Enkele hoofdbezwaren tegen het ontwerp-Kerkorde
Een derde bezwaar richt zich tegen art. VIII „Van het Apostolaat". In de eerste plaats gaat het om de plaats van dit artikel. Het apostolaat wordt behandeld in art. VIII en het belijden eerst in art. X.
Ondanks alles wat hier vóór gezegd is, handhaven we toch onze mening, dat eerst de zaak van het belijden aan de orde moet zijn gesteld en dat daarna dan het apostolaat komt. Eerst moet duidelijk zijn wat wij belijden, welke boodschap de Kerk te brengen heeft aan Joden en heidenen, en dan pas gaan wij uit om dit werk te verrichten.
Uit het uitvoerig rapport stippen we enkele dingen aan. Het woord apostel heeft in het Nieuwe Testament en evenzo in de latere tijd wel in het bijzonder op de twaalven betrekking. Wie van de „apostolische" eeuw spreekt, denkt aan de eeuw, waarin de twaalven geleefd hebben.
Het gebruik van het woord „apostolisch" en „apostolaat" en de betekenis, welke daaraan in het Ontwerp-Kerkorde gegeven wordt, zullen aanleiding geven tot misverstand en verwarring. Het komt ons voor, dat het woord: „Zendingsarbeid" of „Zendingstaak" of een andere samenstelling met „Zending" boven „apostolaat" de voorkeur verdient, wijl daardoor de betekenis van „apostelen" beter tot haar recht komt. Bestaan tegen deze uitdrukkingen bezwaren, dan geven wij in overweging om van „missionaire arbeid" of „missionaire taak" te spreken of een andere dergelijke uitdrukking te bezigen;
Tegen een „instituut, hetwelk tot taak heeft de raad voor de arbeid onder buitenkerkelijken voor te lichten en behulpzaam te zijn", behoeven geen bezwaren te bestaan, doch het schijnt ons onjuist toe, dat het instituut „Kerk en Wereld" hier zonder meer wordt overgenomen.
Het genoemde instituut toch is een zelfstandige stichting en het lijkt ons onjuist dit instituut door een artikel in een Ordinantie over te nemen. Wij spreken als ons oordeel uit, dat het instituut „Kerk en Wereld" geheel buiten het Ontwerp moet gehouden worden.
Een vierde hoofdbezwaar geldt de zogenaamde „ouderling-kerkvoogd".
Uit het opgestelde rapport leggen we U het volgende voor : „Om nu zoveel mogelijk de wrijvingen tussen Kerkeraad en Kerkvoogdij te voorkomen en de Kerkvoogdijen te binden aan de Centrale leiding der Kerk, is de figuur van de ouderling-kerkvoogd voorgesteld. Deze zal dan zitting en stemrecht hebben in de Kerkeraad, maar op zijn verzoek vrijgesteld worden van de werkzaamheden als ouderling.
Tegen deze ouderling-kerkvoogd moeten velerlei bezwaren worden ingebracht. Er schuilt iets onwaarachtigs in deze figuur.
De ouderling-kerkvoogd zal als ouderling worden bevestigd, maar als regel ontheffing van het werk als ouderling vragen, aangezien hij een overladen functie bekleedt. Hij blijft in zijn rechten als Kerkeraadslid gehandhaafd, terwijl hij feitelijk kerkvoogd is. Het onwaarachtige van de gehele figuur is, dat hij op het bevestigingsformulier zijn ,,ja" zal uitspreken en in zijn ziel en in de practijk is het „neen". En dan blijft de grote vraag, of het beheer over de kerkelijke goederen onder een geestelijk ambt is onder te brengen. Strikt genomen is het werk van de kerkvoogd niet geestelijk. De voorgestelde combinatie betekent een onnatuurlijk inwringen van de kerkvoogd in het koninklijk ambt.
Het Ontwerp-Kerkorde stelt voor om de notabelen te laten vervallen. Voor de begroting moet de Kerkvoogdij dan overleg plegen met de Kerkeraad. Voert dit overleg niet tot overeenstemming, dan grijpt de provinciale Kamer van toezicht in voor de eindbeslissing. Deze Kamer heeft tevens het recht om posten af te voeren en aan te brengen, hetgeen toch een ontoelaatbaar ingrijpen is in het recht van de plaatselijke gemeente.
De kerkvoogden zijn oorspronkelijk alleen verbonden aan de goederen van de fundaties. Steeds meer levend geld uit de gemeente komt in handen van de Kerkvoogdij. Daarom is het alleszins redelijk, dat de Kerkeraad ook mee te beslissen heeft over de begroting, dus over het geld, dat van de gemeente wordt gevraagd.
Voorgesteld wordt daarom de ouderling-kerkvoogd te laten vervallen en de Kerkvoogdij te laten bestaan.
De kerkvoogden moeten dan op dezelfde wijze worden verkozen als de kerkeraadsleden, zoals dit in het Ontwerp is aangegeven. Als het College van Notabelen wegvalt, behoort de Kerkvoogdij rekenplichtig te zijn aan de Kerkeraad.
Het zal aan de verhoudingen in de gemeente ten goede komen, als de Kerkeraad mede verantwoordelijk is voor de begroting. Het Ontwerp wil ook de pastoralia onder beheer van de Kerkvoogdij brengen. Dit is een direct ingrijpen in het beheersrecht van de pastor en juridisch onrechtmatig.
Verder brengen wij bezwaren in tegen de macht, die aan de bredere Kerkvoogdij-organen wordt toegekend.
Een en ander maal hebt U kunnen lezen dat wij opkomen tegen de aantasting van de rechten van de plaatselijke gemeenten. De plaatselijke gemeente wordt gezien als deel van de algemene Kerk en wel als samenstellend deel. De plaatselijke gemeente is echter een zelfstandige openbaring van het lichaam van Christus en de eenheid der gemeenten ligt in het gemeenschappelijk geloof, terwijl de organisatorische band door de Kerkorde wordt vastgelegd. Ook in de meerdere vergaderingen komen zelfstandige kerken samen.
Om deze zelfstandigheid der gemeenten beter tot haar recht te doen komen, is voorgesteld art. I van het Ontwerp aldus te lezen :
„Tot het verband der Nederlandse Hervormde Kerk behoren al de Hervormde gemeenten in Nederland, alsmede de in haar verband opgenomen Hervormde gemeenten buiten Nederland".
We hebben U enkele hoofdbezwaren genoemd en toegelicht. We zullen het hierbij laten.
Al de arbeid, welke de Kerk verricht, zal dan pas goed tot haar recht kunnen komen, wanneer de Kerk buigt onder het volstrekte gezag van Gods Woord en leeft naar haar belijdenis.
Dan alleen zal de Kerk kunnen zijn pilaar en vastigheid der Waarheid in het midden van ons volk.
De Advies-Commissie van de Geref. Bond :
Ds. JAC. VERMAAS, Voorzitter. Ds. P. BOUW, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1949
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's