De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Gevaar aan twee kanten

7 minuten leestijd

En Jezus zeide tot hen : Ziet toe en wacht u van de zuurdesem der Farizeërs en Sadduceërs.

Het is niet zo moeilijk een smalle weg te bewandelen, als slechts aan de éne zijde van die weg gevaar voor ons dreigt.

In het bergland loopt bij voorbeeld een hoog bergpad langs een diep ravijn. Maar de andere zijde is een veilige bergwand, waartegen we kunnen leugen en waaraan we ons kunnen vasthouden.

We moeten dan wel oppassen, maar het is te doen.

Maar nu komt een eind verder een gedeelte, waar het uiterst smalle pad aan beide zijden vergezeld wordt van een diepe afgrond.

Nu beginnen we onzeker te worden, onze benen gaan trillen, onze knieën knikkert en we durven nauwelijks verder.

Het pad is nog wel even breed als straks, en als we daar alleen op konden blijven zien, zou het ook wel goed gaan, maar die afgronden — die schijnen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons uit te oefenen.

Ik zie in onze tekst ook twee van zulke diepten, die het pad der discipelen des Heeren gedurig begeleiden, voor mij.

Aan de ene kant is daar het. Farizeïsme, aan de andere kant het Sadduceïsme.

Het eerste kennen we beter dan 't tweede.

Het Farizeïsme is de ontaarding van het godsdienstig leven van Israël na de ballingschap.

De afgoden- en beeldendienst van vóór de ballingschap werden radicaal terzijde gesteld. Aanvankelijk was daar een levende liefde voor de dienst des Heeren. Zerubbabel en Jozua, Ezra en Nehemia, hebben niet tevergeefs geleefd en gearbeid.

Maar wat aanvankelijk goed en geestelijk bedoeld is, wordt straks hoe langer hoe meer geesteloos en spitsvondig. We kennen allen de geveinsde vroomheid, zoals die door de Heere Jezus Christus ontmaskerd is en de eigengerechtigheid, die een Saulus van Tarsen, ofschoon geen bewuste huichelaar, gemaakt heeft tot een vijand van het kruis van Christus.

Het Farizeïsme is het kwaad van de geesteloze godsdienst, van de uitwendige vormen zonder aanbidding in geest en in waarheid, van rechtzinnigheid, waaraan de rechte gezindheid ten enenmale ontbreekt; van een godsdienst zonder God.

Het is de godsdienst van de zelfingenomenheid, van de ongebroken hoogmoedige mens ; een godsdienst, die op de grote massa grote indruk maakt en gaarne wordt nagevolgd, al kan ieder er niet evenveel aan ,,doen".

Het is een leven bij tempel en altaar. Bijbel en gebed, maar zonder behoefte aan de grote Hogepriester onzer belijdenis, Jezus Christus.

Men kan daarbij vele voortreffelijke dingen doen, en vele slechte dingen laten, maar smaakt daarin de zelfbevrediging van de lof, die men heeft bij zichzelf en de mensen.

Het is een godsdienst, die, al naar mate van aanleg en karakter, van omgeving een wisselwerking met anderen, grovere of fijnere vormen kan aannemen.

Men prijst de vroomheid der vaderen, maar wandelt niet in hun spoor. Men verklaart ze heilig, zoals de Roomse kerk kerkvaders en martelaren heilig en zalig verklaart, maar men leeft niet uit het geloof van de wolk der getuigen.

Het is een godsdienst, die de aantrekkingskracht verklaart, die de Roomse kerk voor haar leden heeft, maar die niet weet wat ze spieken zal tot een mens, die in de wereld geleefd heeft en die bidt: „O God, wees mij zondaar genadig !"

Maar die zuurdesem zit niet alleen in de Roomse kerk, maar ook bij ons dringt haar werking door. Dat is juist het karakter van het zuurdeeg. Dat alles doordringende. Het doordringt onze gemeenten, ons kerkvolk, ons kerkgaan, ons bidden, onze verborgen omgang met God.

Vroomheid en goede werken kunnen zo'n geweldige aantrekkingskracht hebben, als wij 't klaarspelen ze zó te beoefenen, dat wij er niet bij worden afgebroken, maar opgebouwd. Dat geeft zulk een aangenaam gevoel aan ons eigenlievende „ik".

Ze schijnen ons op te beuren, en ze werpen ons juist in die afgrond aan de éne kant van de weg des behouds.

Wacht u van de zuurdesem der Farizeërs !

Het Sadduceïsme kennen we minder goed.

De Sadduceën waren, om het in woorden van deze tijd te zeggen, meer vrijzinnig en meer werelds.

Het waren de mensen, die niet zo bekrompen waren om overal zonde in te zien en om in allerlei wonderlijke dingen te geloven. Ze vermeden niet zo angstvallig de aanraking met de cultuur van de Griekse wereld, die niet beïnvloed was door de kracht van het Woord des Heeren. Ze geloofden niet in wonderen als de opstanding. Ze geloofden niet in engelen en duivelen. Ze waren „ruimdenkend". Leefden niet zo stipt in voorvaderlijke inzettingen. Ze konden beter - met hun tijd meegaan. Ze hadden de smaak te pakken van allerlei, wat de brede wereld hun bood. De Farizeen beschuldigden hen vaak van wereldsgezindheid. En dat was wel waar ook. En omgekeerd beschuldigden de Sadduceën de Farizeërs vaak van dode orthodoxie —, en 't was wel waar ook.

De Sadduceën wilden meer plukken van het volle leven. Er is toch op Gods wijde aardbodem zoveel te genieten. Ja, het is allemaal wel niet geheihgd door gebed en dankzegging. Het eten en drinken geschiedt wel niet altijd ter ere Gods. Maar wie kan ook zó nauw leven ? Men moet zich ook niet vromer voordoen, dan men is. Want vroomheid is wel goed, maar daarnaast moet toch ruimte blijven voor veel, waarin men niet vroom behoeft te wezen. Want men behoeft toch niet in alles vroom te wezen.

Maar daarnaast is de afgrond. Want het Sadduceïsme is de godsdienst van de mens, die zijn hart in de wereld heeft laten liggen en die daarom daarin zijn schat heeft, zoals de vrouw van Lot haar hart in Sodom had, al stonden haar voeten op de weg naar Zoar.

Twee afgronden vergezellen de weg der Kerk. Eigengerechtigheid en wereldsgezindheid. Zelfingenomen vroomheid em onvoorzichtige wandel.

Kent ge die beide niet uit uw eigen hart lezer ? En weet ge niet bij ervaring, hoe gemakkelijk ge in de ene diepte of dan weer in de andere wegglijdt ?

Weet ge ook niet, dat ze beide vijanden zijn van het kruis van Christus ?

Het Farizeïsme wil z'n eigengerechtigheid niet kwijt en het Sadduceïsme z'n ongerechtigheid niet.

Farizeen en Sadduceën zijn geen vrienden, maar wèl als het gaat tegen de Heere. Geen van beide wil onder Hem bukken. Geen van beide wil zondaar, worden voor God.

Geen van beide wil met Hem gekruisigd worden.

En wij ? Van nature heeft het één net zo goed vat op ons als het ander, al is bij de één de éne trek, bij de ander de andere meer ontwikkeld. Het lukt ook niet, om het éne gevaar met het andere te bestrijden, of de éne zonde met de andere te verontschuldigen.

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? 

Gelukkig, dat er nog een andere zuurdesem is. Die van het Koninkrijk der hemelen. Die bezit in nog sterkere mate een alles doordringende kracht. Waar die komt daar wordt de eigengerechtigheid aangetast. Daar valt Saulus van Tarsen op zijn knieën en leert alle dingen schade achten, alles wat hem gewin was, om de uitnemendheid van de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof.

Daar wordt ook de ongerechtigheid aangetast. Daar gaat een stokbewaarder vragen : Lieve heren, wat moet ik doen om zalig te worden ? Daar leert men Paulus' strijd verstaan in zijn brieven tegen al wat aan de gerechtigheid van Christus afbreuk doet. Maar ook de vermaningen in iedere brief tot een leven der heiligmaking als kinderen des lichts.

Daar blijven nog wel de gevaren ter rechter- en ter linkerzijde. Maar daar leert de Heere aan Zijn hand gaan de smalle weg des geloofs, die tussen de afgronden door voert, ziende op de Heere Jezus Christus Die van God geworden is tot Wijsheid en tot rechtvaardigmaking (tegen alle zuurdesem der Farizeërs) en tot heiligmaking (tegen alle zuurdesem der Sadduceërs).

Hij wil onze trouwe Leidsman zijn op het smalle pad.

(Daarle)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's