De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De „nadere Reformatie” en wij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De „nadere Reformatie” en wij

5 minuten leestijd

II. (Slot).

Deze toortsdragers zagen dieper dan de oppervlakte. Ze wisten bij eigen bevinding dat het belijden van een zuivere leer, hoewel een groot voorrecht, toch niet voldoende is. Men kan puur gereformeerd zijn en toch geesteloos. Helaas kan dit samengaan. Hiermede is natuurlijk niets ten kwade van 't puur-gereformeerd-zijn gezegd, want dat, waren de mannen der „nadere Reformatie" ook, doch wel tegen de geesteloosheid welke daarmede gepaard kan gaan.

Het puur gereformeerde in zo menige gemeente en in zo menig leven is te vergelijken met een prima uitgerust zeilschip. Aan de zeilen ontbreekt niets. Maar wat wel ontbreekt, dat is de wind. De wind des Geestes. En juist dat men het met dat wind-loze, dat Geest-loze stellen kan, zonder waarachtig gebed om de Geest, dat is het fatale.

De ,,nadere Reformatie" en wij. Hoe staat het onder ons. Wanneer de mannen der „nadere Reformatie" in onz tijd zouden leven, wanneer zij ons gadesloegen in ons doen en laten, in de uitingen van ons geestelijk leven, in één woord, wanneer ze zouden zoeken naar de tekenen van innige godsvrucht en naar de uitleving van onze gereformeerde beginselen, zouden ze dan ook nu niet de trompet aan de mond nemen en zouden ze niet dezelfde, klanken laten horen als weleer ?

„O ellende, ellende", heeft één der Vaderen eens gezegd, „dat men de Waarheden slechts letterlijk beschouwt, bespreekt en belijdt en zich daarmede vergenoegt en dat men dat rechtzinnigheid heet".

Voetius zeide terecht: „Wat de kerk belijdt, moet de enkele gelovige in persoonlijke godsvrucht doorleven en dat moesten de gezamenlijke gelovigen in heel het volksleven indragen."

Persoonlijke godsvrucht. Daar ging het de mannen der ,,nadere Reformatie" om, omdat ze wisten dat alle godsdienst, hoe gereformeerd zelfs ook, zonder dat voor de eeuwigheid waardeloos is.

Om persoonlijke godsvrucht zal het ook vandaag de dag moeten gaan. Prediking en leven zal daarop gericht moeten zijn.

Hier ligt een dure roeping ook voor onze predikanten. Voor het waarachtig geestelijk leven van een gemeente is het van zulk een buitengewoon groot gewicht welk een stempel een predikant daarop zet. Dat het het stempel moge zijn van de mannen der Reformatie en der „nadere Reformatie" beiden.

En laat ons, als gemeenteleden, opgeschrikt worden door het alarmerende bazuingeklank der mannen van de „nadere Reformatie". Ze hebben ons zo véél te zeggen. Ze wekken op tot zelfonderzoek, om het kostelijke van het snode te onderscheiden. Niet op te gaan in uitwendigheden, geen genoegen te nemen met een schijn zonder wezen.

Laat er bij ons geen onkunde mogen zijn aangaande de wezenlijke stukken van Gods Woord. Laat ons er niet naar staan om slechte uiterlijke kenmerken van godzaligheid te vertonen, om dan misschien als farizeërs neer te zien op degenen die de Wet niet kennen. Maar dat we met ootmoed bekleed mogen zijn en er biddend naar staan om met melk of vaste spljze, alnaar we nodig hebben, gevoed te worden. 

En laat ons nimmer vergeten dat godsdienstige en bevindelijke redenering, waarvan echtheid niet blijkt uit handel en wandel, waardeloos is. 

De bevinding des geloofs, gewerkt door Gods Woord en Geest, zal zich openbaren in een leven van toewijding en het beginsel der gehoorzaamheid, hoe klein het zelfs ook bij de allerheiligste is, maar door God in het hart gewerkt, zal door Gods genade niet zonder vrucht blijven. Als bij de levende vis, zal hij gaan stroomopwaarts. En zoals de kerk tijden de dagen van de ontluikende z.g. verdraagzaamheid, de moed had de blaam van onverdraagzaamheid op zich te laden, zo zal ook in onze dag iets van die heilige onverdraagzaamheid blijken, wanneer het gaat om de ere Gods de zuiverheid der leer en de noodzakelijkheid van persoonlijke beleving en godsvrucht.

En met het oog op dit alles zal er ook gestaan worden naar een prediking, waarin gangen Gods met Zijn volk in het verleden worden nagespeurd en toegepast voor het leven van Gods kinderen vandaag. Een prediking waarmede de kudde Gods geweid en gehoed wordt en waarin daarnaast, overeenkomstig Gods Woord, de waarschuwende en opwekkende oproep tot bekering en geloof niet ontbreekt. 

We doen wel acht te geven op hetgeen de mannen der „nadere Reformatie ook nu nog tot ons te zeggen hebben, ons voor God te verootmoedigen en van Hem te smeken : „Heere maak ons Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend". 

En als dan temidden van een veruitwendigde christendom Gods levende gemeente slechts schijnt overgebleven te zijn als een beetje in de komkommerhof, als het fijne goud is verduisterd en de aarde flessen gelijk geworden, is er plaats voor de bede : Uw werk, o Heere, o behoud dat in het leven."

Maar dan is het ook alsof het antwoord hemels beluisterd wordt: ,,Ik heb er nog zeven duizend, die de knieën voor Baal niet gebogen hebben". 

Het vaste fundament Gods staat. De Heere kent degenen die de Zijne zijn. In Zijn handpalmen staan ze gegraveerd. 

Laat ons biddend staan naar persoonlijke godsvrucht. 

('s Gravenhage)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De „nadere Reformatie” en wij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1949

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's