Eindredactie
van de Kerkorde, voorzover deze in eerste lezing werd vastgesteld ter vergadering van de Generale Synode, gehouden van 8 tot 14 Juli 1948 op „Woudschoten" te Austerlitz.
I.
Van de Kerk.
De Nederlandse Hervormde Kerk, overeenkomstig haar belijdenis openbaring van de ene heilige, algemene. Christelijke Kerk, bestaat uit al de Hervormde Gemeenten, waartoe mede worden gerekend de Waalse, Presbyteriaans-Engelse en - Schotse gemeenten in Nederland, alsmede de in haar verband opgenomen Hervormde Gemeenten buiten Nederland.
II
Van de gemeenten.
Krachtens het genadeverbond behoren tot een Hervormde gemeente, die rondom Woord en Sacramenten wordt vergaderd, en mitsdien tot de Nederlandse Hervormde Kerk, gesteld onder haar opzicht en gehouden tot dienstbetoon aan elkander en de wereld, zij, die na openbare belijdenis des geloofs belijdende leden (lidmaten) der Kerk zijn geworden;
zij, wier inlijving in de gemeenschap der Kerk is bekrachtigd door de Heilige Doop ; en zij, die uit Hervormde ouders zijn geboren.
Tot een Hervormde gemeente behoren ook zij, die krachtens hun belijdenis, doop of geboorte tot een andere Kerk behoorden, en naar de Hervormde Kerk zijn overgekomen.
III.
Van de orde der Kerk.
De orde in het apostolaat en belijden, leven en werken der Kerk strekt zich uit over:
de verkondiging van het Woord Gods, de bediening van de Sacramenten, de dienst der gebeden, de dienst der barmhartigheid, het openlijk belijden van de naam Gods, de zending, het getuigenis tegenover overheid en volk, de opdracht der Kerk jegens de van het Evangelie vervreemden, de catechese, de herderlijke zorg, het opzicht over belijdenis en wandel van gemeenten, ambtsdragers en leden, alsook de dienst des Woords en de catechese, de opleiding en vorming van de dienaren des Woords, de theologische arbeid der Kerk, het inzamelen en beheren van gelden en goederen voor de dienst der Kerk, en de roeping ten aanzien van de eenheid der Christelijke Kerk.
IV.
Van de ambten.
Om deze orde der Kerk van Christuswege te onderhouden en in de verscheidenheid der diensten te voorzien, zijn er de volgende drie ambten:
dat der dienaren des Woords, dat der ouderlingen, en dat der diakenen.
De dienaren des Woords worden onderscheiden in herders en leraars (predikanten), zendingspredikanten en predikant-evangelisten,
en de ouderlingen in ouderlingen en ouderlingen-kerkvoogd.
Aan de herders en leraars is toebetrouwd
de verkondiging des Woords, de bediening der Sacramenten, de dienst der gebeden, de leiding van de kerkdiensten, de herderlijke zorg, het catechetisch onderwijs, de leiding van de ambtelijke vergaderingen der Kerk, het afnemen van de openbare belijdenis des geloofs, de bevestiging van de ambtsdragers en van hen, die in een bediening worden gesteld, de kerkelijke bevestiging en inzegening van het huwelijk, de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd, en het medewerken aan de geestelijke vorming der jeugd, met de ouderlingen tezamen het opzicht over de gemeente.
Aan de zendingspredikanten is toebetrouwd het Evangelie des Koninkrijks uit te dragen in de niet-gekerstende wereld, opdat ook daar de Kerk worde geplant en de volkeren komen tot de dienst van de Heer.
Aan de predikant-evangelisten is in liet bijzonder toebetrouwd de verkondiging van het Evangelie, de geestelijke zorg, en het onderricht ten behoeve van hen, die van het Evangelie zijn vervreemd, om door deze arbeid mede werkzaam te zijn in de kerstening van de wereld.
Aan de ouderlingen is toebetrouwd het vergaderen der gemeente, de zorg, dat alles in de gemeente met orde geschiedt, het dragen van de medeverantwoordelijkheid voor de bediening des Woords en het rechte gebruik der Sacramenten, de ambtelijke tegenwoordigheid bij de kerkdienst, en de verzorging van de stoffelijke belangen der gemeente, voorzover niet van diaconale aard, door daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen-kerkvoogd,
en voorts, met herders en leraars tezamen, het opzicht over de gemeente,
als ook, met de herders en leraars, bezig te zijn in de herderlijke zorg, de arbeid onder hen, die van het Evangelie zijn vervreemd, de catechese, en de geestelijke vorming van de jeugd.
Aan de diakenen is toebetrouwd de dienst der barmhartigheid jegens gemeente en wereld, inzonderheid door bijstand en vertroosting aan hen, die verpleging en verzorging behoeven, die moeilijkheden hebben in het gezinsleven, die maatschappelijk zijn ontspoord of zich in stoffelijke nood bevinden;
de taak om, staande temidden van de sociale noden van het volk, hun kennis dienaangaande dienstbaar te maken aan de voorlichting van de Kerk, opdat deze ook overheid en samenleving wijze op haar roeping, de gerechtigheid te betrachten;
de ambtelijke tegenwoordigheid bij de kerkdienst, in het bijzonder ook voor de leiding van het inzamelen van de liefdegaven en het dienen aan de tafel des Heeren ; en het beheren van de diaconale gelden en goederen.
De verkiezing en roeping van haar ambtsdragers geschiedt plaatselijk door de gemeente en overigens door de meerdere vergaderingen.
De ambtsdragers worden bevestigd in een kerkdienst met gebruikmaking van de daartoe bestemde Formulieren uit het dienstboek der Kerk.
V.
Van de ambtelijke vergaderingen.
Opdat niet de ene gemeente over de andere, het ene ambt over het andere, noch de ene ambtsdrager over de andere heerschappij voere, wordt de regering der Kerk uitgeoefend in vergaderingen, waarin de ambten bijeen komen.
Deze vergaderingen zijn voor de plaatselijke gemeente de kerkeraad; voor de in een classis verenigde gemeenten de classicale vergadering ; voor de in een kerkprovincie verenigde classes de provinciale kerkvergadering; en voor alle gemeenten tezamen en mitsdien voor de gehele Kerk de Generale Synode.
In de meerdere vergaderingen zullen geen andere zaken worden behandeld, dan die in. de mindere vergaderingen niet kunnen worden afgedaan, of naar de aard der Kerk tot het werk der meerdere vergaderingen behoren.
De kerkeraad bestaat uit de bij de gemeente dienstdoende dienaren des Woords, de ouderlingen en de diakenen.
In de kerkeraad vormen de predikant of de predikanten (het ministerie) met de ouderlingen (het presbyterie) het consistorie, de ouderlingen-kerkvoogd de plaatselijke kerkvoogdij, de diakenen de plaatselijke diakonie.
De classicale vergaderingen zijn samengesteld uit de dienstdoende predikanten en andere door de kerkeraden aangewezen afgevaardigde ambtsdragers; de provinciale kerkvergaderingen en de Generale Synode uit afgevaardigde ambtsdragers, aangewezen door de classicale vergaderingen.
De meerdere vergaderingen kiezen zich uit de kerkvisitatoren en uit de organen van bijstand adviseurs, die aan haar beraadslagingen deelnemen.
De meerdere vergaderingen benoemen uit de ambtsdragers van haar ressort een breed moderamen, belast met dat voorbereiding en de tenuitvoerlegging van haar besluiten en met datgene, wat aan dit moderamen tot taak wordt gesteld.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's