De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De nadere Reformatie en wij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nadere Reformatie en wij

6 minuten leestijd

Wanneer we iets zeggen willen over de ,,nadere Reformatie" en wij, dan doen we dit, omdat we indien we leven op het erf der kerk en geen vreemdeling in het kerkelijk Jeruzalem zijn, we vaak moeten constateren dat ook thans nog wel dezelfde toestanden worden aangetroffen, als die de mannen der „nadere Reformatie" in hun tijd met grote bezorgdheid hebben gadegeslagen.

En niet alleen gadegeslagen, doch bezield met heilige ijver voor Gods Huis en dienst, hebben die getrouwe Godsknechten daartegen hun vlammende waarschuwingen laten horen. We noemen slechts de namen van een Voetius, V. Lodensteijn, Teelinck en denken daarbij aan vele anderen, die ze terzijde stonden.

De godvruchtigheid der mannen van de ,,nadere Reformatie" heeft grote betekenis ook voor het geestelijke leven nu. Nog spreken ze, nadat ze gestorven zijn. En we doen wel acht te geven op datgene wat ze ons, in Gods Naam, te zeggen hebben.

Wat was het toch dat hen naar de bazuin deed grijpen ? En waarom noemde men de beweging die het gevolg was van dit waarschuwend en opwekkend bazuingeklank, de ,,nadere Reformatie" ?

Het is duidelijk dat er verband is tussen de Reformatie en de ,,nadere Reformatie". Het woord zelf zegt het reeds. Men wilde weer terug tot de diepste beginselen daarvan. En nu was dit het eigenaardige. De mannen en vrouwen der ,,nadere Reformatie" trokken niet allereerst ten strijde tegen mensen die deze beginselen ontkenden of er zich uiterlijk vijandig tegenover stelden. Integendeel. Het ging tegen hen die zich uitgaven voor orthodox, doch en dat was het punt waar het om ging, doch de kracht der orthodoxie hadden verloochend.

In de Reformatie der 16e eeuw had de kerk het zuivere Woord Gods terug ontvangen. Wonderen van Gods genade waren openbaar geworden. Het levend geloof, gewerkt door Gods Geest, had zijn kracht betoond in gevangenis en kerker, op schavot en aan galg. En vele zielen waren getrokken van de duisternis tot Gods wonderbaar licht, 't Was de bloeitijd van Gods kerk. De leer der apostelen en profeten blonk in volle luister. Van de levende kern ging invloed uit ten goede. Er kwam beslag op velen, die de R. K. kerk verlieten en zich bij de kerk der Reformatie aansloten.

Maar toen na verloop van tijd het goud van het waarachtig geloof door allerlei oorzaak begon te verduisteren, toen de kracht der godzaligheid spaarzamelijker aangetroffen werd, toen bleef er nog wel een gereformeerdheid over — doch in grote lijnen zulk een gereformeerdheid die aan uitwendigheden genoeg had of vaak nog erger, die uitwendige orthodoxie paarde aan een leven in de dienst der wereld.

En dit bleef niet alleen beperkt tot de schare' onder de kansel, maar ook vele predikanten verwaarloosden schromelijk hun roeping.

Tegen dit alles nu verrees het verzet van de mannen der ,,nadere Reformatie". Zij waarschuwden tegen een oppervlakkig christendom. Men moet, zo rneenden zij terecht, de Heilige Schrift niet alleen uitwendig, maar bovenal bevindelijk, bij eigen ervaring kennen. Door bevinding toch wordt de kracht en de waarheid van Gods Woord gekend, worden de beloften tot spijze der ziel. De ware schriftuurlijke bevinding is geen inbeelding. Maar echtheid blijkt uit de vruchten van eerbied, ootmoed en zelfverloochening. En al heeft niet ieder begenadigde evenveel bevinding, het wezenlijke der heilservaring kennen ze toch allen. Dan gaat het niet om de bevinding op zichzelf, maar om Hem, Die Zich daarin openbaart, Christus' zaligende kracht moet men in eigen hart hebben ondervonden. Dan alleen zal er gebouwd worden op de enige grond, n.l. Christus en Zijn gerechtigheid.

De mannen der „nadere Reformatie" worstelden om de verwerkelijking van de reformatorische leer in de uiterlijk gereformeerde kerk. Dat was hun doel. Maar wellicht 90 % der gemeenteleden was daaraan niet toe. Wel lag er bij velen nog een band aan de gereformeerde leer, in die zin dat het geweten zei dat deze leer was overeenkomstig Gods Woord. Doch het ontbrak aan persoonlijke godsvrucht.

We zouden daarom kunnen zeggen: De Reformatie was in hoofdzaak reformatie der leer, maar de „nadere Reformatie" bedoelde bij de vervlakking die was ingetreden, reformatie van het leven. Men sprak toen minder over de leer, omdat de leer op zichzelf nog wel beaamd werd, maar met klem wees men op de noodzakelijkheid der wedergeboorte, zonder welke niemand het Koninkrijk Gods zien kan.

De mannen der ,,nadere Rerormatie" klaag­den over de geesteloze toestand van kerk en volk. Ze klaagden over een naam-orthodoxie, die aan het a. b. c. des geloofs niet toe kwam. Ze waren een zoutend zout, die de Heilige Schrift hoog hielden en voor hun beginsel stonden.

Ziehier in korte trekken iets over de ,,nadere Reformatie." Maar we zouden het hebben over de „nadere Reformatie" en wij. Zo is het n.l. geheel in de geest dier mannen. Zij stelden immers ook tot stelregel dat het niet voldoende was om iets van op een afstand objectief te bezien, wanneer het de dingen van het geestelijke leven betreft, doch dat men er persoonlijk bij betrokken moet worden.

Zo is het ook met wat de historie ons leert over de arbeid dezer godvruchtige en godzalige mannen. We hebben er lering uit te trekken voor ons hedendaags kerkelijk en persoonlijk leven.

Groen van Prinsterer heeft eens met recht gezegd: „Er staat geschreven en er is geschied".

Er staat geschreven. Gods Woord dient steeds weer ons uitgangspunt te zijn. Christus gaf ons in het bijzonder tijdens de verzoeking in de woestijn daartoe het voorbeeld. Telkens klonk het uit Zijn mond tot de satan : ,,daar staat geschreven". En daarom, willen we een juist inzicht hebben en een juist oordeel kunnen vormen, dan hebben we telkens nodig het licht van Gods Woord en Geest. Dat Getuigenis Gods dient het richtsnoer te zijn. Dat alleen kan ons bewaren voor eigenwillige godsdienst en voor afdwalingen, hetzij ter linker of ter rechterzijde.

Daar staat geschreven en daar is geschied. Daar is geschied. Ook de historie kan ons, mits bij het licht van Gods Woord, wijze lessen leren. Niet zonder schade kunnen we de geschiedenis verwaarlozen. Omdat we telkens weer in 't heden voor gevallen komen te staan, die in de grond der zaak niet wezenlijk verschillen van wat in een vroegere periode zich ook reeds voordeed. Er is niets nieuws onder de zon. De vorm moge soms anders zijn, de kernbeginselen zijn dezelfde.

En nu is dit het leerzame in de bestudering der historie, vooral op het kerkelijk terrein en wat het geestelijk leven betreft, dat we zien hoe in dagen van inzinking, verflauwing, geestdrijverij of veruitwendiging. God steeds weer menschen verwekt die als toortsdragers de zuivere Waarheid laten lichten en doorgeven. Die hun waarschuwende stem laten horen en opwekken tot zulk een christendom dat de kracht der godzaligheid niet verloochent, dat voor de praktijk van het leven leert putten uit de Bron des levens, dat weet van verborgen omgang met God en zich openbaart in een leven van vreze Gods en godsvrucht.

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De nadere Reformatie en wij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's