De Christen en het Communisme
Was het juist, dat de Synode een kanselboodschap uitgaf over het communisme ?
Zo luidt de eerste zinsnede van een aankondiging vanwege „Kerk en Wereld" van een schriftelijke cursus over het onderwerp.
Men gevoelt in deze vraag een critische toon, althans zekere twijfel of de Synode wel juist heeft gedaan. En dan volgt de tweede vraag, of de kerk die uitspraak heeft gedaan. Ook die tweede vraag luidt niet zonder critiek. Het is, alsof men onderstelt, dat de kerk anders zou hebben gesproken.
Wij zijn van mening, dat de levende kerk nog anders zou gesproken hebben, meer principieel en krachtig dan wat wij thans hebben vernomen.
Het komt ons voor, dat ,,Kerk en Wereld" daarover een ander oordeel heeft. Daartoe geeft het genoemde schrijven aanleiding. Al vragende gaat het door : ,,Hebben wij ons wel voldoende verdiept in het ontstaan en het wezen van het communisme ? Weten wij nog wel, dat ook de communistische mens een schepsel is, wien Gods Woord moet worden verkondigd ? "
Wat voor geest dit schrijven van ,,Kerk en Wereld" bezielt, wordt niet helemaal duidelijk, doch een zekere vriendelijke belangstelling voor het communisme kan men daaraan niet ontzeggen.
„Of de gelovigen zelf hun houding tegenover het communisme bepaald weten door de opdracht van hun Heer", wordt ons voorgehouden als een vraag van de eerste orde.
Wij hebben hier ook onze vragen :
1e. Wat bedoelt men met ,,de opdracht van hun Heer?
Mogelijk de zendingsopdracht, omdat wordt gezegd, dat de communistische mens ook een schepsel is, aan wie het Woord Gods moet worden verkondigd.
Maar dan vragen wij, of dat niet beginnen moet met een duidelijke en krachtige verkondiging der kerk, dat alle mensen schuldig zijn de geboden des Heeren te eren en dat alle overheid, als Zijn dienaresse, gehouden is naar die norm het recht onder de mensen te handhaven.
Nergens heeft de Heere Christus een opdracht gegeven, die inhoudt of ten gevolge zou hebben, dat enig mens of enige macht in de wereld Zijn wet zou mogen verzaken.
Die toon ontbreekt al te zeer in de z.g. verkondiging .van onze tijd en dit euvel wordt zelfs een kinderspel voor de ontvangst van het Evangelie. Door de prediking van de Wet achterwege te laten, maakt men de verkondiging van het Evangelie krachteloos. Zij wordt niets meer dan een paskwil.
Aan deze verkrachting van het Evangelie staat ook de z.g. nieuwe theologie schuldig, die immers geen waarheden of normen wil erkennen, die in ons aardse leven als goddelijk zullen gelden en in ere worden gehouden.
En zij allen, die „de boodschap" menen te brengen, en de prediking der wet in die zin en als eisch aan ons aardse leven van Godswege gesteld, nalaten, mogen zich daaromtrent wel bezinnen, opdat zij zich van deze dwaling bekeren.
2e. Wat de houding tegenover het communisme aangaat ?
Die zal bepaald worden door Gods Woord zelf. Men zal het communisme moeten toetsen aan zijn houding jegens Gods Woord. Niet wij oordelen, maar Gods Woord zal oordelen. Die het Woord verwerpen, verwerpen ook de God des Woords.
Wie wil beweren, dat het communisme, zoals zich, dat in onze dagen opmaakt om de wereld onder zijn scepter te brengen, het Woord Gods eerbiedigt, de gehoorzaamheid aan Zijn wet zoekt, de hoogste geestelijke goederen in bescherming neemt, het recht bestelt naar de norm van Gods wet en diensvolgens de vrijheid eerbiedigt, welke de ware religie eischt en tegelijk beschermt ?
Het mag zijn, dat de idealen van het socialisme en communisme in onze dagen niet zonder invloed van het Christendom zijn ontstaan, de verwachting van een heilstaat op aarde, anders dan in de vernieuwing der dingen, welke ons door de Heilige Schrift wordt voorgesteld in de dag des Heeren, berust op een droombeeld, hetwelk op een teleurstelling moet uitlopen.
De strevingen, die zich openbaren in de leuzen van 't socialisme en communisme van onze tijd zijn geboren uit een geest, die religie als „opium voor het volk" heeft uitgekreten. Zij, die door die geest werden geinspireerd, hebben een propaganda gevoerd, welke er op was gericht de massa afkerig te maken van de religie der Schriften en onverschillig voor de zedelijke orde, welke in de levende religie haar kracht en fundament heeft.
Zo waarlijk de historie daarvan een klaar bewijs levert, staat het vast, dat die geest van de veronderstelling is uitgegaan, dat, om tot een nieuwe opbloei van de cultuur te geraken, moest worden afgelegd, wat meer dan enige zaak als bron van vitale kracht en voorwaarde voor een gezond cultuurleven erkenning afdwingt, van wie de historie laat spreken.
Wij ontkennen niet, dat de kerk in menig opzicht in gebreke is gebleven te waken over „de sociale gerechtigheid", zoals men dat gewoonlijk noemt. Het argument wordt telkens weer gehoord en sommigen doen het voorkomen, alsof de kerk in snel tempo anderhalve eeuw verzuim moet inhalen.
Het ontgaat velen, dat ,,de kerk" allermeest in gebreke is gebleven, omdat zij zozeer geïnfiltreerd en allengs gedomineerd werd door het liberalisme, dat deze verwijtende kinderen heeft voortgebracht. Voor alles heeft het liberalisme zich zelf te beschuldigen en te veroordelen.
Niet de kerk is in gebreke gebleven zich de openbare zaak aan te trekken, maar het libertynse systeem, dat over de kerk heerste, is in gebreke gebleven.
De onbetaalde rekeningen, welke men de kerk aanrekent in dit opzicht, moeten op het debet van het liberalisme worden geschreven.
Dat het liberalisme over de kerk heerschappij vermocht te nemen, betekent de afval van het geloof der kerk in het voorgeslacht.
En dat wij in onze dagen de vruchten plukken van het modernisme, dat vindt zijn oorzaak in het feit, dat wij en onze vaderen dit liever hebben gehad dan de zegeningen van de Christelijke religie.
In zoverre is het verklaarbaar, dat velen dichter staan bij de geest dezer eeuw dan zij zich zelf bewust zijn en dat sommigen zover zijn vervreemd van de kennis der waarheid, dat zij zelfs menen socialisme en communisme met de Geest van Christus te kunnen verenigen.
Zover zijn zij medegesleept in het relativisme van de moderne geest, dat zelfs het Evangelie daardoor wordt opgelost.
Maar daarom zal ,,de kerk" om zich wederom als kerk te openbaren nodig hebben uit de dodelijke omhelzing van het modernisme te worden bevrijd door terugkeer naar de waarachtige religie, waarvan zij in haar confessie belijdenis doet.
En, indien niet, zo zal zij niet bij machte zijn het communisme te toetsen naar de maatstaf des Woords, en de voorwaarden missen om haar roeping tegenover het communisme te vervullen door het vierkant af te wijzen en te overwinnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's