Ontvangen Boeken
J. Jeremias, Unbekannte Jesusworte, in : Abhandlungen zur Theologie des Alten und Neuen Testaments 16, Zwingli-Verlag Zurich 1948, 88 S.
Wat zijn dat: onbekende woorden van Jezus ? Onder dit opschrift bespreekt prof. Jeremias, bekend door verschillende scherpzinnige studies, die zijn grote kennis van de Joodse achtergrond van het N. T. verraden, niet woorden des Heeren, die soms in de prediking wat in de schaduw blijven, maar woorden, die ons niet in de Evangeliën bewaard zijn.
Ieder Bijbellezer weet, dat Paulus zich in Hand. 20 vs. 35 en op verschillende plaatsen in zijn brieven beroept op een woord van de Heiland, dat men tevergeefs in de Evangeliën zal zoeken. Ook bij verschillende kerkvaders, in enkele handschriften van het N. T. en door overblijfselen van oud-christelijke boeken, die met de opgravingen in Egypte te voorschijn gekomen zijn, kent men dergelijke woorden. In totaal zijn het er ruim 100. 't Is zeer waarschijnlijk, dat hieronder echte woorden van Jezus bewaard zijn, want Johannes (20 vs. 30) geeft ons te kennen, dat hij van zeer rijke overleveringen wist, die hij niet heeft opgetekend. Wat de Evangelisten gaven, was voldoende voor hun doel, n.l. „opdat gij zoudt geloven, dat Jezus is de Christus", enz. Toch zijn er ook veel woorden bij, die aan de Heiland worden toegeschreven, maar die kennelijk latere fantasie zijn. Jeremias tracht nu in dit geschrift kaf en koren te scheiden. Tenslotte houdt hij 21 woorden over, die naar alle waarschijnlijkheid van Christus zelf afkomstig zijn. Zij handelen over Christus' strijd tegen de Farizaeërs, Zijn roep tot bekering en Zijn aanwijzingen voor het leven van Zijn discipelen. Terecht zegt hij, dat de woorden de bijzondere betekenis van de kanonieke Evangeliën te scherper doen uitkomen. (S. 33).
Dit is een interessant geschrift, dat ons op een bijzondere wijze in aanraking brengt met de kringen van de eerste discipelen. De toelichtingen, die Jeremias op de genoemde 21 spreuken geeft, zijn zeer ter zake dienende. Een enkele maal meen ik met de schrijver van mening te moeten verschillen ; zo sla ik persoonlijk de betekenis van Pap. Egerton 2 en de citaten in 2 Clemens hoger aan. Op S. 73 zou het bij het gebruik van „nabij — ver zijn" goed zijn, naar het joodse spraakgebruik te verwijzen (zie Billerbeck III, S. 585 ff., 592).
Voor allen, die belangstellen in het N. T. en de oudste kerkgeschiedenis, zeer aanbevelenswaardig.
v. U.
Van de redactie van „Het Zoeklicht" te Driebergen ontvingen wij ter resencie :
„Christian Science", prijs ƒ 0.55. „Het Vrijzinnige Christendom en zijn gevaren", prijs ƒ 0.65. „Zevende-Dags Adventisme", prijs ƒ 0,80.
Deze werkjes zijn verschenen in de serie :
„Anti-Christelijke Stromingen en Dwaalleringen", welke serie aansluit op het reeds eerder uitgegeven „Een Veilig Kompas op een Onveilige Wereldzee" (prijs ƒ 0.30), In dit „Kompas" konden de verschillende stromingen uiteraard slechts beknopt worden behandeld ; bedoelde serie verschijnt om een uitvoeriger behandeling mogelijk te maken. Intussen is ook „Het Kompas" nog verkrijgbaar.
Op eenvoudige en duidelijke wijze worden de dwaalleringen uiteengezet. Zeer geschikt voor de gewone gemeenteleden, die iets van de geestelijke stromingen willen weten.
Wij lazen de drie boekjes door, dikwijls met instemming, b.v. het opkomen voor het Schriftgezag. Toch trof het ons, dat onder de uitspraken van enkele grote Godsmannen over de goddelijke inspiratie der Schrift, Augustinus en Luther terecht worden genoemd, en nog vele andere, doch niet Calvijn. Dit kan moeilijk een verzuim zijn en daarom typeert het.
S.
De Christelijke School. 2de Jaarg. no. 7, 4 Febr. 1949.
Redactioneel gedeelte: Verscherpte tegenstellingen. De Unie : ,,Een School met de Bijbel", dr. D. Langedijk. Geschiedenis : Ophelderingen, dr. K. Huizinga. Het Wagenspel van Masscheroen in zijn Middeleeuwse en in zijn moderne vorm, A. L. van Hulzen. ,,Een vrije school met de Bijbel" in Duitsland, J. Uittenbpgaard. Over de fouten van onze leerlingen, J. Tigchelaar. Leestafel.
Bildungslehre, Umrisse eines Christlichen Humanismus. Von Konrad Zeiler. Seminar direktor, Zurich. Zwingli Verlag. Zurich.
De schrijver geeft in het eerste en tweede deel een paedagogiek in hoofdlijnen, welke volgens hem aanspraak mag maken op de naam humanisme, terwijl het derde deel tot titel heeft: ,,Christelijk Humanisme". Het vierde deel bevat een aanmerkelijke reeks bijlagen en opmerkingen ter demonstratie en aanvulling van het behandelde. Dit laatste deel is niet het minst belangrijke.
Het werk is met zorg en met liefde geschreven en laat ons ook delen in de vrucht van de aangelegen arbeid van anderen. De auteur heeft veel waardering voor Pestalozzi, hoewel hij zijn humanisme niet deelt.
Als hij spreekt van Christelijk-humanisme heeft dat een eigen betekenis. Wij zouden kunnen zeggen: bijbels humanisme, de mens in het licht des Woords. Overigens gevoelen wij niet veel voor de term humanisme, omdat deze nu eenmaal belast is met een eenzijdige inhoud, welke door het adjectief Christelijk of bijbels niet wordt weggenomen. De Heilige Schrift laat over de mens een licht opgaan, dat radicaal verschilt van de voorstellingen van het humanisme. De auteur erkent dit weliswaar, maar juist daarom verdient het aanbeveling de terminologie te wijzigen.
In de practische paragrafen over, de Christelijke opvoeding wijst de schrijver terecht op de plaats, welke het gebed, de huiselijke godsdienstoefening, het onderwijs in de bijbelse geschiedenis en de schriftlezing behoort in te nemen. Dit alles is treffend door zijn eenvoud. Waardevolle wenken worden hier ook aan de ouders en opvoeders gegeven.
Ofschoon wij van uit onze gereformeerde belijdenis hier en daar de dingen wat anders zien en ook anders gesteld zouden wensen, erkennen wij gaarne, dat de auteur omtrent het huwelijk b.v. een echt bijbels geluid doet horen en terecht de ontheiliging van het huwelijk als een afschuwelijke afgoderij van onze tijd tekent, waartegen krachtig moet worden opgetreden.
Minder instemming verdient o.i. het standpunt van de schrijver in zake de anthropologie. Hij maakt althans de indruk naar een onderscheiding van geestelijk, psychisch en somatisch wezen over te hellen, die aanleunt tegen een wijsgerige opvatting. Wij drukken ons voorzichtig uit, omdat wij de schrijver geen onrecht willen doen. In geen geval toch mag de indruk gewekt, dat een mens enigerwijze geest is. De Heilige Schrift noemt Adam en zijn nakomelingen : psychische mens. De pneumatische mens is de nieuwe mens, die in Christus is opgestaan en degenen, die deel hebben aan Zijn opstanding (1 Cor. 15). Als wij spreken van de mens als geestelijk wezen, bedoelen wij in het algemeen wat anders, n.l. de hogere zielefuncties, waardoor hij van andere aardse schepselen is onderscheiden. Dit behoort echter bij de psychische mens.
Zo zouden wij uit theologisch oogpunt nog andere opmerkingen kunnen plaatsen b.v. omtrent de waardering der Wet en de Christelijke vrijheid (S. 249), over de Doop (S. 250), de verhouding van kerk en wereld, om slechts enkele punten te noemen, en de openbaring (S. 274).
Wij kunnen op dat alles echter niet ingaan, maar spreken de wens uit, dat dit werk moge bijdragen tot bevordering van een opvoeding in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift.
S.
Zendingsreeks, Wij ontvingen de eerste 3 nrs. van de nieuwe „Zendingsreeks". Uitgave van J.H. Kok te Kampen, prijs ƒ 0.60 per no. Prof. dr. J. H. Bavinck, Onze kerk Zeridingskerk. Ds. A. Pos, Het licht van Tambaran over de zending van heden, Louise Goemaat. Onder Javaanse vrouwen.
Wij bevelen sterk aan deze reeks te lezen. Allen, die wat meer wensen te begrijpen van de grote vragen, waarvoor de zending zich in onze tijd ziet gesteld, vinden hier een voorlichting door deskundige hand gesteld. Men kan nu eenmaal niet zeggen, dat onze mensen in het algemeen met het zendingsterrein zo goed op de hoogte zijn. Ook blijkt telkens, dat wij de mensen van de zending niet begrijpen, omdat wij van de zendingswereld te ver afstaan en te veel in onze eigen kerkelijke omgeving vastzitten.
Hoe vreemd komt het ons voor, als het ontwerp kerkorde het apostolaat der kerk vóór de belijdenis plaatst en sommigen dit zelfs voor het wezen der kerk houden.
Wij zijn ook volstrekt niet overtuigd van de juistheid dezer stelling, maar de zendingsmannen denken er zo over. Dat blijkt ook uit het geschrift van prof. dr. J. H. Bavinck. Voor een belangrijk deel verklaren wij dit standpunt uit de situatie.
Merkwaardig is het bovengenoemd geschrift van zijn hand in dit opzicht, dat de schrijver, die behoort tot de Gereformeerde Kerken, enkele belangrijke karaktertrekken noemt, die het Calvinisme eigen, bijzonder bevorderlijk worden geacht voor het werk der zending, terwijl toch methodisme en piëtisme het meest tot de vervulling van de zendingsroeping hebben uitgedreven.
Hij is van oordeel, dat de kerk niet alleen zending moet drijven, omdat het haar door Christus bevolen is. Wij zijn van mening, dat daarin een verschillende visie op het wezen der kerk aan de dag komt. Het is toch zo, dat de liefde, die de vervulling der Wet is, ook de vervulling van dit hoog bevel zal zoeken. De liefde van Christus dringt ons.
Wie echter ,,Het licht van Tambaran" van ds. A. Pos bestudeert, zal inzien, hoe de practische situatie van het kerkelijk leven over de wereld van heden verspreid, aanleiding geeft tot de opvatting : Zendingskerk. De ontkerstening in het Westen heeft daartoe ook medegewerkt.
Hij zal eveneens verstaan, waarom de oecumenische kwestie zich zozeer op de voorgrond dringt.
Eveneens zal hij ontdekken, welk een schade er aan de openbaring van Christus' kerk als de ene, heilige, algemene Christelijke kerk wordt aangericht' door de verwarring op het stuk van het schriftgeloof.
Niets staat zozeer aan een gezond kerkelijk leven in de weg als een onvaste, twijfelachtige en critische houding jegens de goddelijke autoriteit van de Heilige Schrift. En niets kan het werk der zending zozeer belemmeren daifi wanneer de zendeling deze vastigheid mist.
Prof. Bavinck wijst er op, dat niets zo verlammend en vermoeiend op het zendingsveld is als twijfel aan de boodschap, die men aan anderen brengen wil, ,,Elke vraag van Schriftcritiek, elke veronderstelling, dat een of ander Bijbelschrijver zich wel eens zou kunnen vergist hebben, is een benauwende belemmering, wanneer men met de Bijbel in de hand staat tegenover Mohammedanen of tegenover andere volken, die voor het eerst met de Schrift in aanraking komen." (blz. 22).
,,Onder Javaanse vrouwen" leidt ons in in de moeilijkheden van het zendingswerk op Java, en wil doen zien, welke taak er voor vrouwen ligt op het zendingsveld, naast het werk der verpleegsters en onderwijzeressen.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1949
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1949
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's