De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN KORTE TREKKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN KORTE TREKKEN

De Kerkcent

6 minuten leestijd

Er is al meer over geklaagd, dat de opbrengst van de collecten bij vele huwelijksbevestigingen dikwijls zo bedroevend gering is. Vaak in tegenstelling met de grote bedragen, die bij dezelfde gelegenheden voor andere zaken worden uitgegeven. Al heeft menige kerkbode, vooral uit grotere plaatsen, er meer dan eens over gesproken, men zal het, denk ik, maar slecht kunnen aannemen, dat zo'n collecte eens niet meer bedroeg dan 23 cent. En dat terwijl de bruiloftsstoet bestond uit 5 rijtuigen met 2 paarden bespannen ! Toch las ik het in „Diakonia", dat het weer uit de Schiedamse Zondagsbode had overgenomen. De genodigden hadden niet eens allen wat in het zakje gedaan. Sommigen knikten alleen maar van neen.

Het weekblad ,,De Hervormde Kerk" besteedt aan dit geval en de huwelijkscollecten in het algemeen een artikeltje onder de juiste titel : „De kerk betaalt het gelag". Daarin vertelt de heer van Schouwenburg nog een even ,,droeve" geschiedenis.

Een diaken vertelde hem eens, hoe hij met de collectezak voor een bruidspaar stond. De bruidegom zocht naar zijn laatste dubbeltje en de bruid vroeg : ,,Geef me eens even een losse cent".

Nu zijn dergelijke voorvallen gelukkig uitzonderingen. Het komt nog meer voor, dat men, wanneer na het beëindigen van de dienst de collecten geteld worden, tegen elkaar kan zeggen : „Zij hebben de kerk niet vergeten !"

Dat er evenwel steeds weer klachten over deze collecten geuit worden, bewijst echter hoezeer voor velen helaas de kerkelijke huwelijksbevestiging vervlakt is tot een ornament, dat men op de trouwdag niet graag zou missen, doch dat overigens in zijn betekenis niet meer wordt verstaan, zodat het niet te verwonderen valt, wanneer men blijk geeft in het geheel zelfs niet meer te begrijpen, welke de zin is van de geboden gelegenheid om de minder bedeelden christelijke handreiking te doen en iets af te zonderen voor de eredienst. Dat is erg en bedroeft te meer, indien men let op de menigmaal ongehoord hoge bedragen, die ter gelegenheid van het huwelijk worden besteed om toch voor al maar goed voor de dag te kunnen komen. Terecht besluit de schrijver zijn stukje :

,,De kerk wil aan de bruiloft niet verdienen in deze betekenis (n.l. zoals b.v. de banketbakker en de bloemist). Zij mag, en moet zelfs, alleen vragen, dat zij, overeenkomstig haar opdracht haar dienst verrichtende, niet behoeft te leven van de restanten van het feest. Maar dat allereerst en bij voorbaat ook dan geschiedt, wat het huwelijksformulier ten overvloede nog voorhoudt: dat er iets welbewust wordt afgezonderd voor handreiking aan minderbedeelden en instandhouden van de eredienst".

Ik geloof echter, dat dit niet alleen geldt van de collecten bij huwelijksbevestigingen, maar evenzeer van die, welke in de gewone godsdienstoefeningen worden gehouden. Wanneer men van diakenen en kerkvoogden verneemt, hoeveel centen zij wel in de collecte aantreffen, kan men soms toch niet aan de indruk ontkomen, dat de kerk ook dan van de restanten van de Zaterdag moet leven en weer het gelag betaalt. Zeker er zijn vooral in deze dure tijd ook onder die centen giften, die te vergelijken zou­den zijn met het penningske van de weduwe, die al haar leeftocht in de schatkist wierp. Centen, die voor de gever of geefster misschien wel meer betekenden dan een grote som voor een ander en die desniettegenstaande toch met liefde geofferd werden voor de dienst des Heeren en de minder bedeelde broeders en zusters, die Hij ons naliet. Over die centen gaat het niet, wanneer ik zeg, dat ook uit de gewone collecten dikwijls blijkt, dat de kerk het maar met het overschot moet doen. Van die centen kunnen er nooit genoeg in de collecten gevonden worden ! Want we kunnen toch zeggen, dat de betekenis van een gift niet in de eerste plaats afhankelijk is van de grootte van het bedrag, maar van de vraag in hoeverre de gave uit liefde werd geschonken.

Neen, over die centen heb ik het niet. Eenvoudig al niet, omdat er voor vele gezinnen ten gevolge van de duurte, nadat de noodzakelijke uitgaven voor levensonderhoud zijn gedaan, weinig meer overblijft dan wat kleingeld. Ik denk echter hier aan die centen, welke niet in de collectezak terecht behoefden te komen, indien er maar een weinig minder aan zaken van genot en genoegen was besteed. Ik vrees, dat er soms heel wat centen in de collecten worden gedaan, nadat de vorige dag het tien- of honderdvoud daarvan, als het niet meer is, uitgegeven werd bij de banketbakker of de sigarenwinkelier. En vooral denk ik aan de centen, die alleen maar uit gewoonte „geschonken" worden, omdat men er nog nimmer iets van verstond, dat er een offer van ons wordt gevraagd. Het kan wel eens zijn, dat het aantal centen, dat zo gedachteloos in de collecte gedaan wordt, nog het grootst is, want we moeten het toch voor een sprekend getuigenis houden, dat de gave, die voor de dienst des Heeren en Zijn armen bestemd is, algemeen nog kerk-cent wordt geheten.

Dat is droef. Wanneer er nog eens een bedelaar aan de deur komt, schamen we ons toch om in zijn uitgestoken hand een enkele cent te leggen. Dan maken we er allicht twee van of zoeken een wat groter geldstuk ! En wat kunnen we in een winkel nog met een cent doen ?

Maar diezelfde cent, die men toch maar liever niet aan een bedelaar geeft en waar we in een winkel niets voor kunnen krijgen, is helaas voor velen goed genoeg om als gave te dienen, wanneer de Heere ons daarom vraagt.

Meen niet, dat ik overdrijf. Het is al een heel lange tijd geleden, dat ik in een kerkbode een berekening las van het aantal kerkgangers, dat naar alle waarschijnlijkheid een cent in de collectezak gedeponeerd had. Jammer genoeg ben ik de nauwkeurige cijfers kwijt, maar ze waren ontstellend. Het ergste is, dat de kerkcent zó normaal geacht wordt, dat ik weet van een ambtsdrager, die eens zijn beurs vergat en zonder blikken of blozen aan een ander 3 centen te leen vroeg. Er werd 3 maal gecollecteerd. Voor ieder zakje één !

Neen, dat kan toch niet langer. Met ingang van 1 Januari j.l. zijn het half je, de vierduit en de halve gulden uit de omloop genomen. Behalve die geldstukken dient ook de „kerkcent" zo spoedig mogelijk te verdwijnen. Al hoop ik, dat er nog vele ,,penningskes" als van die weduwe gecollecteerd mogen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

IN KORTE TREKKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's