De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

9 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

141)

Na het eten kon Mandel zijn trots gaan botvieren. Hij leidde de landmeter over zijn akker, die, ofschoon reeds afgeoogst, toch nog bewijzen opleverde van goede verzorging. Hij vertelde hem de geschiedenis van ieder stuk gedurende die drie verlopen jaren, en toonde hem de zich krachtig ontwikkelende ooftbomen, en de heggen. Daarna bracht hij hem naar dat gedeelte, dat Mandel zelf het bestgeslaagde en de kroon van het tot nu toe bereikte scheen. Dat was het stuwwerk in de loop van de beek, met de sluis en het scheprad, dat door een ezel kon worden gedreven. Bij naderende vroege regen, als uit alle stroompjes en van de platgeslagen velden het water wegliep, zou het riviertje met geruis en gebruis het diepe en grote bassin vullen, daarna eerst tegen de sluis blijven staan, en dan daar enige meters diep naar beneden storten, zodat men wekenlang de muziek van het water in dit dorre land zou kunnen genieten. En dan zouden er later nog andere verzamelbekkens worden aangelegd in verbinding met dit bassin.

Loetz verheugde zich over dat alles als een echt vriend. Hij had zich dus in deze bruine krachtmens niet vergist.

,,Als ik naderhand een grote jongen heb of een schoonzoon, dan laat ik aan hem dit zaakje over, en ga ik zelf verderop, en begin weer iets nieuws, want nu weet ik, hoe ik dat moet doen, en dat alles heb ik feitelijk aan u te danken. Als ik aan Rusland terugdenk, en datgene overzie, wat wij nu geworden zijn, dan zeg ik : We zijn nu pas mensen!"

Tenslotte bracht hij Loetz een beetje geheimzinnig naar een afgelegen plek bij het stenen terras, en toonde hem daar zijn Sabbathswerk : de boom-sjoel. ,,Dat doe ik niet voor mezelf, en ook niet voor mijn kinderen. Dat doe ik nu eens voor het land".

Zij gingen nu de terreinen der andere kolonisten eens langs. Deze sloten zich bij deze inspectietocht aan. Ook Samuel kwam er bij. Eindelijk was haast heel de mannelijke bevolking van het dorp in het gevolg van de landmeter.

Zij hadden er schik in zijn lof te ontvangen, en namen ook hier en daar een aanmerking of een goede raad graag voor lief, daar zij allen evenzeer overtuigd waren van zijn inzicht als van zijn goede bedoelingen met hen. Alleen Lemberger, de koopman, werd onverschillig door hem behandeld, als een van wie toch niets meer te verwachten was.

,,En dan, na jaren, " zei Mandel met kinderlijke vrolijkheid, ,,dan laten wij ook de hoeken van het veld onafgemaaid, en gunnen wij het oplezen van die aren aan anderen. Dan blijft de ,,vergeten" schoof voor de armen staan. Of zouden er dan geen armen hier meer zijn ? "

,,Wel, — wat denkt u van de toekomst, mijnheer ? " vroeg Lemberger, terwijl hij zijn nijdigheid evenals zijn nieuwsgierigheid achter een soort onbevangenheid verborg.

Loetz gaf hem niet direct antwoord. ,,Die schoof is dan voor de Fellahs, die nog over zijn ! Neen, ik geloof niet, dat er dan onder uw volksgenoten armen zich zullen bevinden. Ik geloof vast in uw toekomst hier te lande. Mijn overtuiging heeft twee oorzaken : de ene is, wat mijn ogen nu weer zien bij het doorreizen van het land, — en de andere is het woord der profeten, waar ik ook in geloof, omdat men het wonderbaarlijke begin van de vervulling daarvan nu reeds ziet. Ik zie het allebei: het gebeurt én : het is in overeenstemming met de profetie. Gelooft gij niet, dat de goddelijke Voorzienigheid zich van alle krachten bedient, ook van het kapitaal, en zelfs van het antisemitisme, van oorlogen ook en van hervormingen ? In uw volk is het verlangen naar het oude vaderland ontwaakt, — de andere volkeren verlangen tegelijkertijd meer dan ooit van u af te raken ; uw rijken hebben de nodige kapitalen en de nodige invloed voor uw herstelling bijeen, — en uw zieners schijnen dit alles als een goddelijk bestel voor de naaste toekomst te hebben waargenomen. Zou dan dat alles bij elkaar niet leiden tot het doel ?

Wij hebben geen nieuwe profetie meer nodig, want ook het eind van de profetie is voorspeld voor die tijd, als dit alles aanwezig zal zijn. Uw profeet spreekt van een tijd, als de ziener zal zeggen : Ik ben geen profeet, maar een man, die het land bebouwt."

„Kent u ook onze grote Herzl ? Gelooft u, dat hij gelijk had ? " Het was de kleermaker Zalig, die dat vroeg.

,,Ja zeker ken ik hem. Gij hebt alle reden hem dankbaar te zijn. Maar het Zionisme alléén zal het niet doen." Loetz zag voor zich uit, terwijl hij daar zo liep, nietwetende, of hij het zeggen mocht.

,,Met is onlogisch om anti-semiet te zijn, als men niet tegelijkertijd Zionist is. Men moet Zionist zijn om reden van vijandschap óf van vriendschap. Maar het grootste staat nog te wachten : Uw volk kan noch leven noch sterven, tot het zijn Messias heeft."

Nu kwam er een onaangename trek op de gezichten, en de landmeter scheen door dit aan te roeren zijn boekje te buiten te zijn gegaan. Sinaï Tulpenbloesem begon tenminste met enige mannen reeds over iets anders te spreken. Maar Loetz was niet van plan zich in de vrije uiting van zijn gedachten te laten belemmeren. Nu zij eenmaal zijn mening hadden gevraagd, ook over deze toekomst-kwesties, zouden zij ook alles van hem te horen krijgen !

,,Het enkele Zionisme kan uw volk het leven niet brengen. Maar het kan wel behulpzaam zijn om het in het leven te houden. Dat houdt alles bijeen. Zo velen hebben uw volk reeds in de steek gelaten !"

,,Die ellendige Meschummads! — die verraders, " knarste de slachter tussen zijn tanden door.

,,Het moeten er wel honderdduizenden zijn geweest, die in de laatste eeuw tot het Christendom zijn overgegaan."

„Om een huwelijk, om zakenbelangen, om beter te kunnen vooruitkomen ! Een schande !" zei woedend de dikke slachter. „Maar voor mijn part mogen ze er van doorgaan !"

,,Dat was misschien met heel wat het geval. De oprechten onder hen zijn echter een zwaar verlies voor uw volk. Als dit kwart miljoen, dat nu in Jezus gelooft, Joods gebleven ware, net zo goed als de mensen, die in Jezus geloofden, bijvoorbeeld Romeinen bleven, misschien zou dan nu reeds heel Israël in Zijn licht wandelen !"

,,Dat is uw mening nu eenmaal, mijnheer !" zei Tulpenbloesem met gedempte stem. ,,En wij zijn u in ieder geval grote dank schuldig, en hebben u daarom ook kalm aangehoord.. Maar ik verzoek u om zo niet te spreken tot de jongeren onder ons. Die andere geest laat ziel reeds merken en bereikt hen toch reeds, wij kunnen er ons niet genoeg meer voor in acht nemen. Wij weten nu eenmaal, dat wij in overeenstemming zijn met de Wijzen van Israël door alle tijden heen !"

„Leest dan uw profeten maar eens goed, " antwoordde Loetz heel vriendelijk, ,,dan behoeft u aan vreemden ook niet meer te vragen, wat zij over uw toekomst denken. Kijk daar die gieren eens boven dat bos ! Die gaan daar zitten en vliegen weer op, en schijnen wel ruzie te hebben. Ze schijnen iets te hebben, waar zij niet aan kunnen komen. Daar moesten wij eigenlijk eens naar gaan zien. Maar ik zou toch ook nog graag zonder dat eens willen gaan kijken naar de nieuwe aanplanting en naar de toestand van de bomen."

Samuel had ook al een hele tijd die sterke vogels boven de toppen der bomen zien cirkelen, al waren deze dieren hier geen zeldzaamheid. Zij kwamen nu weer naar beneden, en verdwenen, om kort daarna weer schreeuwend op te vliegen. ,,Daar zal een dood stuk wild liggen, " zei hij.

De mannen klauterden naar boven, en bespraken intussen de mogelijkheid van het aanleggen van terrassen. Eindelijk zagen zij de plek, waar de gieren neerstreken. Hun vleugels striemden als zweepslagen door de lucht. Zij zagen hen huppelen op de stenen rand van de put, zich bukken en balanceren, wat hen echter niet tot hun doel scheen te brengen. Nu schrikten de dieren op, en vlogen hoog de lucht in.

Het deed Samuel zeer aan zijn hart, dat hij niet beter had gezorgd, en dat toch weer een of ander edel schepsel een prooi was geworden van die kuil. Hij voelde zich schuldig, daar hij bij zichzelf indertijd het plan had gevormd om hier een voorziening te treffen. Net alsof het zijn zaak was, liep hij vooraan. Alleen Mandel kwam ongeveer tegelijkertijd met hem bij de kuil aan.

Toen zij zich daar voorover in bogen, deed een akelige lucht van ontbinding hen terugdeinzen. Zij hadden nog niets gezien, omdat het oog langere tijd nodig had om aan dat donker te wennen. Er moest eerst wat lucht worden geschept, en toen nog even worden gewacht. Gezamenlijk bukten zij zich weer, en riepen toen tegelijkertijd : ,,Er ligt daar beneden een mens, helemaal ineengekrompen en dood."

Ondertussen kwamen ook de anderen, en die wilden het nu ook zien. „Het is een mens, een jong mens !"

Mandel zei hij om terug te gaan, omdat hun schaduw het hol nog donkerder maakte. „Hij ligt met zijn gezicht half naar beneden. En er is bloed aan zijn haar. Hij kan daar best al weken zo liggen."

,,Maar dan is hij er toch niet levend in gevallen, denk je wel ? " vroeg Samuel, en dat was ook de mening van de anderen. „Als dat nu maar eerst eens vast stond !"

,,Het bloed kan niet van zijn val zijn. Hij is er dood ingeworpen."

„Het is geen Arabier."

„Hij is morsdood, laat hem dus maar liggen. Wij hebben daar tenslotte niets mee te maken, " meende de koopman Lemberger. „Het enige wat men doen kan, is : het aangeven bij de justitie !"

Maar de landmeter zei heel kalm : „Hij moet er worden uitgehaald, dat is onze eerste plicht. Haal eens een van allen een ladder, en ook wat touwen en een stuk linnen van een oude zak, of een oude deken, "

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1949

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1949

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's