De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

8 minuten leestijd

Dit geschriftje wil een antwoord zijn op de vraag naar een korte, eenvoudige behandeling van enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde, dat aan de Ned. Herv. Kerk is aangeboden om te komen tot de vaststelling van een Kerkorde in deze Kerk. Het zal wellicht bekend zijn, dat de Geref. Bond een brede commissie heeft samengesteld ter bestudering van het bovengenoemde ontwerp.

De resultaten der besprekingen, de bezwaren en voorstellen worden steeds ter kennis van de Synode gebracht en gepubliceerd in het orgaan van de Geref. Bond: De Waarheidsvriend. Het is alleszins aanbevelenswaardig, dat kennis genomen wordt van deze uitvoerige rapporten.

Toch kan het dienstig zijn om eenvoudig en duidelijk hoofdbezwaren tegen het Ontwerp kort te behandelen. Zo, dat ieder gemeentelid kan begrijpen waar het om gaat.

We hopen, dat deze korte uiteenzetting enigszins aan het geuite verlangen voldoet.

We zullen zoveel mogelijk gebruik maken bij onze behandeling van de bezwaren van wat in de uitvoerige rapporten is geschreven. We zullen meerdere stukken daaruit, met of zonder toelichting, letterlijk overnemen.

Dit heeft dit voordeel, dat ieder hierdoor de bezwaren onder ogen krijgt, zoals deze door de brede commissie van predikanten, zijn geformuleerd.

We willen eerst wijzen op tweeërlei gevaar, waarvoor moeten wachten we ons.

We moeten een Kerkorde niet overschatten. 't Is niet zo, dat het in de Kerk wel in orde is of vanzelf wel in orde komt, als de Kerkorde maar goed is.

Niets is minder waar dan dit.

Van het allergrootste belang is hoe de Kerk is, die de Kerkorde zal hanteren.

Dit mag echter niet leiden tot een onderschatting van de Kerkorde. We mogen niet zeggen: „Nu ja, wat doet er eigenlijk zo'n Kerkorde toe; Wat zullen we ons daarover nu druk maken"

Een Kerkorde is wel degelijk van belang. Dit springt onmiddellijk in het oog als we bedenken, dat een Kerk een bepaalde orde kan  hebben, die allerlei ketterijen welig laat tieren en die de loop van Gods Waarheid aan alle.kanten belemmert.

Een Kerkorde toch moet een goede, Schriftuurlijke orde zijn voor het leven en werken van de Kerk.

De Kerkorde moet zo zijn, dat aan het Woord Gods en de belijdenis der Kerk ruim baan wordt gelaten.

De Kerkorde moet duidelijk en op een wijze, die voor geen misverstand vatbaar is, aangeven, dat de gehele Kerk in al haar handelingen gebonden is aan de Schrift en de belijdenis der Kerk. Er wordt wel eens opgemerkt: „Ge kunt toch nooit een formulering vinden, waardoor deze binding er ook inderdaad zal zijn". We zouden willen zeggen: „Zwijg maar stil, dat weten wij ook wel". Maar moeten we daarom afzien van een goede en voor geen tweeërlei uitleg vatbare formulering ? Neen toch immers. Dan kunnen we de opstelling van een nieuwe Kerkorde met ditzelfde argument wel bestrijden. En zeggen: „Houdt maar op, door die Kerkorde alleen bereikt ge toch niet, wat ge bereiken wilt".

We hebben te doen, wat onze hand vindt om te doen. En dan willen we een Kerkorde, waarin de binding aan de belijdenis der Kerk duidelijk wordt vastgelegd.

De Dordtse Kerkenordening laat hier geen onzeker geluid horen. In art. 53 lezen we; „De Dienaren des Woords Gods en evenzo de Professoren in de Theologie ('t welk ook den anderen Professoren wel betaamt) zullen de belijdenisse des geloofs der Nederlandsche Kerken onderteekenen; en de Dienaren, die zulks weigeren, zullen de plaats van. hun dienst door den Kerkeraad of de Classis opgeschort worden, tot ter tijd toe, dat zij zich daar in geheellijk verklaard zullen hebben; en, indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hun dienst geheellijk afgezet worden".

Juist op dit punt nu ligt ons hoofdbezwaar tegen het Onlwerp- Kerkorde. In dit Ontwerp wordt gesproken over belijdenis, maar meer nog over het belijden en de weg van het belijden der Kerk. Het is ongetwijfeld juist, dat de belijdenis moet worden beleden. Anders wordt de belijdenis een eerbiedwaardig stuk uit het verleden, waar we natuurlijk niet aan tornen uit eerbied voor de oudheid, dat we graag eens onderzoeken, enz. Maar het geloof, dat in de belijdenis spreekt en getuigt en belijdt, wordt niet meer gekend en door dat geloof wordt niet meer beleden. wat in de belijdenis werd neergelegd in onderworpenheid aan het vaste Woord des Heeren. 

En dit nu moet er wel degelijk zijn. Maar dan zijn de belijdenis en het belijden ook ten nauwste met elkaar verbonden. Dan mogen deze niet van elkaar los worden gemaakt. De inhoud der belijdenis mag niet in de hoek worden gedrongen en verlochend ten bate van een belijden, dat zich al verder en verder van de belijdenis zou verwijderen.

We erkennen ten volle het recht om van de belijdenis, zoals deze is neergelegd in onze belijdenisgeschriften, in beroep te gaan op Gods Woord. De belijdenis en de belijdenisgeschriften toch zijn aan het Woord Gods onderworpen.

Maar daarom mogen ze ook alleen maar op grond van dat Woord gewijzigd worden. Terwijl deze verandering maar niet aangebracht kan worden of aanvulling zou kunnen plaats vinden door ieder, wie dan ook, neen, maar alleen door hen, alleen door Gods Kerk, die haar geloof vindt uitgedrukt in deze belijdenis en rond deze belijdenis vergaderd is in enigheid des waren geloofs.

Met betrekking nu tot wat we in 't kort hebben aangestipt, zijn we allesbehalve tevreden over wat het Ontwerp-Kerkorde ons op dit punt biedt.

Zeker, art. X spreekt over de H. Schrift als de bron der prediking en enige regel des geloofs. Het zegt, dat de gehele Kerk belijdenis doet van de zelfopenbaring van de Drieënige God en dat in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen. Gewezen wordt op de geschriften, waarin de belijdenis der Vaderen is vervat. Gesproken wordt over de Kerk, die leeft in de uit de Schrift geputte belijdenis der Vaderen en die telkens weer belijdt in haar prediking enz. Jezus Christus als Hoofd der Kerk en als Heer der wereld. De ambten enz. moeten zich bewegen, in deze weg van het belijden der Kerk. Naar de regel van Gods Woord moet opzicht geoefend worden. De Kerk weert, wat haar belijden weerspreekt.

Bezwaren inzake dat belijden kunnen — onder beroep op Gods Woord — worden voorgelegd aan het oordeel der Kerk, die zich daarover uitspreekt.

Bovendien is er dan nog aan toegevoegd: zich strekkende naar de toekomst van Jezus Christus . . . . .

We zouden willen beginnen met op te merken, dat in dit artikel uitspraken voorkomen, die kunnen worden gemist, omdat ze in een Kerkorde niet zozeer op hun plaats zijn. Een Kerkorde toch is geen belijdenisgeschrift. Een Kerkorde behoeft dus ook geen belijdenisuitspraken . of soort minimum-belijdenis te bevatten. Wat de Kerk belijdt, vinden we uitvoerig in haar formulieren.

Maar juist wat in art. X wèl onomwonden moet staan, missen we  er in. Hier heeft te staan wat nog steeds de belijdenis der Kerk, ook voor het heden is, en dat de ganse Kerk daaraan, onder beroep op Gods Woord, is gebonden. Waarom wordt dat nu niet eenvoudig gezegd:

Waarom zo'n brede opzet en zo'n uitvoerige formulering ? Wat is de zin van dit alles ? Welke betekenis moeten we er aan toekennen ?

Wat wil gezegd zijn met de uitdrukking: „in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen ? " „Levende in de uit de Schrift geputte belijdenis der Vaderen ? "

„De zelfopenbaring, van de Drieënige God ? "

Zitten we hier niet midden in de problemen van Heilige Schrift, Woord Gods, Openbaring, belijden en weg van het belijden ?

En wat is de toekomst van Jezus Christus ? Is dat hetzelfde als de wederkomst van Jezus Christus, van die Christus, Die leed en stierf en opstond en ten hemel voer ?

We mogen .gerust zeggen, dat er uitdrukkingen zijn, welke met meer dan één inhoud gevuld kunnen worden. En dat zit hem mede in die uitdrukkingen zelf, die niet duidelijk één uitleg toelaten. Als we art. X lezen, zeggen we : Waar zijn we nu eigenlijk aan toe ? Wat wil dit art. toch?

Wordt nog beleden wat de belijdenis ons zegt over de Heilige Schrift en haar volstrekte gezag ? Wanneer dit niet zo is, dan komt alles op losse schroeven te staan. Ook het belijden en het opzicht en de tucht.

Wat hebben we dan te verstaan onder „de fundamenten" der Kerk, een uitdrukking, welke elders in het Ontwerp wordt genoemd. In een van de vragen, voorgelegd aan toekomstige predikanten, worden deze gebonden aan het Evangelie van Jezus Christus en de weg van het belijden der Kerk.

Wat moet worden verstaan onder het Evangelie van Jezus Christus ? Waarom geen binding aan de belijdenis der Kerk, maar wel aan de weg van het belijden ? Hoe zal die weg van het belijden zijn ? Kan dat geen kromme weg worden ?

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's