HOE ANDEREN ONS ZIEN!
Prof. Grosheide behandelt in zijn overdenking 1948—'49 het kerkelijk leven (Belijden en Beleven d.d. 31 Dec. '48), d.w.z. geeft een overzicht van enige voorname punten als : de Wereldraad en de beslissing van de Gereformeerde Kerken tegen aansluiting bij de Wereldraad.
Dat er in de Gereformeerde Kerken omtrent dit punt verschil van inzicht is, hebben wij reeds opgemerkt uit de bespreking van de brochure van dr. Krijger in ons blad.
Ook op de houding van de ,,bijbelgetrouwe" kerken in Amerika werd in ons orgaan een en andermaal gewezen.
Een ander punt, door prof. Grosheide genoemd, betreft de nieuwe kerkorde in de Herv. Kerk :
,,Men weet, dat we niet gaarne over de Hervormde Kerk schrijven. Er is in onze eigen kerken genoeg te doen. We kunnen echter niet steeds zwijgen. Allerminst in een periode, waarin er in de Hervormde Kerk zoveel gebeurt.; Ook in 1948 is er veel gebeurd. De hoogkerkelijkheid is toegenomen. Meer en meer moet alles Hervormd, dat is kerkelijk Hervormd worden. Als het maar Hervormd is, dan is het in orde, het doet er dan minder toe, of men de Christus der Schriften belijdt of niet. De andere kerken, ook de Gereformeerde worden in feite weggecijferd, al vindt men de Gereformeerde personen beste mensen. Daar komt bij, dat de leiding in de Hervormde Kerk in Barthiaans-socialistische handen is. De samenwerking tussen Hervormden en Gereformeerden is daardoor in 1948 weer moeilijker geworden, soms op terreinen, waar ze jaren lang heeft bestaan. Het is wel waar, dat ook vele Hervormden het Hervormd maken van allerlei organisaties afwijzen, we denken aan de school, aan de maatschappelijke organisaties. Doch dat afwijzen is niet principieel, doch alleen ter wille van de practijk in meer dan één geval. En dat bezwaart ons. Cursivering van ons),
En er is nog iets, dat ons bezwaart. Als we dat schrijven, schrijven we dit niet om verdeeldheid te stichten in de Hervormde kring. Trouwens, dat zou ons. niet gelukken. Ook de meest Gereformeerde Hervormden zijn er zo van overtuigd, dat afscheiding en doleantie zondig zijn geweest is dat daardoor de kracht van de Gereformeerden in de Hervormde Kerk is verzwakt, dat er van iets dat op afscheiding of doleantie gelijkt; niets komen zal. Maar nu het punt, dat we bedoelen. Er zijn tal van goed Gereformeerde gezinde Hervormde gemeenten, waar men tevreden is, als men des Zondags Gereformeerde prediking hoort en zich verder van de dingen in kerk en staat niets aantrekt. Men maakt zich niet druk om de kwestie van de nieuwe Kerkorde, (men weet, dat het nu dicht bij de uitvoering is) men doet niet aan de Evangelisatie en weinig aan de zending. En een kwestie als die van de Wereldraad heeft in het geheel geen belangstelling. Indien dit slechts eens anders werd! Dan zou er een grote kracht ten goede in de Hervormde Kerk kunnen openbaar worden. (Cursivering van ons).
Ziedaar enkele noten aan het adres van de Gereformeerden in de Hervormde Kerk. Het kan mogelijk nuttig zijn, dat wij kennis nemen van dit oordeel. Wij geven daarmede niet toe, dat het beeld in alle stukken zo juist is getekend als b.v. in de afkeer der Hervormd-gereformeerden van afscheiding en doleantie. De weerstand tegen het hoogkerkelijk streven kon nog wel ietwat steviger zijn getekend. Overigens zou het oordeel nog wel enigszins anders uitvallen, indien de schrijver met de arbeid der gereformeerden in de Hervormde Kerk nader op de hoogte was.
Er blijft echter nog wel een en ander over, dat wij ons kunnen aantrekken en ter harte nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's