De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE NIEUWE LEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NIEUWE LEER

8 minuten leestijd

Van verschillende zijden werd ons verzocht iets te schrijven over het boek van prof. Van Niftrik, dat reeds door zijn titel : ,,Een Beroerder Israels", klaarblijkelijk de aandacht heeft getrokken. Het beeld is sprekend en duidelijk. Immers deze titel herinnert aan Achab's woord tot de profeet Elia : „Zijt gij die beroerder Israels ? " (1 Kon. 18 vers 17).

Prof. Van Niftrik wil dit toepassen op Karl Barth. Inderdaad heeft K. Barth heel wat beroering teweeg gebracht en prof. van Niftrik is niet de enige, die hem als een profeet vereert.

Er worden echter ook andere stemmen gehoord. Prof. Van Niftrik noemt de ,,Reformatie", het lijfblad van prof. Schilder en ,,Het nieuw-modernisme" van prof. Van Til. Hij hoopt nu aan ,,veel dwaas gepraat" in onze Christelijke pers een einde te maken door dit boek te schrijven.

,,Aan het Nederlandse kerkvolk wordt tot in de treure voorgehouden", zo schrijft hij, ,,dat de theologie van Barth iets nieuws en dus een afdwalen van de oude, beproefde paden betekent".

Dat de theologie van Barth iets nieuws is, kan de schrijver moeilijk ontkennen. Immers hij zegt, dat „Barth nieuw licht heeft doen opgaan over de oude Schrift" (blz. 8).

Reeds deze uitdrukking van het nieuwe is niet zonder bedenking. Wij weten uit de Schrift, dat er verscheidenheid van gaven is, zo ook der profetie en der uitlegging. De gave der uitlegging kan zeer verschillend zijn, en zo kan het wezen, dat iemand oude en nieuwe dingen uit de schat der openbaring voortbrengt.

Licht doen opgaan over de oude Schrift, nieuw licht doen opgaan over haar dat doet zo denken aan een profeet boven de profeten, terwijl zij zelf zegt, dat de geesten der profeten de profeten onderworpen zijn. (1 Cor. 14 vers 32). 

Prof. Van Niftrik gevoelt blijkbaar iets van dit bedenkelijke, want in één adem spreekt hij van een afdwalen van oude, beproefde paden.  ,,Hardnekkig", zo vervolgt hij, als hij het nieuwe licht heeft genoemd, ,,zullen wij volhouden, dat wij hier te doen hebben met een legitieme ontwikkeling en voortzetting der oude leer".

Het is niet zo moeilijk, zoiets vol te houden, als men het „legitieme" daarvan kan aantonen.

Het is ook niet zo bezwaarlijk de mensen te overtuigen van wat hier gezegd wordt, n.l. dat deze nieuwe leer een voortzetting is van de oude, indien men twee dingen kan bewijzen: t.w. dat het verstaan der Heilige Schrift in de historie aan een evolutie gebonden is en ten 2e : naar welke orde deze ontwikkelingsgang zich voltrekt.

Alleen daarom zou het ,,legitieme" van zulk een ontwikkeling kunnen worden aangetoond.

Overigens riekt de gedachte aan een ,,legitieme ontwikkeling en voortzetting" van de oude leer in dit geval niet naar de oudheid, maar ietwat negentiende-eeuws modern.

Prof. Van Niftrik wil ons kerkvolk beter inlichten omtrent deze nieuwe leer. (blz. 7). Daarom heeft hij zich ingespannen om de leer van Barth zo getrouw mogelijk te vertolken, zij het dan ook slechts de hoofdgedachten. Hij is zich er van bewust, dat het desondanks niet gans en al objectief zal zijn. Het boek draagt uiteraard de kenmerken van de schrijver.

In verband met de practische strekking van dit boek en de ons gestelde vragen, houden wij dus aan wat prof. Van Niftrik schrijft en volgens de toon van het boek voor zijn rekening neemt.

Indien daartoe geen bijzondere aanleiding is, laten wij een vergelijking met de werken van Barth rusten.

Het eerste hoofdstuk is gewijd aan een biografische en theologische inleiding, waarin een korte schets van de levensgeschiedenis van K. Barth en van de achtergrond zijner theologie wordt gegeven.

In een voorlopige korte samenvatting van de leer van K. Barth maakt de schrijver zijn waardering van deze theologie bekend. Hij is van mening, dat de theologie is een herleving van de reformatorische theologie. Zij gaat verder dan de reformatoren en verbetert ook hun theologie, zo zegt hij. (blz. 31). Deze nieuwe theologie kan er volgens hem oprecht aanspraak op maken de reformatorische motieven in de 20ste eeuw weer tot ere te hebben gebracht.

Het is niet duidelijk, wat met deze woorden wordt bedoeld. Wat zijn n.l. de reformatorische motieven ? Motieven zijn beweeggronden. Het gaat dus over de beweeggronden der reformatie.

Welnu, de reformatie was uit God of uit de mensen. Zo zij haar beweeggronden uit de mens zou hebben, zou zij van weinig betekenis zijn. Het ware ook van weinig gewicht, als iemand in onze tijd die beweeggronden weer tot ere bracht.

Maar als de reformatie uit God was, gaat het hier over hemelse krachten en dan zal geen mens bij machte zijn die goddelijke beweeggronden in de 20ste eeuw weer tot ere te brengen.

Men zou zijn krachten kunnen inspannen om de eer der reformatoren weer in ere te brengen, maar over de geestelijke kracht, waardoor zij hebben gesproken en gewerkt, heeft de mens geen heerschappij.

Prof. Van Niftrik is wel eens meer wat minder kies met zijn woorden dan in overeenstemming zou zijn met zijn leer. Zo lezen wij op blz. 17: „Barth heeft kerk en theologie opnieuw geleerd God te zeggen. God. In de volle zin van het woord ; in de bijbelse zin van het woord. God : niet als projectie van onze idealen — etc."

Hier bedoelt de schrijver dus niet maar het noemen van de naam : God, maar hij ziet op de diepe, levende zin der openbaring.

De verering van zijn profeet Barth zit hem dus zo hoog, dat hij de reformatorische belijdenis omtrent de kerk en haar instandhouding tegen het woeden der ganse wereld schier vergeet. Het is toch Christus, die Zijn kerk in stand houdt, die met Zijn genade en Geest nimmermeer van haar wijkt. Het is Zijn Geest, die haar levend maakt en wekt tot kennis en geloof. God, ja Abba, Vader, leert zeggen.

Het zou niet in de geest der reformatoren zijn, te zeggen : zij hebben kerk en theologie opnieuw God leren zeggen.

Immers Calvijn wijst er op, dat God ook onder het Pausdom Zijn kerk heeft bewaard. Het is die kerk, die God onder de bedekselen van het Pausdom heeft bewaard, welke door de kracht van het Evangelie afgoderij en menselijke inzetting afschudde.

Mogelijk dat naar het oordeel van de aanhangers dezer nieuwe theologie ook de reformatie, eigenlijk nog niet echt bijbels God heeft leren zeggen. Doch, hoe dit ook zij, het valt moeilijk te rijmen met de grote nadruk, door deze nieuwe leer gelegd op de handelende God, dat prof. Van Niftrik aan een mens een macht toeschrijft, als in de zoeven genoemde zinsnede. 

Het mag dan ook zeer de vraag zijn, of zijn boek bevorderlijk kan zijn aan het door hem voorgestelde doel. Het kon wel eens anders uitvallen.

Wij willen op alle slakken geen zout leggen, want dan komt er nog geen einde. Bovendien zijn er belangrijker vraagpunten. Maar het typeert toch.

Zo schrijft hij verder : „God is Heere, Koning. Natuurlijk wisten wij dat vóór Barth ook wel. Wij wisten het wel, en toch wisten wij het niet", (blz. 18).

Het woord „natuurlijk" is in dit verband wel zeer misplaatst in de mond van een bestrijder van de natuurlijke theologie.

Men zal ons tegenwerpen, dat zulks een spraakgebruik is en niet ernstig mag worden genomen. Zo onschuldig is het echter niet, omdat een weinig verder over de natuurlijke theologie afwijzend wordt gesproken. Op zichzelf is dat juist. Wij onderschrijven van harte, dat wij God niet kennen krachtens een natuurlijk vermogen tot Godskennis.

Het waarachtig geloof wist dat vóór Barth heus ook wel. Aan de kerk, die door de Heilige Geest wordt geleerd, is dat niet onbekend gebleven. En daarom leert zij in art. 2 harer belijdenis ook geen natuurlijk vermogen tot Godskennis, zoals sommige nieuwerwetse theologen ten onrechte menen.

Wij zullen echter aanleiding vinden om op dit punt nog nader terug te komen.

Hoe echter moeten wij de volgende zinsnede verstaan ?

„Buiten de Heilige Geest om kunnen wij allerlei hebben : vaste, zekere, gefundeerde overtuigingen (zelfs zwaar orthodoxe, en ook licht liberale en ethische), en een vaststaande belijdenis, en ontroeringen (diepe en oppervlakkige), en stemmingen en gevoelens (ook en vooral religieuze) . . .. . . maar dat alles is nog geen gelóóf". (blz. 19).

Wij geloven, dat het waarachtig geloof alleen door de Heilige Geest wordt gewerkt. Wellicht wil prof. v. Niftrik dit ook zeggen, maar het komt ons voor, dat hij meer wil zeggen.en dat hij dat hij dan meer zegt dan naar onze overtuiging schriftuurlijk kan worden verantwoord.

Hij' wil, dat de mens niet meer kan zijn dan een ledig vat, waarin de Heilige Geest de inhoud van het geloof legt. (blz. 19).

,,Van nature is de mens niet eens een ledig vat", zo vervolgt prof. van Niftrik.

Wij zouden willen vragen : Uit welke kracht doet de ,,natuurlijke" mens alles wat hij doet ? Gevoelen, denken, willen, kunsten en wetenschappen beoefenen, kortom leven het leven, dat hij leeft ? Heeft Calvijn gedwaald, als hij zelfs de gaven des Heiligen Geestes veel ruimer neemt dan de gave des geloofs, zodat hij ook daarin de souvereiniteit Gods opmerkt en eert, als Hij Zijn gaven ook aan goddeloze mensen geeft ?

Men leze hieromtrent het werk van dr. S. v.d. Linde over de Heilige Geest bij Calvijn. Wij denken aan het woord des Heeren, dat geen muske ter aarde valt zonder Gods wil, aan andere getuigenissen der profeten b.v. Jesaja 28 : 23—29. God onderricht ook de landman. „Zulks komt ook „voort van de Heere der heirscharen. Hij is „wonderlijk van raad, Hij is groot van daad".

„De mens kan om de gave des geloofs, d.i. de gave des Heiligen Geestes alleen maar bidden —, hij kan er alleen maar op, wachten", zo vervolgt prof. van Niftrik.

Wederom kunnen wij vragen : Hoe kan men dan bidden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE NIEUWE LEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's