Wij en de Kerk
BID EN WERK
XI.
De Kerk brengt dus mee de gemeenschap der gelovigen.
Wij zagen reeds, dat dit betekent de bereidheid om een offer te brengen ten dienste van onze medemens in eigen gemeente of daar buiten.
Ook op een andere manier kan de vraag echter tot ons komen wat wij eigenhjk voor de Kerk willen doen.
Zeker, wij hebben als gelovigen allen een taak in deze wereld. Wij behoren allen een zoutend zout en een licht te wezen in de duisternis van onze naaste. „Gij zult Mijn getuigen zijn" is een opdracht, die voor alle gelovigen geldt.
Maar de Kerk verricht haar arbeid toch hoofdzakelijk door middel van de ambten, waartoe mensen uit de gemeente geroepen worden.
Wanneer nu een beroep op ons gedaan wordt voor het ambt van ouderling of diaken, zullen wij ons ernstig af moeten vragen of hier niet een roepstem van de Heere in ligt, waaraan wij ons niet mogen onttrekken.
En wanneer wij zulk een ambt mogen dragen, zullen wij ons altijd moeten afvragen of wij onze ambtelijke plichten wel trouw en ijverig vervullen als voor Gods Aangezicht. De ouderling in het bezoeken van de gemeenteleden en de diaken in het verzamelen van de giften, maar ook in het bezoeken van de minder bedeelden.
Daarnaast kan echter in de grotere gemeenten ook een beroep op ons gedaan worden om mede te werken in de arbeid van het huisbezoek of een andere tak van arbeid. Dan ook zullen wij ons de belofte moeten herinneren in en aan de Kerk beloofd bij het afleggen van onze belijdenis, dat wij zouden medewerken aan de belangen van het Koninkrijk Gods in het algemeen en aan de belangen van onze Hervormde Kerk in het bijzonder.
Het oude woord, dat de Heere aan Abraham heeft toegezegd, is nog altijd van kracht: „Wees gezegend en wees ten zegen", en dat is de ervaring van allen, die in 's Heeren dienst werkzaam zijn.
Doch het arbeidsterein der Kerk is zeer groot en werkloosheid zal hier nooit bestaan. Integendeel : er zijn altijd werkkrachten tekort. Vooral de dienst der barmhartigheid is onuitputtelijk. Gods Woord noemt o.a. als de ware godsdienst, het bezoeken van weduwen en wezen, het bezoeken van zieken en gevangenen, het geven van een glas water aan een dorstige, een snee brood aan een die hongert. Wie maar rond zich kijkt, zal altijd werk vinden.
Laat ik nog iets noemen : het geleiden van een blinde, het oppassen tijdens de kerkdienst in een gezin met jonge kinderen, waarvan vader b.v. naar Indië is, zodat moeder nooit naar de kerk kan gaan, tenzij iemand haar helpt met de oppas. En zo zouden er nog vele dingen te noemen zijn.
Doch zóveel is ons wel duidelijk, dat hier een taak kan liggen en zeker ligt (!) zowel voor ouderen als jongeren, die ook maar enigszins verstaan hoeveel wij aan de Kerk te danken hebben.
Waar wij in gebreke blijven, schiet ook de Kerk tekort, want de Kerk is in deze dingen hetzelfde als de leden der Kerk.
De Kerk doet haar plicht jegens ons, zij het door de dienst van zondige en zwakke mensen. Laten wij dan ook onze plicht tegenover de Kerk niet vergeten, want uiteindelijk is het de Heere Zelf, die ons roept tot dienst aan de naaste. En wij zullen zelf geen zegen kunnen ontvangen, als wij niet bereid zijn ook voor een ander ten zegen te wezen.
De Kerk roept ons tot het geloof in de Heere Jezus Christus in de Naam des Heeren. Daarom is het'onze roeping te luisteren naar haar boodschap en te gehoorzamen aan 's Heeren geboden. De Heiland heeft heel de Wet des Heeren samengevat in twee geboden : God lief hebben en onze naaste.
„En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God lief heeft, ook zijn broeder liefhebbe". (1 Joh. 4 vs. 21).
„En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam Zijns Zoons, Jezus Christus, en elkander lief hebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft". (1 Joh. 3 vs. 23).
Zo moeten wij leren biddend te luisteren en biddend te gehoorzamen.
Er kan een tijd komen in het laatste der dagen, wanneer de Antichrist alle macht in deze wereld zal uitoefenen, dat de zichtbare Kerk, waarover wij tot hiertoe steeds gehandeld hebben, zal wegvallen.
De tijd der verdrukking en vervolging zal dan geen Kerk meer dulden in het openbare leven. Dan zal ook de gemeenschap der gelovigen bemoeilijkt worden, wanneer wij niet meer samen kunnen komen in een kerkgebouw, hoogstens — zoals de christenen te Rome — in geheime catacomben en andere plaatsen.
Wellicht zullen wij dan pas verstaan hoe grote zegen er gelegen was in de Kerk, die God ons in dagen van vrede geschonken had. Dan zullen wij wellicht ook berouw hebben over zoveel onverschilligheid tegenover deze genadegave Gods.
Laat het zover niet behoeven te komen.
Laten wij liever nu reeds de Heere danken voor alles wat Hij ons in onze Kerk geschonken heeft en dit tonen door de gemeenschap met elkander te beoefenen door het gebod der naastenliefde in practijk te brengen en trouw te zijn in het bezoeken van de samenkomsten der gemeente, in het lezen en bestuderen van Gods Woord, bovenal ook in het gebed voor onze Kerk, opdat zij opnieuw moge worden een stad op een hoge berg gelegen, waarvan het licht wijd en zijt uitstraalt in deze donkere wereld, waar haat en nijd, afgunst en jalousie zo'n bittere rol spelen.
Doch bidt.en werkt! Toon uw geloof uit uw werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's