat kan alleen zo gezegd worden voor degenen, die op distantie van die belijdenis staan en wier geloof blijkbaar een ander geloof is. Maar het betekent instemming met de belijdenis der Kerk.
Wie m.et de belijdenis der kerk instemt, belijdt met de vaderen hetzelfde geloof. Zo waarlijk God, de God is van Abraham, Izaak en Jacob, als een God niet van doden, maar der levenden, gelijk Christus zegt, zo is de God der Vaderen een God der levenden. Het geloof, waarin de Vaderen ontslapen zijn, soms in harde strijd, is een levend geloof. Dat geloof veroudert niet, omdat het uit God is.
Het gaat dus niet om de belijdenisgeschriften, maar om het geloof, dat alzoo belijdt. Dat wil ook al weer niet zeggen, dat die geschriften onfeilbaar zijn. Zij zijn echter onfeilbaar voor zover zij overeenkomen met de enige regel des geloofs, t.w. de Heilige Schrift, zijnde Gods Woord.
In de grond der zaak gaat het dus om het geloof der Schriften, het geloof, dat de Heilige Schrift als Gods Woord en daarom als regel des geloofs kent en erkent, het geloof, dat zichzelf in de Schrift terugvindt.
Dat geloof is sedert de tijd der Vaderen wel verzwakt en vermengd met ongeloof en bijgeloof, maar het leeft nog. God onderhoudt dat geloof, zoals Hij. altijd gezorgd heeft, dat er mensen waren die Zijn Woord hebben geloofd en bewaard.
Wij hebben dus niet te maken met een verouderd zeventiende-eeuws geloof, hetwelk' is uitgestorven, maar wij leven in een tijd, waarin dat geloof door velen niet meer wordt gekend en als het geloof der kerk ook niet wordt aanvaard.
Maar daarom ook wordt er over vernieuwing heel verschillend gedacht. Degenen, die uit het geloof der Vaderen leven, verstaan vernieuwing in de zin der wedergeboorte, zodat velen door de Heilige Geest datzelfde geloof deelachtig worden en zijn vitale kracht in kerk en volk openbaar worde.
Als dat echter geschiedt, gaat de hernieuwing door en leidt zij tot een nieuwe reformatie. Wie toch zal het werk des Heiligen Geestes keren?
Doch wie het geloof der Vaderen als verouderd beschouwen, moeten een nieuw soort geloof verwachten, een geloof voor onze tijd; een geloof in overeenstemming met de problematiek der wereld, zoals men die ziet of stelt, een geloof voor de moderne mens. Het lijkt er een beetje op, alsof het geloof ook aan een evolutionisme onderworpen is.
En zo iets hebben sommigen geloofd, mogelijk geloven zij het nóg. Zij hebben bij.vernieuwing aan heel iets anders gedacht dan aan een hernieuwing van het reformatorisch-geloof in de menigte, althans zozeer, dat het de overhand zou nemen. Zij hebben aan iets nieuws gedacht, en zij die vóór alles beducht waren. dat de Heilige Geest door het oude dogma zou gebonden worden, hebben Hem ruimte willen maken door alle binding onder de mensen aan traditionele normen te verwerpen.
Dat de Geest der profetie die normen geopenbaard kan hebben en ons daaraan gebonden hebben kan, zoals wij met de reformatoren geloven, schijnt men voorbij te zien.
Van een vernieuwing, welke de traditionele normen prijsgeeft, kunnen wij voorts weinig anders verwachten dan wat de ontkerstening van het moderne cultuurleven heeft gebracht, welke zich o.m. kenmerkt door verachting dier normen. En wij menen dat niet, omdat die normen traditioneel zijn, maar omdat dé traditie haar grond heeft in het reformatorisch geloof, hetwelk zijn vitale kracht op het cultuurleven in de historie heeft geopenbaard.
De ervaring heeft voorts geleerd, dat de inzinking en verslapping van dat geloof niet alleen gepaard ging met een in toenemende mate voortgaande ontkerstening, maar ook, dat de cultuur ernstige tekenen van ontbinding ging vertonen, naarmate die ontkerstening toenam.
Zo logisch en gewoon het klinkt herstel te verwachten van een hernieuwing van het reformatorisch geloof en een weder in ere komen van de gehoorzaamheid, welke daarvan een vrucht is, zo vreemd is het zijn verwachting te bouwen op een vernieuwing, welke met dat geloof op gespannen voet staat.
Heeft de Heilige Geest dan de reformatoren niet geleid, of verkeerd geleid, als zij de Heilige Schrift verstaan hebben, gelijk zij beleden?
Of heeft de Heilige Geest voor de mensen van de zestiende en zeventiende eeuw een ander geloof gewerkt dan voor de twintigste eeuw, zó zelfs, dat dit laatste radicaal anders zou zijn ?
Hoe zegt de Heilige Schrift, dan, dat de geesten der profeten den profeten onderworpen zijn? (1 Cor. 14 vs. 20).
En zo de reformatoren zich vergist hebben b.v. in hun geloof omtrent de Heilige Schrift, wie zal ons de zekerheid geven, dat de vernieuwers van onze dagen zich niet vergissen, als zij zo geheel anders leren ?
Wij hebben nooit vertrouwen op deze profeten gehad, die ook overigens openlijk blijk geven van hun verwantschap aan een modem humanisme, hetwelk zich verre houdt van de religie der Schriften en van degenen, die aan de belijdenis der Vaderen getrouw begeren te blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's