De Kerk en wij
HUISBEZOEK
VI.
Nadat wij gezien hebben, hoe wij in ons jonge leven als 't ware door de Kerk begeleid worden in de Heilige Doop, op catechisatie, bij het doen van belijdenis en in de viering van het Heilig Avondmaal, gaan wij nu iets zeggen over huis- en ziekenbezoek.
Misschien is de jonge lidmaat inmiddels getrouwd en had ik eerst nog iets moeten zeggen over het kerkelijk huwelijk of de huwelijksinzegening.
Ik ben altijd dankbaar, wanneer jonge mensen hun huwelijk willen beginnen met de Heere Zijn zegen af te smeken over de grote beslissing, die werd genomen, voorondersteld natuurlijk, dat zij ook vóór die tijd de Heere in deze zaak gekend hebben !
Maar ook hier was het weer de Kerk, die de trouwdag begeleidde.
Nu hebt ge dan een gezin gevormd en ontvangt ge huisbezoek.
In de Kerk zijn drie ambten, dat van herder en leraar, ouderling en diaken. Wanneer nu een predikant of ouderling (of deze samen) bij u op huisbezoek komt, dan komt hij daar niet als meneer die en die, maar als ambtsdrager, die door de Kerk gezonden werd tot dit werk. De Kerk staat immers in dienst van de Heere Jezus Christus en dus ook de dienaren der Kerk, dat zijn de ambtsdragers.
Zo moet ge dus deze broeders ontvangen. Zij komen in opdracht des Heeren en met een boodschap van Godswege.
In dit kerkelijk bezoek is het dus uiteindelijk weer de Heere Zelf, die zich met u bemoeit en tot u komt.
Hij wil in uw gezin, in uw werk, ja, in heel uw leven een plaats innemen. Hij klopt aan de poort van uw huis, en Hij wil u Zijn leiding geven. Nog meer dan in de prediking, komt het Woord des Heeren nu persoonlijk tot u : vermanend, als er te vermanen is, maar altijd onderwijzend en vertroostend.
Hij, die huisbezoek doet, treedt op als de herder, die zijn schapen verzorgt. Hij wijst immers altijd weer de weg van Gods Woord, dat is de weg van Christus, die Zelf de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Daarom gaat het in dit huisbezoek in de eerste plaats over onze persoonlijke verhouding tot God. Hoe is deze ? Waar heeft de prediking, die wij elke week kunnen beluisteren, ons gebracht ? Is de verkondiging van het Woord Gods ons tot voordeel, of zal het zijn tot oordeel ?
Als de Heere door de prediking ons gewezen heeft op onze grote zondeschuld, heeft ons dit dan gebracht aan de voet van Gods genadetroon ?
Heeft Christus enige betekenis in ons leven? Of kunnen wij het nog heel goed buiten Hem stellen ?
Waarom gaan wij niet aan het H. Avondmaal ? Begrijpen wij wel, dat wij daarmede uitspreken, dat het niet goed met ons staat voor de eeuwigheid ? Beseffen wij wel, hoe hierdoor de ernstige roepstem des Heeren : „Bekeert u", des te meer gaat klemmen ?
Hoe voeden wij onze kinderen op ? Gaan wij hen voor in een godvrezend leven?
En nu iets over de practijk van het huisbezoek.
Gelukkig de gemeente, waar 's Zondags kan worden medegedeeld, waar in de week huisbezoek gebracht zal worden. Dan kan men zich er op voorbereiden. Maar . . . . . er zijn er óók, die „vele vonden" zoeken, om dan juist niet aanwezig te zijn. Neen, men verlangt niet erg naar dat bezoek. In de stad zegt men dan tegen de predikant aan de deur : ,,neen meneer, daar doen wij niet aan !" Anderen denken dit alleen maar.....!, komen met allerlei bezwaren aandragen tegen dit of dat in het kerkelijk leven en proberen langs deze weg zich te verontschuldigen over hun slappe kerkgang, enz. Maar . . . . .mensen kunnen wij ontvluchten, een rad voor de ogen draaien of op vrome wijze om de tuin leiden, de Heere ziet echter het hart aan. Hem kunnen wij niets wijs maken. En Hij vraagt toegang tot ons huis en tot ons hart op huisbezoek.
Willen .wij dan ook een zegen ontvangen van het huisbezoek, dan moeten wij beginnen met de ambtsdragers te ontvangen als gezanten van Christus' wege, ook al weten wij wel, dat zij niet „zonder zonde" zijn.
Maar zij brengen u niet hun boodschap, hun speciale opvatting (zo moet het tenminste zijn onder ambtsdragers in dienst van Christus), maar de boodschap des Heeren. Tot de wet en de getuigenis, zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
Zij brengen u dus Gods Woord voor uw persoonlijk leven.
En in navolging van de Meester, zoeken zij ook het verlorene, het afgedwaalde schaap, waarvoor de goede Herder ook Zijn leven heeft gegeven.
Deze ambtsdragers ontvingen hun ambt binnen de Kerk, waartoe wij behoren. In hen is het dus ook weer de Kerk, die u bij al uw zorgen en zwoegen voor het dagelijks bestaan, maar bovenal ook bij al uw dolen en afglijden van de weg les levens wil wijzen op Hem, die de Koning der Kerk is, Jezus Christus. En hoe menigeen is door dit hoogst belangrijke werk der Kerk niet teruggekeerd van een droeve dwaalweg, die hem gebracht zou hebben in de vallei des doods.
De goede herder verlaat zijn 99 schapen om dat éne verdwaalde schaap te zoeken.
De Roomse Kerk kent dit huisbezoek niet. Wij hebben het weer te danken aan de Reformatie.
Laten wij het dankbaar aanvaarden, om zo samen dichter te komen tot God.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's