De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DOOP GEWEIGERD?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DOOP GEWEIGERD?

11 minuten leestijd

(Vervolg en Slot.)

Wij zouden deze moeilijkheid kunnen oplossen, door eenvoudig de Doopvragen af te schaffen. Het Doopformulier zou verder gehandhaafd kunnen worden, om de ouders en heel de gemeente te onderrichten in de betekenis van de Doop. Op grond van het Doopbevel van Christus zouden dus de kinderen eenvoudig gedoopt kunnen worden, zonder de ouders énige belijdenis öf belofte te laten afleggen, overeenkomstig hetgeen wij in Gen. 17 vs. 9—14 lezen omtrent de besnijdenis. Daarmede zouden wij de zaak gemakkelijker maken voor de ouderlingen of predikanten, die de Doopzitting houden : zij zouden verlost zijn van het gewetensconflict, of zij toestemming mogen geven voor de Doop van kinderen, wier ouders geen besef tonen voor, de betekenis van de Doop en die in oprechtheid niet „ja" kunnen zeggen op de Doopvragen, zoals die bij ons gebruikelijk zijn.

Ik geloof echter niet, dat zulk een ,,oplossing" veel voorstanders zou vinden onder ons. Reeds op de Pinksterdag lezen wij : „Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt" (Hand. 2 vs. 41). Als de Moorse Kamerling tot Filippus zegt: .,,Ziedaar water : wat verhindert mij gedoopt te worden ? " , — dan voldoet Filippus niet zonder meer aan dit verzoek, maar zegt : ,,Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd". Dan legt de Kamerling de belijdenis af : ,,Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon Gods is".'En op die belijdenis wordt hij gedoopt. (Hand. 8 vs. 36-38). Ook Petrus doopt Cornelius en de zijnen eerst, nadat het duidelijk is, dat zij geloven en de Heilige Geest ontvangen hebben. (Hand. 10 vs. 44—48).

Men kan tegenwerpen, dat hier alleen sprake is van de Doop van volwassenen. Dat is mogelijk, maar niet bewezen! Paulus doopt Lydia en haar huis" (Hand. 16 vs. 15), alsook ,,het huisgezin van Stefanus" (1 Cor. 1 vs. 16). Als wij dit lezen in. het licht van Gen. 17 vs. 23—27, dan is 't toch op z'n minst zeer waarschijnlijk, dat ook de kinderen mede gedoopt werden.

Wat dan, als wij de Doopvragen willen handhaven ? Als wij van de ouders een zekere belijdenis en belofte vragen, moeten wij ernst daarmee maken : niet alleen de ouders, maar ook de Kerk zelf. Dan is tucht nodig bij de Doop. Anders maken wij de Doopzitting en de Doopvragen tot een aanfluiting, en heeft het ook geen zin meer, dat in het Formulier tot bevestiging van de ouderlingen gevraagd wordt, dat zij zullen waken, dat de Sacramenten (meervoud : dus niet alleen het Heilig Avondmaal, maar ook de Heilige Doop !) niet ontheiligd worden.

Moeten wij dan zonder meer weigeren een kind te dopen, omdat zijn ouders afvallig of onwetend zijn ? Dit zou ons in conflict brengen met het Woord Gods in Ezech. 28 vs. 4 en 20: „De ziel, die zondigt, zal sterven : de zoon zal niet dragen de ongerechtigheden des vaders..." Het kind kan en mag niet verantwoordelijk gesteld worden voor het ongeloof der ouders. Maar de ouders moeten antwoorden op de Doopvragen ! En de ouderlingen, die Doopzitting houden, zijn niet alleen de vertegenwoordigers der gemeente, die als zodanig met blijdschap deze kinderen ontvangen als in Christus geheiligd, als lidmaten van Christus en van Zijn gemeente, en als erfgenamen van het Koninkrijk Gods. De ouderlingen zijn tevens ook „regeerders", die opzicht hebben over de gemeente. Hun taak is, „om een ieder getrouwelijk te vermanen, en te waarschuwen voor zijn verderf". Hun is bezworen bij hun bevestiging in het ambt : ,,Hebt acht op de onderhouding van de zuiverheid der leer en de vroomheid des levens in de gemeente des Heeren".

Uit dien hoofde zijn zij geroepen om op de Doopzitting met de ouders te spreken, en hen op de man af voor de vraag te stellen, of zij te goeder trouw in oprechtheid des harten ,,ja" kunnen zeggen op de vragen, die hun gesteld zullen worden.

Dit betekent in de eerste plaats, dat de Doopzitting behoort te dienen om een onderzoek in te stellen, of de Doopouders weten, wat zij begeren voor hun kind en wat zij doen, als zij de Doopvragen  beantwoorden. Het Sacrament wordt ontheiligd, als de ouders niet weten, wat zij begeren en doen, van Wie zij het begeren en aan Wie zij hun belofte geven — en méér nog, als zij welbewust ,,ja" zeggen op dingen, die zij niet geloven en van geen waarde achten : als zij hun kind laten dopen „uit gewoonte of bijgelovigheid" of andere onjuiste motieven.

En terecht wordt in het Ontwerp Kerkorde in de Ordinantie voor de bediening van de Doop in Art. 1 gezegd : ,,Het consistorium (predikanten en ouderlingen) houdt opzicht, dat de Doop in het midden der gemeente heilig wordt gehouden en door de ouders voor hun kinderen wordt begeerd".

Om dit te bereiken, moeten de ouders worden onderricht omtrent de rijke betekenis van de Doop. „Het (consistorium) geeft op gezette tijden de gelegenheid tot bediening van de Doop, overtuigt zich van de kennis der ouders inzake de betekenis van de Doop en onderricht degenen onder hen, die deze kennis nog niet voldoende bezitten". (Art. 1 van genoemde Ordinantie). Dit zal zó moeten geschieden, dat aan de ouders metterdaad de beloften Gods, die door de Doop worden bezegeld en bekrachtigd, voor ogen worden gesteld als iets, wat Christenouders vóór alles voor hun kind begeren. De rijkdom van Gods genade in Christus, Die onze zonden verzoent en onze schuld voor Gods aangezicht bedekt. Die door Zijn bloed en Geest ons reinigt van al onze zonden; de begeerlijkheid van het kindschap Gods, van de vergeving der zonden, van de vernieuwing des levens en van de hemelse erfenis der heiligen in het licht, dit alles moet hun worden aangeprezen met de warmte en de overtuigingskracht van een levend geloof, dat tot jaloersheid wekt.

Voor de ouderlingen of predikanten, die Doopzitting houden, stelt dit dus hoge eisen. De Doopzitting kan voor hen zijn een leerschool en een zelfbeproeving. Hebben wij zélf deel aan hetgeen wij anderen begeren aan te prijzen als het éne nodige ? De Doopzitting kan hen prikkelen tot voortdurend en steeds diepergaand onderzoek van „de verborgenheid der godzaligheid", die door de Doop beduid wordt : het sterven met Christus, om met Hem weer op te staan en met Hem te wandelen „in nieuwigheid des levens". Geen Doopzitting zonder biddende voorbereiding.

Doch juist zó kan ook het ogenblik komen, dat zij tot één der Doopouders moeten zeggen: „Zó kunt ge niet „ja" zeggen op de vragen, die u gesteld worden, als ge uw kind zoudt laten dopen. Wij staan mede verantwoordelijk voor de heiligheid van het Sacrament, en kunnen deze verantwoordelijkheid niet dragen, voordat wij nader met u gesproken hebben". Dan wordt de Doop dus uitgesteld, en worden de betrokken ouders vóór de eerstvolgende Doopsbediening aan huis bezocht door twee ouderlingen, of door een predikant en een ouderling. Daarom worde de Doopzitting niet gehouden op Vrijdag of Zaterdag vlak vóór de Doopsbediening, maar zó tijdig, dat er in twijfelgevallen voldoende tijd is om zulke ouders aan huis te bezoeken. In onze gemeente wordt om die reden sinds enige jaren de Doopzitting regelmatig gehouden op de Maandagavond, die aan de Doopsbediening voorafgaat. Art. 2 van de ,,Ordinantie voor de bediening van de Doop" uit het Ontwerp Kerkorde stelt als eis, dat de aangifte voor de Doop tenminste tien dagen tevoren geschiedt. Deze bepaling is m.i. zeer toe te juichen, om het opzicht over de heiliging van de Doop zo vruchtbaar mogelijk te maken : er is dan zo nodig nog tijd voor huisbezoek vóór de Doopsbediening.

Maar ook dan nog is het mogelijk, dat de Kerkeraad geen vrijmoedigheid vindt om de ouders toe te laten tot de Doopsbediening. Het kan immers blijken, dat de ouders voor zichzelf totaal verwerpen de belofte Gods, die ons in de Doop betekend en bezegeld wordt, en nochtans om de een of andere reden hun kind graag gedoopt zouden zien.

Dan moet het doel van de Doopzitting en van eventueel daarop volgend huisbezoek zijn, om de ouders één ding goed duidelijk te maken. Soms komen ouders terug van Doopzitting, vertoornd en diep-verontwaardigd, met de boodschap: „Ze willen mijn kind niet dopen ." Dit misverstand moet weggenomen worden, zodat het aan wie horen wil, volkomen duidelijk is, dat de Kerk het Kind graag gedoopt wil zien, maar dat de ouders zélf tussen Christus en hun kind staan, omdat zij op de Doopvragen niet-in oprechtheid ,,ja" kunnen zeggen. Dat derhalve de Doop niet wordt verhinderd door de onwil van de Kerkeraad, maar door het ongeloof der ouders.

Zó staat dus de zaak voor hen, die Doopzitting houden : Geen kind worde ooit de Doop geweigerd, want het kind zal niet dragen de ongerechtigheid der ouders. Geen Doopouder moet ooit afgestoten worden : ,,dwingt ze om in te gaan " De herderlijke zorg op huisbezoek moet volgen op de Doopzitting, die tot uitstel leidde, en moet zo mogelijk worden voortgezet door voortdurend onderricht, totdat de ouders uit volle overtuiging de Doop begeren voor hun kind, en voor zichzelf in oprechtheid de. gevraagde belijdenis en belofte kunnen afleggen.

Komt het tenslotte niet tot de Doop, dan moeten de ouders, als zij voor rede vatbaar zijn, heengaan in de overtuiging, , dat de Kerk hun kind gaarne gedoopt wil zien, maar dat zij als ouders door hun ongeloof zélve niet ingaan en hun kinderen beletten om in te gaan.

Tenslotte : men wil soms in de Kerkeraad „vaste regels" gesteld zien voor de Doopzitting, waaraan de ouderlingen zich kunnen houden.

Ik acht dit practisch niet mogelijk. Stellig niet in een gedeformeerde Kerk, als waarin wij  leven. De schuld der ontheiliging van de Doop ligt niet alleen bij de Doopouders, maar ook bij de Kerk zelve, die tekort schoot in het noodzakelijke onderricht omtrent de betekenis van de Doop. Het ware te overwegen, of niet in bepaalde gevallen, waarin onwetendheid blijkt, de eis gesteld moet worden, dat de Doopouders eerst gedurende vier weken een catechisatie moeten volgen, waar het Doopformulier besproken wordt in het nauwste verband met de Bijbelse gegevens omtrent besnijdenis en Doop. En dit onderricht zal, althans in de grotestadsgemeenten, nooit voldoende doorgevoerd kunnen worden, zolang wij niet veel en veel meer predikanten, dus ook veel en veel meer ouderlingen hebben, zodat ieder gezin minstens één­ maal per jaar kan worden bezocht en herderlijk in het oog gehouden.

Zolang dit nog niet zo is, kunnen juist de Doopzittingen uitermate vruchtbaar zijn, zowel om te behouden en te bewaren, als om te evangeliseren en terug te winnen. Als vaste regel zou ik willen vragen: elk ouderpaar, dat op Doopzitting aangifte doet, worde door de ouderlingen vóór de Doop aan huis bezocht, om daar uitsluitend met hen te spreken over de rijkdom van Gods beloften bij de Doop, en over de betekenis van hun belijdenis en belofte, die dan gevraagd wordt.

Verder zou ik zoveel mogelijk willen vasthouden en benutten elke draad, hoe dun en versleten ook, die de ouders nog bindt aan de Kerk. Een kind worde, met inachtneming van wat gezegd is, gedoopt, ook al is slechts één van beide ouders ook maar dooplid der Hervormde Kerk.

Is dit niet het geval, dan houde men vast aan de eis, dat althans één van beide, liefst beide ouders, dooplid worden van onze Kerk, dus: door eerst belijdenis des geloofs af te leggen, daar een volwassene immers alleen op belijdenis gedoopt kan worden.

Trouwens, hierop zal steeds moeten worden aangedrongen: hoe kan men voor zichzelf laten liggen de rijkdom van Gods genadige beloften, als men die voor zijn kinderen waarlijk begeert ? Zo kan voor de ouders de weg naar de Doopzitting en de Doop van hun kind uitlopen op de weg naar de belijdenis van Jezus Christus als Heiland en Zaligmaker, en op de toegang tot des Heeren Heilig Avondmaal.

Want Doop en, Avondmaal horen bij elkaar. Voor een gezond geloofsleven in de gemeente is de rechte viering van het Heilig Avondmaal even onmisbaar als de rechte bediening van de Heilige Doop.

H. SCHROTEN.


P.S. Dr. Schroten heeft in dit artikel behartigingswaardige dingen gezegd. Het zal echter aanbeveling verdienen, als hij voor onze lezers de vraag nader onder de ogen wil zien, of, en indien ja, welk verband het Formulier erkent tussen het geloof der ouders en het geheiligd zijn der kinderen. Wij denken aan 1 Cor. 7 vs. 12 v.v., bijzonderlijk vers 14, en hoe wij dat hebben te verstaan. Red.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DOOP GEWEIGERD?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's