De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

133)

Maar Michael zei : „Mijn zoon, ik wil u nog verder laten zien, daar, waar ik de kinderen heen breng". En Herzl schrok van wat hij nu zag : daar stond een hoog houten kruis, dat van bloed drupte. En daaronder liepen zaligen, die heetten „Paulus", ,,Petrus", „Johannes", en nog veel meer van die namen. En ook zij droegen het beeld en de gelijkenis van God op een Joods gelaat. En nóg hoger stond een troon. En daar zat een op als eens mensen zoon, en als Jehovah zelf, en die heerste.

En daar, mijn Samuel, hoorde ik schrikkelijke woorden : de Eeuwige vergeve mij mijn droom ! Michael toonde alles met uitgestrekte hand, en zijn stem drong door merg en been, ofschoon zij toch niet hard was : „Dit is het kruis, dat gij hebt gevloekt. — Dit is het heilige bloed, dat ook voor u vrijwillig vergoten werd. — En daar is de Vorst des Levens, die uw Koning is, en in Zijn naam zal zich buigen alle knie in de hemel en op de aarde en onder de aarde". 

Toen zag ik Herzl zich met geweld uit de arm van de Engel losrukken. „Laat mij los. Michael", riep hij. „Ik wil naar Hem toe: mag ik ? "

En die antwoordde : „hier is iedereen vrij man". Maar Herzl viel op zijn knieën, breidde zijn handen uit en bad : „Gij, heilige, vergeef toch Uw volk, en roep het nóg tot U ! Zie zijn versmaadheid aan. Hoe lang zal mijn volk en Uw volk nog wachten. Gij Levende ?"

En de stem van de Mensenzoon weerklonk : „Komt herwaarts tot Mij, gij allen, die vermoeid en belast zijt, - en Ik zal u rust geven". En Hij voegde daarbij een geweldig woord, , dat onze Herzl volle zekerheid schonk. Maar ik ben bang om het met mijn mond uit te spreken, — want ik weet niet zeker of het een gezicht was, of maar een droom.

Als een dode zonk Herzl achterover, maar Michael richtte hem op, en de Serafs zongen „Hallelujah" en „Amen", en dat weerklonk door heel de hemel.

Wat denk je daarvan, mijn jongen ?"

Samuel streek eerbiedig haar hand. Suze had dit verteld met zachte en haastige woorden. „Dan weet u nu in ieder geval, hoe groot Hij moet zijn", zei hij.

„Ik was niet wakker. Het kan geen zonde zijn, want mijn hart kon zich er niet tegen verzetten. Maar hoe kom ik daar nu aan ? Mijn oog heeft dat kruis sedert twintig jaren niet gezien, maar in mijn droom moest het komen. Samuel, zou dat een ziekte zijn ? Mijn jongen, zou het weer iets met mijn hoofd zijn, als toen die keer in Haifa ? "

„Wees daar niet bang voor, moeder, ik weet niet, hoe dat in uw hart is opgekomen, maar toen, die keer in Haifa, waart u niet ziek. Alles is waar, wat u en Mannia toen uit dat huis heeft gehoord en gezien".

„God zij ons genadig !" „En zij zijn geen Meschummads I"

„Vertel mij daarover, als wij tijd hebben, straks, neen, spreek er .maar gerust van, als Reb Sinaï komt. Wanneer het waar is, behoeven we ook voor hem niet bang te zijn". Zij zette de koffiekan klaar en het brood. De oude man kwam binnen en zij gingen nu ontbijten. Nu bracht Samuel verslag uit, — ernstig en zakelijk, wel met een kloppend hart, maar waar en getrouw, en zonder zich partij te stellen. Hij zag de zware onrust, waar de oude man onder zijn woorden toe kwam, maar deze liet hem toch helemaal uitspreken.

En toen had hij net zulke tegenwerpingen als ook Samuel al gehad had. Eerst wilde hij het zich helemaal niet uit het hoofd laten praten, dat die mensen toch verraders waren tegenover hun volk. Maar toen hij die voorstelling moest laten schieten, scheen ook hem een duizeling te overvallen, en hij klaagde : „Staat dan de wereld misschien op haar kop en valt zij uit elkaar net als losse bladeren ? "

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's