De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

5 minuten leestijd

EEN VERHAAL,UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA,

140)

,,Man, heb medelijden", jammerde de blinde. Mijn zoon wordt geslagen. Ga naar buiten, Samuël, — tot je vader weer kalm geworden is— en kom dán terug. O jij, mijn oogappel !" Zonder een woord te zeggen en doodsbleek ging Samuel naar buiten. De oude bukte met haar hoofd diep op het tafelblad, en zij verborg haar voorhoofd in haar handen. En van de babdala kwam die avond niets. —

Suze kermde en woelde met haar handen in haar grijze haren. Zij bewoog haar bovenlichaam heen en weer, zoals zij alleen deed in de diepste smart en zij wou niets zeggen, eer zij de macht over zichzelf terug had.

Eindelijk brak het bij haar uit. ,,Waar ben je, Tulpenbloesem ? Wat doe je ? Ik had nooit gedacht, dat jij een hand zoudt kunnen uitsteken om hem te slaan."

,,Een slag ter rechter tijd, misschien is het nog tijd !"

,,Had hij je dan geprikkeld ? "

,,Dat hij mij een dienst ging bewijzen, net aIsof er niets was gebeurd, en dat hij dan tóch afvallig wil worden."

,,Was hij ooit brutaal ? Zeg me dat eens. Heeft hij er dan bij gelachen misschien, of er en spotachtig gezicht bij opgezet ? "

,,Ik heb daar niets van gezien. Maar dat kan och wel niet anders. Als hij in die gehangene gelooft, dan heeft hij mij in het geheim toch al uitgelachen !"

Hij heeft ons altijd onze éér gegeven. — Hoe kom je daar dus bij ? En als hij nu toch nog eens was, die wij hoopten ? "

Sinaï liet zijn voorhoofd weer in zijn hand zinken, en zat al maar stil voor zich uit te peinzen. Eindelijk stootte hij het er uit : „Als ! als ! Denk je heus, dat dit nog het geval met hem zou kunnen wezen ? Maar dan zou mijn zonde onvergefelijk zijn.

Maar laat ze dat wezen, als hij het dan maar is! Ik heb er de straf graag voor over, als Hij maar komt ! Wat komt het dan op mij aan ? Ik heb hem niet in de weg gestaan."

Plotseling richtte hij zich op, vast besloten. ,,Ik zal hem blijven straffen, als hij op deze weg voortgaat. Als hij die Grote is, dan zal hem dat des te eer aanzetten om zich te openbaren. Ga nu maar liggen, vrouw, ik zal wel op hem blijven wachten."

„Dacht je heus, dat ik zou kunnen slapen, als het om jou en om hem en om de Messias gaat ? Ik ben toch geen koe ? !"

,,Maar ga dan liggen, en houd je stil, en hinder mij niet."

Zo wat na een uur kwam Samuel. Nog bleek, maar met zijn gewone groet, alleen wat stiller dan anders, trad hij binnen. „Kan ik de deur sluiten, Reb Sinaï ? " vroeg hij met onverstoorbare ootmoed.

Tulpenbloesem keek hem aan. ,,Doe als altijd — hier in huis. Maar je betrekking in de sjoel zal een ander waarnemen. Dat mag en kan jij niet doen, zolang wij niet weten, dat je van die gedachten afziet. Je moogt de voorwerpen niet meer aanraken, tot je daar een eed op hebt gedaan."

Een stille snik zonder woorden kwam er tegelijk van Samuel en van de legerstede van de blinde.

Voor het eerst van zijn leven ging hij zonder een nachtzegen van de oude vrouw naar bed. Hij wachtte nog een ogenblik, of hij soms geroepen werd, maar zijn pleegvader liet hem aan zijn lot over.

X. VAN ALLEN VERWORPEN OM ZIJNS NAAMS WIL.

Maanden verliepen. Op een Septembermorgen verbreidde zich door het dorp het gerucht, dat de landmeter Loetz gekomen was. Hij was te paard, en in gezelschap van een Arabische dienaar, die voor zijn meetinstrumenten en voor zijn bagage zorgde. Hij was bij Mandel Lemberger binnengegaan.

Hij was de eerste gast, die in dit huishouden met een zekere weelde werd onthaald. Rea slachtte en braadde een haantje. Zij zette kaas en brood op tafel, tomaten en watermeloenen, en vertelde de Duitser, dat hij ook nog boter van een eigen koe op tafel vinden zou, als hij met een jaar nog eens terugkwam. Met een zekere trots haalde zij gedurende de maaltijd ook nog een klein schaaltje met honig, zo helder als goud, voor de dag : de eerste opbrengst. Zij was de bijenteelt begonnen met vier korven. Haar man had daar niets voor behoeven te doen dan dat hij in het begin een afdakje daarvoor gereed maakte. Al het overige was haar zaak, en zij was er niet weinig over uit, dat zij dit werk helemaal kon doen zonder dat zij hem, die het toch al zo druk had, daarover lastig behoefde te vallen. In de twee bloeitijden van het jaar hadden haar bijen rijkelijk honig verzameld. Zij dacht er ook nóg sterk over om zijderuspen te gaan houden, en vroeg Loetz' mening daarover. Haar kind, de stralende en mooie Ruth, dribbelde al op eigen voetjes door de kamer, dood-gelukkig als zij na zo'n uitstapje weer veilig en wel vaders of moeders knie had bereikt.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's