De ware Gereformeerde Kerk?
De Gereformeerde Kerk, orgaan van de Confessionele Vereniging, d.d. 8 Jan. j.l. schrijft het volgende :
Kerkelijke DICTATUUR.
Ons werd toegezonden een brochure die de titel droeg : ,,Dictatuur in de Nederduits Hervormde Gemeente te Arnhem".
Daarin beklaagt zich een Hervormd (Gereformeerd) Comité over achteruitzetting in die gemeente. Deze groep kan zich in de prediking daar ter plaatse niet vinden en dringt nu, sinds enkele jaren aan op het instellen van beurten voor Gereformeerde (Bonds) predikanten — en op het beroepen van een predikant van die richting.
Ik denk er niet aan, me in deze kwestie te mengen. Daarvoor zijn kerkelijke organen. Ik wil echter op iets anders wijzen.
Even na de Arnhemse brochure ontving ik een mededelingenblad van de Ned. Herv. Vereniging tot bevordering van kerkelijk medeleven in Hoogeveen. Het bevatte o.m. de uitslag van de verkiezing voor 3 notabelen en 3 leden van een Commissie van Bijstand. De uitslag was, dat op de Confessionele candidaten gemiddeld 197 stemmen werden uitgebracht, en op die van de kerkeraad (Ger. Bond) gemiddeld 231.
't Percentage Confessionelen is te Hoogeveen aanmerkelijk hoger dan dat van de Ger. Bonders te Arnhem.
Toch denkt deze Ger. Bonds-kerkeraad er niet aan, te Hoogeveen een confessionele predikant te beroepen
Als men over dictatuur te Arnhem meent te moeten spreken, dan toch zeker ook te Hoogeveen. Precies zo staan de zaken te Ede, Veenendaal, Harderwijk, Nijkerk, Wierden.
In al deze plaatsen, met meer dan één predikantsplaats zijn grote confessionele minderheden, die ondanks herhaald aandringen geen confessionele predikant beroepen kunnen krijgen.
Ik zeg deze dingen niet om verwijten met verwijten te beantwoorden. Daarmee komen we geen stap verder. We dienen ons echter af te vragen : waar moet dit heen ? Is dit nu partijdrijven ? Of handelt men louter uit een echt kerkelijke overtuiging ? Zijn deze Bondskerkeraden er zo vast van overtuigd, dat geen confessionele de Gereformeerde waarheid verkondigt ? Dat is natuurlijk mogelijk (evengoed als het mogelijk is, dat ze zich vergissen) ; maar dan betekent dit alles niet minder dan dat deze broeders pretenderen alleen de ware Gereformeerden, de eigenlijke ware Gereformeerde Kerk te zijn. En dan is hier een kerkelijke tweespalt die de kiem der scheiding is.
Ds. G(roenewoud) schrijft over de pretentie; de ware Gereformeerde Kerk te zijn. Een pretentie, welke bedoeld of niet bedoeld aan de „Bondskerkeraden" wordt toegeschreven. Het maakt althans zo de indruk. Wij kunnen dit argument in de stijl van bovenstaand artikel ook omgekeerd aan de confessionele kerkeraden toeschrijven, die voor de ,Bondsmensen' geen predikantsplaats inruimen. Dit echter raakt de kwestie niet.
Wat anders zou het zijn, indien ds. G. had gesproken van ,,ware prediking". Dat zou dichter bij de zaak komen.
Voorop gesteld, dat onze Gereformeerde predikanten zich nog wel zullen bedenken om te zeggen : wij brengen de ware prediking, mag worden aangenomen, dat zij er naar streven een prediking te brengen, die verantwoord is tegenover de eis, die aan de dienst des Woords moet worden gesteld.
Dat zullen ook de Confessionele predikanten bedoelen.
Wij vorderen dus op die wijze niet, zal iemand zeggen. Dat is zo.
Maar dan staat toch de zaak duidelijker.
Er kan over die eis aan de Dienst des Woords te stellen, gesproken worden.
Het gaat om de aard en het karakter der prediking.
En als wij de zaak zo stellen, zal niemand kunnen ontkennen, dat de „confessionelen" een andere opvatting huldigen als de „gereformeerden".
Gaan wij hier op in, dan komt als voornaamste punt de ,,bevindelijke" prediking in het geding.
Wij hebben „confessionele" predikanten gekend, die zodanige plaats aan ,,het geloofsleven" in hun prediking toekenden, dat zij door ,,gereformeerden" gaarne werden gehoord, ondanks hun gezang. Wij nemen aan, dat dezulken ook nu nog wel voorkomen.
Maar zo zijn zeker niet alle confessionele (en zich bij de confessionelen scharende) predikanten. En als ds. G. een onderzoek instelde naar het Confessioneel gehalte van al die minderheden, welke hij in verschillende plaatsen noemt, zou het wel eens kunnen zijn, dat de Confessionele Vereniging toch bezwaar moest maken, om daarvoor als pleitbezorger op te komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's