De Kerk en wij
ZIEKENBEZOEK
VII.
De goede herder geeft zijn leven voor de schapen, maar de huurling vliedt. Omdat hij geen hart voor de schapen heeft".
De goede ambtsdrager zal dus vooral zorg dragen voor zijn zieken. De gemeente zal het slechts kunnen prijzen, wanneer een predikant een goed deel van zijn tijd besteedt aan het bezoek van zieken.
Zij hebben het 't meest nodig.
Wat wordt er in deze wereld ontzettend veel geleden, waar wij geen enkele voorstelling van maken kunnen. Wij mensen gaan zo lichtvaardig door het leven en zo egoïstisch. Als het ons maar goed gaat dan denken wij niet eens meer aan 't leed van onze naaste. Ziek zijn, kan zo'n grote strijd betekenen. Wij zijn immers zo hulpeloos en alles in ons verzet zich juist daartegen.
En het wordt zo oneindig zwaar, wanneer de ziekte lang duurt. In het begin kwamen onze kennissen regelmatig informeren, maar langzamerhand wordt dit vergeten. De mensheid is onbewust soms zo hard.
Wat is het dan in zulke omstandigheden weer een voorrecht, dat er een Kerk is en dat wij tot een Kerk mogen behoren.
Misschien hebben al onze vrienden ons vergeten. Zij zijn zelf geheel in beslag genomen door hun drukke zaken. Maar wie ons niet vergeet, is de Kerk. Gewoonlijk is het speciaal de predikant, die zieken bezoekt. Hij doet dit niet uit particulier mede-leven, maar in opdracht van de Kerk. Het is éen van zijn ambtsplichten.
Hij komt dus bij u als goede vriend, natuurlijk ; maar bovenal als gezant van Christus, die Zelf het leed van menig zieke en ellendige verzacht heeft.
Gij, zieke, ligt daar machteloos en misschien moedeloos, ja, troosteloos. En nu komt daar de predikant als dienaar der Kerk met die boodschap van troost in leven en sterven. Met de verkondiging van Hem, die onze krankheden heeft gedragen en die gestorven is om onze zonden. Jezus Christus, de barmhartige Hogepriester, die medelijden hebben kan met al onze zwakheden, omdat Hij in alle dingen verzocht geweest is, ook in krankheid ; deze Heiland komt met en door Zijn dienaar bij u in de ziekenkamer om te spreken van troost ook in een zware lijdensweg.
Hij Zelf heeft het kruis gedragen zonder murmureren en klagen, maar weet niettemin, hoe zwaar dat kruis kan neerdrukken. En ja, daar klinkt het hard en onverbiddelijk: „de bezoldiging (loon) der zonde is de dood", maar vol van hemelse heerlijkheid volgt daar direct op : „doch de genadegift Gods is het eeuwige leven".
Dat is slechts mogelijk door de genade van Christus, die in onze plaats de verschrikking van lijden en dood doorworsteld heeft, opdat wij nimmermeer in het gericht Gods komen zouden.
Zo wordt het Evangelie ons gebracht, ook aan ons ziekbed. En juist daar, waar de ontbindende macht van zonde en dood zich zo duidelijk openbaart in onze wegslinkende krachten, juist daar ruist het lied der engelen : „Ere zij God in den Hoge . . . .", ,,want ziet. Ik verkondig u grote blijdschap, n.l. dat u heden geboren is de Zaligmaker".
Velen hebben juist op hun ziekbed de rijke genade en nabijheid des Heeren mogen ervaren. Velen zijn ook op wondere wijze door Gods goedheid genezen. Velen zijn ook zeer dankbaar voor het bezoek vanwege de Kerk in hun eentonig bestaan.
Maar ook kan onze ziel zo ontvankelijk zijn in dagen van ziekte, wanneer wij onze kleinheid en hulpeloosheid zo duidelijk aanvoelen. Dan worden er nog wel eens vele goede voornemens gevormd, die echter later ook voornemens blijven en nooit verwerkelijkt worden. Laten wij daar toch voorzichtig mee zijn, opdat wij de Heere niets voorliegen.
Het kan echter ook anders gaan. Nergens belooft de Heere ons, dat Hij het kruis van ons wegnemen zal. Denk maar aan de apostel Paulus. Hoe heeft hij niet met alle ernst van zijn ziel geworsteld met God om verlost te worden van die doorn in zijn vlees, die hem verhinderde te arbeiden in de dienst des Heeren, zoals hij graag zou willen. Zijn gebed is niet verhoord. Die engel des satans bleef hem teisteren. Maar wèl belooft de Heere hem : ,,Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht".
Zo gaat het ook met sommige zieken.
Menigmaal is gebeden om beterschap, maar de Heere verhoort dit gebed niet. De Heere kon Paulus blijkbaar het best gebruiken als kruisdrager. Welnu, zieke, misschien kan de Heere u ook beter op uw ziekbed gebruiken, dan op andere wijze.
Dit is zeker, dat de Heere ook voor u een taak heeft weggelegd. Ten eerste voor u zelf als geloofsbeproeving, maar wellicht ook voor die ander of anderen, die u verplegen of die bij u op bezoek komen. Ook op ons ziekbed kunnen wij immers getuige van Christus zijn.
En velen hebben in jaren-lange ziekte mogen arbeiden in de dienst van hun Meester, die alles overgaf in handen van Hem, Die rechtvaardig oordeelt.
De ziekte kan echter ook een eind maken aan ons aards bestaan. Wij moeten immers allen geopenbaard worden voor de Rechterstoel van Christus.
Dan is daar weer de Kerk met haar boodschap van leven, ook na het sterven. De boodschap van de énige troost in dit leven, die ook in het sterven ons brekend oog richt op de Man van Smarten.
Aan hoe menig ziekbed weerklonken niet de woorden van het Psalmvers : ,,Hij kan en wil én zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven".
Menig kind van God verwisselde dit tijdelijke met het eeuwige onder de woorden van dat oude lied : ,,Jezus, Uw verzoenend sterven, blijft het rustpunt van mijn hart. Als wij alles, alles derven, blijft Uw liefde ons bij in smart "
Zoek daarom de Heere, terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan, terwijl Hij nabij is. Het kan zo spoedig te laat zijn.
Maar weer mogen wij de Heere dankbaar zijn voor die genadegave, die Hij ons in de Kerk geschonken heeft. Zij begeleidt ons van de wieg tot het graf.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's