De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

6 minuten leestijd

De Commissie van de Geref. Bond heeft voorgesteld art. X aldus te lezen: „In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en maatstaf der prediking en als enige regel des geloofs, handelt de Kerk in al haar ambten, vergaderingen, organen en bedieningen bij haar werkzaamheden in overeenstemming met haar belijdenis, doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God".

In plaats van de belijdenis der Vaderen willen wij lezen: de belijdenis der Kerk. Er mag o.i. geen onduidelijkheid zijn met betrekking tot wat die belijdenis der Vaderen voor de Kerk van het heden is.

Tevens wordt voorgesteld dat het opzicht oefenen niet alleen geschiede naar het Woord Gods, maar ook naar de belijdenis der Kerk.

De zin: De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt, zouden wij gaarne veranderd zien in: De Kerk bestrijdt en weert wat haar belijdenis weerspreekt.

De Kerk heeft nog een belijdenis, die nooit rechtens is afgeschaft. In aansluiting hiermee wordt voorgesteld, dat bezwaren inzake het belijden kunnen worden ingediend onder beroep op Gods Woord en de belijdenis.

Gravamina tegen de belijdenis kunnen worden ingediend met beroep op Gods Woord.

Het gehele art. X, zoals wij het zouden wensen, wordt dan als volgt :

„In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron maatstaf der prediking en als enige regel des geloofs, handelt de Kerk in al haar ambten, vergaderingen, organen en bedieningen bij al haar werkzaamheden in overeenstemming met haar belijdenis, doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God. De belijdenis der Kerk is vervat, zowel in het Apostolicum, de - v geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius — geestelijk eigendom van de algemene Christelijke Kerk - als in de Heidelbergse Catechismus en de Ned. Geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels — door de Reformatie aan de Kerk in. de Nederlanden geschonken.

Te dien einde heeft de Kerk, terwille van de vervulling van de opdracht van haar ambtsdragers en gemeenteleden, de roeping naar de regel van het Woord Gods en haar belijdenis opzicht te oefenen over de verkondiging, de catechese, de opleiding en vor­ming van de dienaren des Woords. De Kerk bestrijdt en weert wat haar belijdenis weerspreekt. Bezwaren inzake het belijden der Kerk kunnen door lidmaten — onder beroep op Gods Woord en de belijdenis — worden voorgelegd aan het oordeel der Kerk, die zich daarover uitspreekt. Gravamina tegen de belijdenis kunnen worden ingediend met beroep op Gods Woord".

We hebben uitvoerig stilgestaan bij dit hoofdbezwaar. Een ieder begrijpt waarom. Als hier onzekerheid blijft heersen, dan wordt daardoor alles, wat er verder in de Kerkorde staat, beïnvloed. Een volgend hoofdbezwaar richt zich tegen artikel XI, dat handelt over de organen van bijstand.

Wij willen hier zelfs spreken van een „episcopale" dreiging der raden en organen. De rechten en bevoegdheden der plaatselijke gemeenten worden hierdoor, op onduldbare wijze aangetast. Er is gevaar voor overheersing en een soort nevenregering. Uit meerdere bepalingen blijkt een ingrijpen in de bevoegdheden van de plaatselijke gemeente.

We nemen de bezwaren hier over, zoals deze in het uitvoerig rapport zijn gepubliceerd.

1. Over dat artikel zouden wij willen opmerken, dat in het Ontwerp terecht allerlei arbeid, die de Kerk tot voor enkele jaren aan particulieren overliet, als werk waartoe de Kerk geroepen is, wordt aanvaard. (O.a. Inw. en Uitw. Zending en Zending onder de Joden).

2. Echter zagen ondergetekenden liever de lijn van art. 49 van de D.K.O. aangehouden, waarbij de Deputaten wel uitvoerders zijn van hetgeen hun opgedragen is, maar overigens ten opzichte van de Classis een raadgevende en helpende functie hebben, daar, waar hun hulp en raad gevraagd wordt. Daarin wordt vastgehouden aan de presbyteriale opvatting, dat geen lichamen of personen over andere lichamen of personen heersen ; dat zij er in de Kerk zijn om te dienen. Nu vormen deze raden en organen een episcopale bedreiging voor het leven der Kerk.

3. Organisatorisch is het nodig, dat er contacten zijn tussen het geen er plaatselijk, regionaal, provinciaal en landelijk geschiedt, maar om principiële en tactische redenen is het wenselijk, dat hier geen dwingend karakter gegeven wordt aan overleg en overeenstemming. Dit zou reeds zo zijn, wanneer de gehele Kerk van gereformeerde belijdenis was, hoeveel te meer nu in de Kerk nog altijd zoveel divergerende (uiteenlopende) beschouwingen gevonden worden.

4. Nagaande al de raden en organen en commissies, die in het Ontwerp voorkomen, vrezen wij - ook een over-organisatie, die niet alleen ondragelijke financiële lasten met zich mee zal brengen, maar het Kerkewerk zeer bemoeilijken zal. Het gevaar voor een kerkelijke bureaucratie is niet denkbeeldig.

Wanneer buitengewone toestanden buitengewone maatregelen nodig maken, neme men deze niet op in een Kerkorde, die bestemd is het normale leven en werken der Kerk te regelen. Men benoeme daarom zo min mogelijk raden met een permanent (blijvend) karakter.

Men late de mindere vergaderingen vrij in het zelfstandig aanvatten en uitvoeren van allerlei kerkelijke arbeid. Men verplichte daarbij alleen tot kennisgeving aan de Synode, opdat aan de top overzicht mogelijk is, van al wat in de Kerk geschiedt.

5. Naar onze mening is de Kerk wel geroepen grondbeginselen aan te geven voor het geestelijk en zedelijk leven, ook ten opzichte van film en radio enz., maar het is voor de Kerk niet wenselijk met dit alles zich op rechtstreekse wijze te bemoeien. Op grond van genoemde bezwaren, stellen wij de volgende redactie voor van art. VI :

„De Kerkeraden en de meerdere vergaderingen benoemen, wanneer de zorg van de dienst der Kerk op verschillende terreinen des levens dit vereist, Commissies van gedelegeerden (of deputaten) om voorlichting en raad te geven en om uit te voeren hetgeen hun op dit arbeidsveld tot taak wordt gesteld. Overleg tussen commissies, door meerdere en mindere vergaderingen op eenzelfde terrein ingesteld, is gewenst met het oog op de eenheid van de arbeid der Kerk, doch draagt een vrijwillig karakter".

Nota genomen hebbende van onze bezwaren tegen de episcopale dreiging der raden en organen en de dreiging van overorganisatie, zal het U duidelijk zijn, dat wij niet kunnen accoord gaan met de instelling van de vele raden en vooral niet met de grote bevoegdheid, die het Ontwerp schier aan elke Raad denkt te geven.

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's