De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De weg naar het Koninkrijk

8 minuten leestijd

Mattheüs 3:1 en 2. En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, en zeggende : bekeert u ; want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

In die dagen. Dat zijn de dagen van het Goddelijk bezoek. De Heere zoekt de aarde op om verlossing teweeg te brengen. Hij komt in Zijn Zoon, die geboren werd in Bethlehems stal. Hier komt de grote, de grondeloze liefde openbaar, die in het hart des Vaders is. Opzoekende zondaarsliefde. De Heere laat de aarde niet los. Hij laat de mensen niet alleen, hoewel zij Hem de rug hebben toegekeerd en van Hem zijn weggelopen. Hij kwam al direct na de zondeval. Adam, waar zijt gij. Hij beloofde Zijn komen in het vrouwenzaad, dat de vriendschap met de duivel breken zou. Hij beloofde te komen met zegen voor vloekwaardige mensen. In het zaad van Abraham zouden de einden der aarde gezegend worden. Zijn komen zou zijn om heil te bereiden voor ongelukkige zondaren. Jesaja 53 verkondigt ons de lijdende Knecht, op wien alle ongerechtigheid zou aanlopen. Die boeten zou in onze plaats voor de zonde. Door Zijn striemen zou genezing zijn en vrede, omdat Hij de straf zou dragen. Zo zou het rijk van heil en zaligheid gesticht worden in het bloed van de lijdende Knecht des Meeren. God vervult Zijn belofte. Hij zal Zijn waarheid. Zijn belofte, nimmer krenken. De dagen zijn aangebroken. De dagen van de vervulling van het oud-profetische woord. De dagen van het bereiden van het heil. De Heere komt in Zijn Zoon tot heil van verloren zondaren. Om te redden ellendigen. Om een zondig volk zalig te maken. Jezus is geboren, die die de Koning is van het nieuwe rijk. Een Koning, die alles doet voor Zijn onderdanen in Zijn grondeloze barmhartigheid. Wat een gezegende dagen !

En voor deze Koning gaat een heraut uit. Johannes de Doper treedt op als wegbereider. Hij is de aankondiger van Zijn komst. Zoals iemand voor de keizer van het Romeinse rijk uitging, wanneer hij een bepaalde provincie ging bezoeken, opdat door de bevolking de wegen in orde gebracht zouden worden, zo gaat ook Johannes voor Jezus uit met de oproep om de weg te bereiden, opdat de Koning over een vlakke weg zal kunnen komen.

Hij is de heraut. Johannes is zich goed bewust van zijn dienende taak. Hij is maar stem, niet anders dan stem. Hoe nederig ! Wat is een stem ? Alleen maar het geluid. Maar de stem, het geluid is niet belangrijk. Belangrijk is het woord. Maar Johannes is het woord niet. Dat is de Koning Zelf. Hoe nederig hebben al Gods dienstknechten te zijn. Ze zijn maar een stem. Voor hoogmoedige zelfverheffing is geen reden. Het is dienend werk om bezig te zijn in het verkondigen van het Koninkrijk der hemelen, dat in de Koning gekomen is. Zo treedt Johannes op in de woestijn.

In de woestijn. Woest is deze streek. Eenzaam strekt hij zich uit. Dor en doods is deze vlakte. Hier is geen welig land, waar vette kudden kunnen grazen. Hier groeit geen koren, halmen, die van zwaarte schudden. In een woestijn treedt Johannes op. Het is het beeld van het leven der Joden in die dagen. Alles even dor en doods. Het ontbrak aan gewenste vruchten.

Was het volk dan niet godsdienstig ? O zeker wel. Allerlei godsdienst was er, zware godsdienst en lichte godsdienst en nog veel meer. De Farizeen waren er, die zich stipt hielden aan de overgeleverde leer. De Sadduceën waren er ook, die zich aanpasten aan het culturele leven in die dagen. Maar ondanks alle godsdienstigheid dor en doods.

Wat ontbrak er aan ? Er was geen inleven van zonde en schuld. Ze liepen niet bezwaard onder hun toestand, dat zij God kwijt waren.

Dat God in hun leven niet aan Zijn eer kwam. Dat zij onder de vloek van God lagen. Ze hielden zich op de been met hun godsdienst, met hun werken en uitwendig vervullen van de voorschriften der Ouden. Maar zij zuchtten niet onder hun verloren toestand. Er was geen uitzien naar de Messias, die als de lijdende Knecht de zonde zou boeten en verzoening voor hen zou verwerven. Geen verwachting van de vertroosting Israels, omdat zij niet ongelukkig waren met hun leven, niet weenden over hun schuld. Geen biddend leven, geen uitziende verwachting om van zonde verlost te worden en, met God verzoend, in vrede met Hem te leven. Alles even dor en doods.

In zo'n woestijn trad Johannes op. Wat een wonder van genade ! De Heere geeft nog om een woestijn. Hij laat nog prediken Zijn heerlijk evangelie aan zo'n volk, zo doods en zo dor. Wie zal peilen de liefde des Heeren ?

God heeft geen lust in het verderf van zondaren ! Ziet Hem in Zijn opzoekende zondaarsliefde. Ziet Hem in Zijn werk om te behouden. Van ons mensen is geen verwachting. Door ontdekkend Geestes-werk wordt het ingeleefd, dat wij onszelf nergens in kunnen brengen, nergens geschikt voor kunnen maken, dat wij er helemaal buiten staan. Maar de Heere neemt redenen uit Zichzelf. Hij laat prediken in de woestijn. Hij laat verkondigen Zijn boodschap aan zulke mensen. Wat een eeuwig wonder toch !

Wat predikt Johannes ? Bekeert u ; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen ! Het Koninkrijk der hemelen. De Koning, die beloofd was van oude tijden. De Koning, die heil zou bereiden. Hij is gekomen, Hij heeft Zich begeven in de nood en in de diepe ellende van ons mensen. Hij is ingegaan in de zonde en in de schuld, gekomen onder de vloek en onder de toorn, opdat Hij een eeuwige verlossing teweeg zou brengen. Ziet Zijn grote liefde. Hij wil de lijdende Knecht zijn. Hij neemt de schuld voor Zijn rekening. Alles wordt Hem toegerekend. Zo gaat Hij het offer brengen. Alles doen, wat er bij God te doen is tot verzoening en tot verlossing van een zondig volk om uit alle nood te bevrijden en weer bij God terug te brengen, opdat een verloren volk gered zal worden en een vloekwaardig volk de eeuwige zegen genieten zal. Wat een heerlijk Koning ! Hij heeft alles voor Zijn onderdanen over. Hij geeft zich voor hen in grondeloze liefde. Niets houdt Hij terug. Met wien zult gij deze Koning vergelijken ? Wat een waardij in deze Koning !

De Koning doet alles. Hij bereidt het heil voor een ongelukkig volk. Het heil, dat de zonde vergeven wordt. Dat de schuld wordt weggedaan. Dat er vrede wordt ondervonden. Hij schenkt het zo maar weg aan een behoeftig volk, dat zonder die Koning niet leven kan.

Wat is deze Koning groot, dierbaar. Ja, wie zal er woorden voor vinden om Zijn waardij uit te drukken ? Maar ook, hoe onmisbaar is deze Koning. Zonder Hem zijn we zo diep ongelukkig. Zonder Hem staan we er zelf voor. Staan, we zelf voor de schuld, die niet te betalen is. Staan we zelf voor de verlossing, waartoe wij niet bij machte zijn. Zonder deze Koning zijn we alleen in dit zware leven vol nood en ellende. Alleen in het sterven. Alleen in het gericht. Deze Koning is onmisbaar. Tegenover Hem moet de beslissing vallen. En dan gaat het om de laatste dingen. De wan is in Zijn hand en de bijl ligt aan de wortel van de bomen. Zullen we hier dan niet aan voorbij leven ? Niet zo maar doorgaan ? Hem verwerpen, dit loopt uit op een eeuwige rampzaligheid. Laat ons dit toch niet doen. Laten we niet vasthouden aan ons eigen leven in zonde en wereld-liefde. Want het loopt op een eeuwige teleurstelling uit.

Wat is nodig ? Bekeert u. Hoe kunnen we leven in dit Koninkrijk, dat niet van deze aarde is, maar hemels van oorsprong en hemels van karakter ? Niet met ons eigen leven, met ons boze zondige hart. Niet met onze eigen menselijke godsdienst. We hebben een ander leven nodig. Wat Jezus zei tot Nicodemus : gij moet overgeboren worden. We hebben een ander leven nodig. Opgeven ons eigen bestaan. Hiervan afgesneden worden. Alles van ons loslaten. Om zo arm en ellendig voor de Koning te vallen en van Hem een nieuw leven te ontvangen. Om ons door Hem te laten bedienen. Ons door Hem het nieuwe leven te laten geven. Want alles is in de Koning !

Waar is de weg bereid, zodat de Koning in kan komen in ons hart ? Waar een zondaar voor de Here valt in zijn schuld en zijn zonde in boetvaardigheid Hem belijdt. Waar we gebroken worden onder onze schuld. Waar we alle gerechtigheid verliezen. Waar we schuld en zonde inleven, onze doemwaardigheid en verwerpelijkheid. Waar we ons met niets meer op de been kunnen houden. Met al onze versjes en beloften niet. Met onze goede ogenblikken en toestanden niet, met al onze uitreddingen niet. Waar we helemaal verloren gaan. Helemaal schuldenaar worden. Waar we niets anders meer kunnen doen dan ons doodvonnis ondertekenen. Hoe hulpeloos is zo'n vernederd vernederd volk. Hoe behoeftig zijn zulke arme zondaren.

Dit is de bekering, die naar de Koning brengt. Dit is de vlakke weg. Langs deze weg komt de Koning met Zijn heil, met Zijn verzoening, met Zijn redding.

't Behoeftig volk, in hunne naden, In hun ellende en pijn. Gans hulpeloos tot Hem gevloden. Zal Hij ten Redder zijn !

(Huizen N.H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's